01 okt '16

Vreemd

1882
door Fatima Ualgasi
Fatima Ualgasi is een geboren en getogen Vilvoordse met internationale roots, literaire ambities en diverse blogs. Voor RandKrant schrijft ze afwisselend met Tom Serkeyn, Joris Hintjens en Dirk Volckaerts de column mijngedacht.

Ooit mocht ik bij een vriendinnetje niet binnen, want haar ouders ‘wilden geen vreemden in huis’. Pas thuis begreep ik het. Ik voelde me niet ‘vreemd’. Mijn Marokkaanse vader heb ik nooit gekend. Ik ben opgevoed door mijn Belgische grootvader en Duitse grootmoeder. Dat wist mijn vriendin. En toch...

Op het web lees ik vaak erg gore islamofobe uitspraken. Een incident schokte me enorm. Hadden we maar wapens, verzuchtte iemand. Ik heb wapens, zei een andere. Ja, reageerde een derde, we hebben wapens, we zijn alleen niet georganiseerd.

Hoe zijn we van het racisme uit mijn jeugd terechtgekomen bij dit? Racistische uitspraken waren toen zelden expliciet. Er is een groot verschil tussen vreemd genoemd worden dan wel makak. In een Vilvoordse Facebookgroep schreef iemand eens dat zijn maag omkeerde als hij zag ‘wat’ (!) er uit de scholen naar buiten kwam. Mijn maag maakt dezelfde beweging als ik over kinderen hoor spreken alsof het ongedierte is. Het is zelfs niet meer gênant om zo’n uitspraken te doen.

Wat me evengoed verontrust, is dat moslims vandaag veel explicieter zijn in hun godsdienstbeleving. In mijn jeugd waren hoofddoeken zeldzaam. Vandaag zijn vrouwen die hem niet dragen bijna de uitzondering. Wat is er veranderd? Bij moslims in mijn vriendenkring was de reactie op terrorisme eerst: dit heeft niks met de islam te maken. Nu begint men zich af te vragen hoe het komt dat sommigen de koran zo interpreteren. Wat is er aan de hand, vragen zij zich af. Ik hoop – voor hen en voor ons – dat zij het antwoord vinden.