01 okt '20

Tussen rivier en spoorweg

1154
door Herman Dierickx
Voor de mensen uit de regio is het Hombeeks Plateau een begrip, ook al zijn de contouren ervan niet strikt vastgelegd. Er liggen heel wat Trage Wegen die je goed kan gebruiken voor een mooie wandeling.

Het Hombeeks Plateau situeert zich grofweg langs de Zenne-oevers tussen Leest en Hombeek, en een gebied dat aansluit bij de westrand van Mechelen. In eerste instantie gaat het om grote stroken valleigebied in de onmiddellijke buurt van de getijderivier en landbouwgebied vanwege de vruchtbare zandleembodems. Maar het gaat ook om het daar aanwezige dichte netwerk van Trage Wegen en andere veldwegels. Die kan je rustig bekijken aan de hand van verschillende wandeltrajecten die je zelf kan samenstellen door ter plaatse de aangeduide knooppunten aaneen te rijgen tot een eerbiedwaardige paternoster van gemakkelijk 15 km.

Het zeer bewandelbare traject op de Zenneoever loopt tussen de brug van Hombeek en die van Leest. Alleen al die wandeling levert schitterende beelden op van de wijde omgeving van de Zenne vallei. Voor de liefhebbers van deze waterloop is het makkelijk doorlopen tot aan de brug van Heffen of zelfs helemaal tot aan het beroemde en onvolprezen Zennegat.

Netwerk van landwegen

Ga je meer ten westen van de Zenne-oever dan kom je in het eeuwenoude landbouwgebied terecht waar je voor de streek grootschalige landbouw ziet met natuur die op veel plaatsen het onderspit delft. Het wandelnetwerk van de Trage Wegen en buurtwegen mag er zeker zijn. Het brengt je op heel wat plaatsen waar je anders niet zou komen. Acties uit het recente verleden hebben er immers voor gezorgd dat die oude landwegen, die al of niet voorkomen in de Atlas der Buurtwegen (1841), gedeeltelijk werden opengesteld. Dat was ook in Hombeek en omgeving het geval, en daar doen heel wat wandelaars nu hun voordeel mee.

Je wandelt van het ene kapelletje naar het volgende bosje over verschillende beken en beekjes, met op de achtergrond de vermelde dorpen of straatwijken waarvan de ene al beter in het landschap is ingepast dan de andere. Het overgrote deel van de wandeling kan je zelf samenstellen uit onverharde en dus autoloze wegen. Daarvoor alleen al zou je het doen.

Graslanden

Op verschillende plaatsen vind je nog natuurrijke wegbermen en graslanden. Ter hoogte van de overgang van de Locquetstraat naar de Kasteelweg ga je voorbij de overgroeide restanten van het Norbertinessenklooster Leliëndaal. Daar bevindt zich nog een deel van de oude natuurlijke graslanden die ooit zo kenmerkend waren voor de Zennevallei. Aan de oostzijde van de rivier vind je ze hier en daar nog in een beter bewaarde toestand, vooral dan tussen de Warande en het Zennegat.

Het wandelnetwerk brengt je op plaatsen waar je anders niet komt.

Het klooster werd gesticht in 1231 en platgebrand in 1580, waarna een nieuw Leliëndaalklooster in Mechelen het levenslicht zag. De invloed van deze orde op de ontwikkeling van het Hombeekse landschap kan moeilijk worden overschat. Van een dicht bos, over woeste gronden en heideontginningen, evolueerde deze omgeving naar een steeds kaler wordend landschap. Wat we hier vandaag zien, is daar al bij al een rechtstreeks gevolg van, en daar zijn we ons nog nauwelijks van bewust. Het kan nooit kwaad daar eens bij stil te staan en te begrijpen waarom deze streek er uitziet zoals ze er vandaag bijligt.

Groot-klein

Op de keper beschouwd zijn de inmiddels razendsnel opdrogende Zennebeemden, en bij uitbreiding grote delen van de vallei, daar nog altijd een gevolg van. De initiële draineringsinspanningen dateren oorspronkelijk uit de tijd van de abdijen en kloosters. Dat is hier niet anders. In de voorbije eeuwen was wateroverlast het grootste probleem, nu hebben we eerder te maken met te lang aanhoudende droogtes. Dat is zowel voor de landbouw als de natuur een slechte zaak, en dat kan je hier vaststellen. 

Als je geïnteresseerd bent in het verschil tussen klein- en grootschalige landbouw kan je een ommetje maken naar de Poreistraat-Diemenstraat-Kleine Parijsstraat. Ver is dat niet, en een betere illustratie van het verschil tussen beide landbouwbedrijfsvormen ga je in de verre omgeving nauwelijks vinden. Aan de ene kant heb je een modern bedrijf dat meer dan 200 ha landbouwgrond en dus zowat het hele omliggende land beheert en beheerst. Aan de andere kant heeft de kleinschalige broer een terrein van minder dan 2 ha ter beschikking waarop een veertigtal mensen een soort volkstuintjesmozaïek beheren. Een contrastrijkere situatie is nauwelijks denkbaar.