01 mrt '16

Er waren eens twee ceders

1549
door Herman Dierickx
De superlatieven voor de beide beschermde ceders die de ingang van het Gravenkasteel in Humbeek sieren, zijn redelijk indrukwekkend. De oudste, de dikste en de mooiste van België, en ver daarbuiten, zou een mooie samenvatting kunnen zijn.

Toch is het verhaal daarmee niet af. Het gaat namelijk niet om één maar om twee verschillende soorten: een Atlas­ en een Libanonceder op een paar tientallen meter van elkaar. Aan het schatten van de leef­ tijd durft niemand zich wagen, maar gezien de omtrek van meer dan zeven meter moeten ze zeer oud zijn. Kasteeleigenaar Didier ‘t Serste­vens denkt dat ze dateren van omstreeks het einde van de 18e eeuw. ‘Op dit ogenblik verke­ren beide bomen in goede gezondheid, al zor­ gen vooral sneeuw en wind wel eens voor wat dode takken’, zegt ‘t Serstevens. ‘Op het einde van de 18e eeuw was het mode bij kasteeleige­naars om ceders te planten op hun domein. Dat is hier waarschijnlijk ook gebeurd.’

EERBETOON AAN DE BOOM

Bovendien waren er specifieke redenen waarom de bomen op 12 juni 2010 definitief werden beschermd door de Vlaamse Regering. Het gaat daarbij om de artistieke, wetenschap­pelijke, historische, volkskundige en sociaal­ culturele waarde, jawel.

Artistiek, omdat men vindt dat de bomen het beeld bepalen van de ruime omgeving, met een representatieve vorm voor beide soorten. Wetenschappelijk, omdat beide soorten niet altijd van elkaar te onderscheiden zijn, maar hier te allen tijde te vergelijken. Historisch, volks­kundig en sociaal­cultureel, omdat men ze kan beschouwen als welkomstbomen, zo vlak aan de toegangsweg naar het kasteel.

Laat het duidelijk zijn: dit deel van het Graven­kasteelpark is niet openbaar toegankelijk, maar vanaf de Warandestraat heb je een goed zicht op beide bomen die je niet kunt missen. Het kasteel zelf, dat evenmin toegankelijk is, heeft ook een belangrijke waarde op allerlei vlakken, maar dat zou ons hier te verleiden. Alle aanwezige gebouwen, inclusief die van de wat verderop gelegen manege, vroeger stoete­rij, behoren tot het beschermde patrimonium.

OUDSTE BOS OUDSTE KANAAL

Het aangrenzende Gravenbos is wel toegan­kelijk voor het grote publiek, en dat vormt het grootste deelgebied van deze alles samen meer dan 100 ha grote bos­ en parkzone. Het is grof­ weg in te delen in een relatief zanderig­droog westelijk deel en kletsnatte westelijke percelen die grenzen aan het Zeekanaal dat van Brussel tot Willebroek loopt. Dit is meteen een van de oudste bossen van de streek, terwijl het Zee­kanaal een van de oudste kanalen van het land en zelfs van Europa is, want het werd in gebruik genomen op 11 oktober 1561.

ECONOMIE, ECOLOGIE, SOCIAAL

‘Dit jaar zal het nieuwe bosbeheerplan klaar zijn’, hoopt kasteeleigenaar ‘t Serstevens. ‘Dat moeten we uitvoeren in de loop van de komende jaren. Het is gestoeld op drie belang­rijke pijlers die ik volledig onderschrijf: econo­mie, ecologie en maatschappelijke relevantie. De Vlaamse en gemeentelijke overheid zijn partner in dit project. Dat vind ik erg belang­rijk. Zo werken we samen om dit belangrijk historisch erfgoed zo goed mogelijk te bewaren. Dat beheer kost veel geld en de familie, die het gebied nu al meer dan tweehonderd jaar in eigendom heeft, doet haar best om het volle­dige familiestuk zo goed mogelijk te vrijwaren.’

‘t Serstevens staat even stil bij de economi­sche component: ‘Met de huurinkomsten van de manege en de houtopbrengst van het bos kan ik een deel van de beheerkosten dragen. Maar vergeet niet dat de manegegebouwen gemoderniseerd moeten worden vooraleer je kunt spreken over een goede uitbating door de huurder. Ook dat kost geld dat je eerst moet investeren.’

Als het gaat over de sociale component gaat het vooral over het permanent open­ stellen van een groot deel van het bos, zij het dat een belangrijk deel afgesloten blijft om verstoring te beperken. Eén tot twee keer per jaar is het park open naar aanleiding van een of ander specifiek evenement. Dat gebeurde onder meer al voor de verjaardag van de plaat­selijke harmonie. ‘Zo kunnen de omwonen­den mee genieten van dit prachtige domein waarin ze rust en een mooie natuur vinden’, zegt ‘t Serstevens.

‘Dat zal ook in de toekomst zo blijven.’ Over de toekomst gesproken: die ziet er alles samen wel goed uit. ‘Gelukkig is mijn opvolging verzekerd. Mijn kinderen zullen zich later het lot van dit gebied blijven aantrekken, dat staat nu al vast.’