01 mei '23

Samenleven in
de Dorpsstraat

4442
door Liesbeth Bernolet
Goed samenleven is een van de grootste uitdagingen, zo signaleren de gemeenten de laatste jaren steeds luider. Het Plan Samenleven van de Vlaamse overheid wil daar een antwoord op bieden. Vijftien gemeenten van de Vlaamse Rand werken eraan mee. Wat houdt het plan in?

Met de nieuwe aanpak van integratie en inburgering wil Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open VLD) de diversiteit in onze maatschappij omarmen en het samenleven versterken. Meer dan ooit ligt die taak bij de lokale besturen. ‘Samenleven gebeurt in de eerste plaats in de Dorpsstraat, niet in de Wetstraat. Het zijn de lokale besturen die het beste weten welke projecten nodig zijn voor hun gemeenten’, zegt minister Somers. Ook in de zes faciliteitengemeenten wordt het Plan Samenleven aangepakt. Dat gebeurt via de gemeenschapscentra van vzw ‘de Rand’. In vier van die centra is er een samenwerking met PIN vzw.

Mee aan het stuur

Met het Plan Samenleven wil minister Somers meer dan ooit inzetten op resultaat. Waar tot begin deze legislatuur het Agentschap Inburgering en Integratie in Vlaanderen meer dan 380 projecten uitrolde om de uitdagingen van de diverse samenleving aan te gaan, schuift het Plan Samenleven 24 concrete acties over 7 thema’s naar voren. Denk daarbij aan het opzetten van wijkverbeteringscontracten, oefenkansen Nederlands, het inrichten van zomerscholen, nieuwe inwoners toeleiden naar sport en cultuur, van scholen brugfiguren maken en kansengroepen naar de arbeidsmarkt begeleiden.

Dat de lokale besturen nu al onder druk staan en almaar meer verantwoordelijkheden op hun bord krijgen, weerlegt het kabinet Somers. ‘Sinds drie jaar hebben we voor de lokale besturen extra middelen voorzien. Dit jaar gaat het over meer dan 14 miljoen euro. De komende jaren trekken we dat bedrag nog op. Wie dus mee instapt, krijgt daar de middelen voor.’ Het Agentschap Inburgering en Integratie behoudt een ondersteunende rol. ‘De lokale besturen zitten mee aan het stuur’, zegt Somers.

Ook in de faciliteitengemeenten

Somers is trots. ‘Het plan is nu al een onverhoopt succes. In het eerste jaar mikten we op een deelname van 28 lokale besturen; nu stapten al 105 lokale besturen mee in het project.’ Zo ook bijna alle gemeenten van de Vlaamse Rand. ‘De Vlaamse Rand heeft een grote instroom van nieuwe inwoners uit Brussel. Daardoor zijn er in deze regio soms grote uitdagingen om optimaal samenleven verder vorm te geven. Denk alleen maar aan de taal.’

We moeten afstappen van een aanbod op maat van ‘de’ nieuwkomer, want die groep is ontzettend gemengd en heterogeen geworden.

Van de 24 mogelijke acties uit het Plan Samenleven zetten de lokale besturen in de Vlaamse Rand duidelijk op dezelfde soort projecten in. Daarbij vinden ze vooral de thema’s ‘netwerk’ en ‘Nederlands’ prioritair om nieuwkomers wegwijs te maken in onze samenleving. Zo dienden de initiatiefnemers projecten in die nieuwe inwoners in contact moeten brengen met cultuur en sport, die een brug moeten maken naar het onderwijs en die oefenkansen Nederlands omvatten.

Ook in de faciliteitengemeenten wordt er werk gemaakt van het Plan Samenleven via vzw ‘de Rand’ en zijn gemeenschapscentra. De centra maakten zelf de keuze hoe ze die uitdagingen willen aanpakken. Daarbij hielden ze rekening met de bestaande dynamieken in de centra, de lokale uitdagingen en noden, en de actieve partnerorganisaties. De Lijsterbes in Kraainem en de Kam in Wezembeek-Oppem werken met eigen personeel. Er worden twee extra gemeenschapswerkers aangeworven om het aanbod Oefenkansen Nederlands te versterken, kinderen en jongeren met een migratieachtergrond of beperking toe te leiden naar het Nederlandstalige vrijetijdsaanbod en de brug te maken tussen de werking van de centra en de scholen in de gemeente.

In de andere vier faciliteitengemeenten kiezen de gemeenschapscentra voor een samenwerking met PIN vzw. Deze organisatie bouwde de voorbije vijftien jaar ervaring op met de methodiek Toeleiders in diversiteit, bijvoorbeeld voor het lokaal onthaal van nieuwe inwoners met een migratieachtergrond. ‘Omdat integratie en samenleven processen zijn die zich hoofdzakelijk in de lokale context afspelen, vinden we het belangrijk om bij de uitvoering van het Plan Samenleving in die lokale context te kunnen werken’, legt Jo Van Vaerenbergh, algemeen directeur van vzw ‘de Rand’ uit. ‘De uitdagingen in Kraainem zijn bijvoorbeeld niet dezelfde als die in Drogenbos. Met het uitwisselen van ervaringen en evaluatiemomenten willen we van elkaar leren.’

