01 mei '20

De prinses
van de natuur

1044
door Herman Dierickx
Vraag een doorsnee randbewoner hoeveel wilde orchideeën er in ons land groeien en je krijgt zeer uiteenlopende cijfers en vele verbaasde blikken bij het aanhoren van het eigenlijke aantal.

Vijftig. Daarmee is alvast het getal ontsluierd. De meeste orchideeën zijn zeldzaam, maar toch vind je ze ook in de Rand of de onmiddellijke buurt. Meer zelfs: één van de grote vindplaatsen ligt pal in de Rand op een plaats waar je het niet verwacht. Waarom zijn de orchideeën toch zo’n bijzondere plantenfamilie? In de eerste plaats komt dat door de speciale bouw van de bloemen. Als je een beetje thuis bent in de plantenwereld herken je een orchidee meteen. Daarmee kan je ze echter nog niet op naam brengen, want sommige geslachten herbergen telgen die op elkaar lijken of die ook nog eens makkelijk onderling kruisen. Maar laat dat de pret zeker niet bederven en ga op verkenning door de Rand.

Voedselarme bodems

De meeste orchideeën groeien op voedselarme bodems waarin zich specifieke schimmels bevinden die de onooglijk kleine zaadjes helpen  kiemen. Als die schimmels er niet zijn, kunnen zich uit het stoffijn zaad geen nieuwe planten ontwikkelen. De tijd tussen een kiemplantje en een voor het eerst bloeiend exemplaar is voor sommige soorten meer dan vijf jaar! Om maar te zeggen welk speciaal vlees we hier in de kuip hebben.

De meest algemene orchideeënsoort van ons land, en dus ook van de Rand, is de brede wespenorchis. Die zie je regelmatig verschijnen op  plekken waar weinig andere planten groeien zoals tussen dicht bebladerde bomen in dreven of in de buurt van spoorwegen. Het is de laatst bloeiende orchideeënsoort van het jaar, zowat omstreeks augustus. Alle andere soorten hebben hun bloeitijd in mei-juni. Dat is onder meer het geval voor de bijenorchis, een bijzonder fraaie soort die het de jongste jaren steeds beter doet. Je vindt ze tegenwoordig zelfs op industrie terreinen zoals Cargovil in Vilvoorde, maar ook in Groenendaal of in Dilbeek heeft ze groei plaatsen. Meestal vind je er verschillende tegelijk op dezelfde standplaats. Ze is makkelijk te  herkennen, want alle andere soorten die er op gelijken, komen bij ons gewoonweg niet voor. 

Verkeerswisselaar

Nog een soort die het de jongste tijd bijzonder goed doet in onze contreien is het hondskruid, soms ook wel de pyramide-orchidee genoemd. Ook die soort is makkelijk te herkennen en komt in de Rand voor, onder meer in Zellik, Lot, Zaventem en Vilvoorde. Je zal ze zelden met veel tegelijk vinden, maar ze valt op door haar fluo-rose kleur.

Dé hotspot van orchideeën in de Rand, en zelfs van België, is de verkeerswisselaar van de Ring met de A12. Daar staan intussen ongeveer vijftien soorten bij elkaar. Maar… door de geplande werken aan de Ring is deze groeiplaats ten dode opgeschreven. Mensen van de Plantentuin in Meise proberen de bestaande populaties te redden. Of dat gaat lukken, is niet zeker. De toekomst zal het uitwijzen. 

Een groep orchideeën die goed op elkaar lijken zijn de gevlekte, de riet- en de bosorchis. Het zijn allemaal soorten die met elkaar kunnen kruisen en daardoor niet altijd makkelijk te herkennen. Ze zijn wel herkenbaar als leden van eenzelfde groep en komen onder meer voor in Zellik,  Groot-Bijgaarden, Alsemberg, Linkebeek, Tervuren, Sterrebeek.

‘De meeste orchideeën zijn zeldzaam, maar toch vind je ze in de Rand gemakkelijk terug.’ 

De brede orchis is een stuk zeldzamer en ook niet altijd even makkelijk te herkennen. Deze soort staat onder meer te blinken in Dilbeek, Meise, Strombeek-Bever en Alsemberg. Een soort die het de jongste jaren minder goed doet, is de grote keverorchis. Tot voor kort was het een redelijk algemene soort, maar de toenemende verdroging van de laatste jaren speelt haar parten. Ondanks dat ze onder meer voorkomt in Linkebeek, Alsemberg, Sint- GenesiusRode, Tervuren, Hoeilaart, Strombeek-Bever, Steenokkerzeel, Meise, enzovoort, nemen de daar aanwezige populaties bijna overal af.

Het is opvallend dat de meeste van de  vermelde soorten er de jongste jaren op vooruit gaan. Een belangrijke reden daarvoor is dat graslanden of bosranden veel beter beheerd worden dan pakweg twintig jaar geleden. Vooral een beperkt aantal maaibeurten, het achterwege laten van bemesting en het verbieden van pesticiden speelt de orchideeën in de kaart. Ah, noteer ook dat alle orchideeënsoorten in heel België beschermd zijn. Kijken mag dus zoveel je wil; aankomen is ten strengste verboden.