01 okt '21

Holleken

117
door Dirk Volckaerts
Ik hou van Holleken. Alleen de naam al. Holleken! Een waarlijk schoon middelnederlands woord.

‘t’Muusken koos zyn Holleken’, schreef Eduard de Dene in de fabel van het muisje en de leeuw, in zijn ‘Warachtighe fabulen der dieren’, gedrukt in Brugge in 1567. En ook bij Gezelle en Timmermans was het van holleken hier en holleken daar. We zullen er maar niets achter zoeken.

Over de etymologie van de plaatsnaam heb ik eigenlijk niet veel gevonden (maar ik heb dan ook niet echt goed gezocht). Feit is dat tot in de Middeleeuwen het machtige Zoniënwoud tot hier kwam. De versterkte Hollebeekhoeve was de overgang tussen woud en vruchtbaar land van Linkebeek. ‘Hollebeek’ heet ‘Hellebeeck’ op de 18e-eeuwse Ferrariskaart, maar dat wil niks zeggen, want de kaarten werden opgesteld door soldaten van het artilleriekorps van de Oostenrijkse Nederlanden uit Mechelen. En wie weet in welke herberg of estaminet zij de vorige avond blijven plakken waren? In de Spytighen Duvel in Ukkel waarschijnlijk, een van de landmarks die ze met naam en toenaam op hun kaart uit de jaren 1780 gepenseeld hebben. ‘Hollebeek’ konden ze niet correct schrijven, maar de Spyteghen Duvel wel, hoor. Ook artilleristen hadden toen duidelijk hun prioriteiten. De herberg aan de Alsembergsesteenweg bestaat trouwens nog altijd, al is het verkeer er de laatste 250 jaar wel wat toegenomen.

Maar Holleken dus. Ik heb de fijnste herinneringen aan een prachtige zaterdagnamiddag met vrouw en kind en vrienden in Holleken. Dat is zogezegd maar een ‘gehucht’, maar wel eentje met een NMBS-station! Daar kunnen vele andere gehuchten in de Rand enkel maar van dromen, van een eigen station. Het station van Holleken is hét ideale uitgangspunt voor mooie wandelingen door de streek – bijvoorbeeld door de stukjes Zoniënwoud die hier en daar nog rondslingeren – maar: pas op! De vlijtige dames en heren van Infrabel hebben jammer genoeg de gewoonte om steevast op de meest prachtige lente- of nazomerdagen ‘werken aan het spoor’ in te plannen, waardoor een treinrit die normaal amper tien minuten duurt plots anderhalf uur in beslag neemt. Omdat je bijvoorbeeld een vervangbus moet nemen (Maar wie neemt er ooit een vervangbus van de spoorwegen? Daar moet je toch helemààl masochist voor zijn?).

Of omdat één spoor wordt afgesloten en de treinen plots beginnen spookrijden, en stoppen aan het verkeerde perron. Precies dat is mij overkomen, de vorige keer dat ik de trein naar Holleken wou nemen. Mijn vrienden moeten er nog altijd om lachen. Het was trouwens tijdens het voorbije Weekend van de Mobiliteit, op 18 en 19 september jongstleden, dat er ook al geen stoptreinen tussen Brussel en Holleken reden. Reden? Werken aan het spoor. Wellicht dachten ze bij Infrabel: Autoloze zondag? Dat kunnen wij ook, hierzie: treinloze zondag! Zucht.

Maar verder bewaar ik de beste herinneringen aan onze uitstap naar Holleken, zijn bezienswaardigheden, zijn gastvrijheid, zijn café Postwereld. Een uniek etablissement. Letterlijk dan, er is in de wijde omtrek géén enkel ander café te bespeuren. De Hollekenaren (Hollekezen? Hollekenbewoners?) die er verkoeling zochten, keken wat raar op toen we daar binnen stuikten met onze lunchpakketten en onze grote dorst. Maar ik zou het zo overdoen, meteen! Als de trein rijdt, tenminste. En aan het juiste perron stopt.