01 mei '17

Een nest bouwen

1703
door Herman Dierckx
Pfff, het is altijd wat’, hoor je mensen zeggen die aan het bouwen zijn. Dikwijls willen ze een tweede huis bouwen omdat ze geleerd hebben uit de fouten van hun eerste constructie. Ja, bouwen is geen sinecure. Misschien denk je er niet aan, maar ook vogels hebben op dat vlak te kampen met problemen.

Stel je voor. In de loop van februari zag ik een koppel eksters met veel goesting beginnen aan het bouwen van hun nest in een nog jonge maar al bij al redelijk uit de kluiten krulwilg. Beide vogels droegen onophoudelijk takken en takjes aan, die ze met veel gevoel voor kunst en esthetiek in de kruin trachtten te vlechten.

Een week lang was het een gesjouw en gewring om het materiaal op zijn plaats te krijgen. Daarbij viel op dat de typische bolvorm van het nest er niet echt uitkwam, laat staan dat er sprake was van een voor de soort zo typerende dak.

Hoe de dieren ook trokken en sleurden, het wilde maar niet lukken om een comfortabele woonst in elkaar te steken. Van opgeven was na vijf dagen nog steeds geen sprake, maar een stevige westenwind besliste er op de zevende dag anders over.

Net als de Schepper gaven ze er toen de brui aan, maar in plaats van te rusten begonnen ze de dag nadien al aan een nieuw nest in een aftandse esdoorn enkele tientallen meter verderop. Daar was de klus na drie dagen geklaard. Ik zeg het al zovele jaar: een krulwilg is nergens goed voor. Hadden ze dat eerder geweten ...