01 dec '18

Eindelijk weer open

285
door Anne Peeters
Zaterdag 8 december opent het Afrikamuseum in Tervuren opnieuw zijn deuren, nadat het eind 2013 sloot voor een grondige restauratie en renovatie die 66 miljoen euro kostte.

Akkoord, dat is een groot bedrag, maar er is sober en doordacht gerestaureerd’, zegt Bruno Verbergt, operationeel directeur publieksgerichte diensten. De grote vraag is: hoe zullen de keuzes voor de inhoud van het museum beoordeeld worden, nu het Belgische koloniale verleden zo gevoelig ligt? 

Het oude Afrikamuseum is in volle glans en glorie hersteld, de klassieke Franse tuin - zeg maar het museumpark – ligt er strak geknipt bij en de paden zijn keurig aangeharkt. De geometrische strakke lijnen van het neoklassieke museumgebouw en de tuinen erachter komen met de restauratie nog beter uit; het nieuwe strak wordt belichaamd door het paviljoen in glas, staal en beton van architect Stéphane Beel, de winnaar van de architectuurwedstrijd die voor deze grote werken werd uitgeschreven. 

Waarom won het architectenconsortium van Stéphane Beel?

Verbergt: ‘Beel kon het beste totaalplan voorleggen. De twee hoofdlijnen uit zijn ontwerp waren daarbij doorslaggevend. Ten eerste hield hij in zijn ontwerp rekening met de historische ligging van het museum. De Tervurenlaan is speciaal aangelegd voor de grote expo van 1897 en komt uit bij het Koloniënpaleis, waar koning Leopold II de oorspronkelijke tentoonstelling over zijn kolonie organiseerde. Dat was de richting van waaruit je het museum zou moeten bezoeken. Die bocht langs de Leuvensesteenweg was onnatuurlijk en onnodig, besloot Beel. Door de ingang te veranderen naar Brussel toe, legt hij de link tussen het Koloniënpaleis en het museum. De tweede reden waarom hij de wedstrijd heeft gewonnen, is omdat hij de meest heldere oplossing vond voor de combinatie tussen de restauratie van het oude gebouw en het plan van eisen dat in de wedstrijd was voorgelegd. Dat plan van eisen is er een voor een hedendaags museum. Dat betekent een ruime ingang, een conferentiecentrum, een ruim restaurant, een museumshop, lockers,… Als je dat in het museum zelf wil doen, moet je één van de vier vleugels opofferen.

Beel heeft de autonomie van het oude museum gerespecteerd. Door de toevoeging van het nieuwe paviljoen heeft Beel het 19e-eeuwse concept van het museum intact kunnen houden. Hij creëert afstand en perspectief tot het oude museumgebouw; door de grote glaspartij zie je het museum, dat zelf een object wordt. Het museum is zo niet alleen het gebouw waarin de collectie wordt geherbergd; wij noemen het ‘collectiestuk nummer één’. Het nieuwe paviljoen is met een onderaardse gang van bijna 100 meter verbonden met het museum. Het is de nieuwe toegang. Geen pompeuze poort, je komt binnen ‘via de buik van het museum’, zoals Beel het zelf weergaf in een interview. Daardoor wordt het museum meer ontsloten. Een deel van de kelders, die vroeger niet toegankelijk waren, zijn publieke ruimtes geworden met een introductieruimte tot het museum, een educatieve ruimte, een muziekatelier, een kleine bibliotheek, een koffiecorner, ruimte voor de jongerenwerking,… Het is een ontmoetingsplek waar je kan wachten op elkaar of kan afspreken, zodat iedereen het museum op zijn eigen tempo kan bezoeken.’ 

Aan zo’n grondige restauratie en renovatie hangt een stevig prijskaartje.

Verbergt: ‘Heel het project heeft alles inbegrepen 66 miljoen euro gekost. Dat is veel geld, zonder twijfel. Maar als je het vergelijkt met gelijkaardige Europese musea zoals het Humboldt in Berlijn of het Weltmuseum in Wenen, dan ligt ons budget tot een kwart lager. Het is tegelijkertijd een duur en een zuinig project. Hier is geen sprake van spektakelarchitectuur, er is consequent gekozen voor soberheid.’

Het museum en de collectie zijn nauw verbonden met de koloniale geschiedenis van België. Het Koninklijk Museum van MiddenAfrika (KMMA) startte als een persoonlijke onderneming van Leopold II, die tussen 1885 en 1908 Kongo-Vrijstaat leidde. Tijdens de wereldtentoonstelling van 1897 richtte hij in het Koloniënpaleis zijn ‘Museum van Congo’ in. Dat koloniale verleden ligt momenteel heel gevoelig. Hoe ga je daar als museum mee om?