Mee het verschil maken

PIN vzw neemt een ondersteunende rol voor het Plan Samenleven op in Sint-Genesius-Rode, Linkebeek, Drogenbos en Wemmel. Daarvoor is Ayham Salloum als coördinator aangesteld. De jonge dertiger is afkomstig uit Syrië, studeerde in Oekraïne en kwam zeven jaar geleden als erkende vluchteling in een gastgezin in Dilbeek terecht. ‘In die zeven jaar heb ik mijn omgeving in de Vlaamse Rand zien veranderen naar een meer diverse en meertalige samenleving. Door mijn ervaring bij PIN vzw merk ik dat almaar meer lokale besturen openstaan voor die nieuwe samenleving. Het is eenvoudigweg de realiteit.’

Dat geldt ook voor de gemeenschapscentra van vzw ‘de Rand’, weet Salloum. ‘Zij zijn vragende partij omdat ze ervan overtuigd zijn dat hun centra een plaats moeten zijn voor iedereen.’ Dat bevestigt Jo Van Vaerenbergh: ‘Het leeft in onze centra. De samenwerking met PIN en het werken aan een concreet plan van aanpak zorgt voor een fijne dynamiek. Plan Samenleven kan een verschil maken.’

De beproefde methodiek Toeleiders in diversiteit van PIN vzw biedt de kans om nog meer en gerichter inwoners met een migratieachtergrond te bereiken. Daarvoor wordt in de vier centra een ervaringsdeskundige aangesteld. Het zijn mensen met een migratieachtergrond die door hun eigen ervaringen met een andere bril naar de diverse samenleving kijken. ‘Zij brengen de nieuwe diverse groep inwoners in kaart en leiden ze toe naar het bestaande aanbod van de gemeenschapscentra. Zo krijgen de medewerkers een beter inzicht in hun noden en interesses’, legt Salloum uit. ‘De aanpak moet anders. We moeten afstappen van een aanbod op maat van ‘de’ nieuwkomer, want die groep is ontzettend gemengd en heterogeen geworden. ‘De groep nieuwe inwoners met een migratieachtergrond is veel diverser geworden. Diversiteit staat niet meer aan de rand van de samenleving, maar maakt er integraal deel van uit. We moeten evolueren naar een integrale aanpak.’

‘Dat klopt’, vult Van Vaerenbergh aan. ‘Wanneer meer dan de helft van je doelpubliek bestaat uit mensen met een migratieachtergrond kan je nog moeilijk vertrekken vanuit een categoriale aanpak. In alle activiteiten van onze gemeenschapscentra werken we aan gemeenschapsvorming met het Nederlands als verbindende taal. Via het Plan Samenleven willen we over drie jaar over onze zes gemeenschapscentra heen 15.000 individuele oefenkansen Nederlands hebben gerealiseerd, 2.400 kinderen en jongeren naar het Nederlandstalige cultuuraanbod hebben toegeleid en 1.200 kinderen en jongeren in contact hebben gebracht met het lokale sportaanbod. Ook willen we dat clubs en verenigingen tegen dan 2.000 keer de brug hebben gemaakt tussen anderstalige ouders en het Nederlandstalige netwerk.’

Warm welkom

Om resultaat te boeken, gelooft Salloum vooral in een warm welkom. ‘Net zoals scholen kunnen gemeenschapscentra voor veel nieuwe inwoners vertrouwen uitstralen. Het is belangrijk om de drempels te verlagen en dezelfde taal te spreken. Elkaar te kennen en te erkennen. Dat schept vertrouwen en daar draait het om.’ Zo moeten de ervaringsdeskundigen in de centra ook brugfiguren zijn voor de nieuwe inwoners.

Uiteraard is de kennis van het Nederlands daarbij belangrijk. Het is meer dan enkel het volgen van een cursus Nederlands. ‘Mocht er morgen een middel bestaan waardoor iedereen plots Nederlands zou spreken, dan nog zou niet iedereen aan de samenleving deelnemen. Achter het kennen van de taal schuilt dat warm welkom, duidelijke informatie geven en wegwijs maken’, zegt Salloum stellig. ‘Met het Plan Samenleven zetten we stappen in het bouwen van een inclusieve samenleving. Ik geloof daar in. Meer nog: ik droom dat PIN vzw op een dag niet meer hoeft te bestaan en dat de gemeenschapscentra PIN vzw niet meer nodig zullen hebben om alle inwoners te bereiken.’