Verbergt: ‘Dat is erg delicaat. Het Afrikamuseum is niet alleen een museum, het is ook een wetenschappelijke instelling waar onderzoek gebeurt. Niet enkel naar de koloniale geschiedenis van Afrika, maar ook naar archeologie, musicologie, kunst, geologie en biologie,… De keuze voor zowel het wetenschappelijk onderzoek als het museum zal altijd teruggaan naar de collectie, die staat centraal. De vraag is: wat valt er met de collectie begin 2019 te vertellen? Hoe kijken we er vandaag naar en hoe zullen we er in de toekomst mee omgaan? In het nieuwe museum is gekozen voor zes thematische zones: biologie en diversiteit, kunst, diverse levenstadia van geboorte tot overlijden, de rijkdom van Afrika (van bodemrijkdommen tot het menselijk kapitaal) en uiteindelijk ook het koloniale verhaal in de diasporazaal dat is uitgewerkt door wetenschappelijk commissaris Bambi Ceuppens van het KMMA. Eigenlijk is dat niet anders dan bij de vorige renovatie in 1958, toen wou men dat ook, vertellen over Afrika, het verleden en hoe daarnaar te kijken.’

Het verschil met 2018 is natuurlijk dat de stichter van het museum, Leopold II, nu een zeer omstreden persoon is. Dat zorgt voor een spanningsveld.

Verbergt: ‘Natuurlijk. De geschiedenis heeft hem ongelijk gegeven en recht gedaan aan de slachtoffers van de kolonisatie. Dat moet je vertellen uiteraard. Naast een fysieke was er ook een mentale verbouwing nodig, die zichtbaar wordt in wat we tonen. Dat doen we door de introductie van multimedia, door het tonen van hedendaagse Afrikaanse kunst,… In de Rotonde van het museum wordt dat heel duidelijk. Het is een symbolische plek. Daar staan de beelden van Arsène Matton, een beeldhouwer die in 1910 de opdracht kreeg om de goudkleurige beelden in de nissen te maken, met namen als België schenkt Congo de beschaving en België ondersteunt Congo. Dat zijn uitspraken die nu zwaar worden gecontesteerd. Centraal in die Rotonde, op de plek waar een buste van Leopold II stond, komt nu een hedendaags kunstwerk van de Congolese kunstenaar Aimé Mpane. Dat staat in spanning met de beelden van Matton, die er blijven als deel van het beschermde monument. Het is die dialoog tussen het verleden en het heden die belangrijk is. Dat verleden uitwissen of ontkennen zou verkeerd zijn.’

 Puur praktisch De feestelijke opening van het nieuwe Afrikamuseum is op 8 december. Het publiek kan het museum bezoeken vanaf 9 december. Je kan best je e-ticket online boeken of reserveren voor de rondleidingen en workshops. Het museumrestaurant Tembo in het nieuwe paviljoen van Beel is ondertussen al geopend en is vrij toegankelijk. www.afrikamuseum.be

Reeks 'Congo' op RINGtv:

Deel 1: Investeren in dekoloniseren
Deel 2: Terug naar de kolonie

 

EEN GEVOELIGE GESCHIEDENIS

 

  • 1897

In het speciaal daarvoor gebouwde Koloniën paleis pakt koning Leopold II uit met een Congolees luik tijdens de Internationale Wereldtentoonstelling in Brussel. Nu ondenkbaar, maar er worden in het park ook Congolese dorpen gebouwd waar ‘echte Congolezen’ wonen die zijn overgebracht. Een aantal van hen sterft, hun graven liggen aan de buitenkant van de kerk van Sint-Jan Evangelist in Tervuren.

  • 1898 

De belangstelling is massaal. Na de Wereldtentoonstelling wil koning Leopold II de koloniale tentoonstelling in Tervuren behouden. Dat is het begin van het huidige Afrikamuseum, een combinatie van een permanent museum en een wetenschappelijke instelling. Het ‘Congo-museum’ barst al snel uit zijn voegen. Daarop beslist de vorst om zijn eigen Klein Versailles te bouwen. In het Park van Tervuren wil hij een Afrikaans museum bouwen, een Chinees en Japans paviljoen, een Wereldschool, een Congrescentrum en Franse tuinen. De Franse architect Charles Girault tekent de plannen in Franse neoklassieke paleisarchitectuur, in 1904 wordt de eerste steen gelegd. Uiteindelijk worden enkel het museum en de Franse tuin gerealiseerd.

  • 1909 

Koning Leopold II overlijdt een jaar nadat de Onafhankelijke Congostaat wordt omgevormd tot Belgisch-Kongo.

  • 1910 

Koning Albert I huldigt het Museum in.

  • 1958 

In België vindt Expo 58 plaats, opnieuw met een Congolees dorp. Sommige Belgische bezoekers gooien de ‘negers‘ bananen toe. In Congo wordt 50 jaar Belgische kolonie gevierd.

  • 1960 

Op 30 juni 1960 wordt Belgisch-Congo onafhankelijk. Het museum wordt herdoopt tot Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA).

  • 2013 

Op 1 december 2013 sluit het KMMA voor een grondige restauratie en renovatie.

  • 2018 

Op 8 december 2018 opent het nieuwe Afrika museum zijn deuren.