01 feb '20

Groen en Vlaams

942
door Geert Selleslach
Eind november stelde de minister voor de Vlaamse Rand, Ben Weyts (N-VA), in het Vlaams Parlement zijn beleidsnota voor de komende vijf jaar voor. Daarop konden de verschillende partijen hun opmerkingen en standpunten kwijt.

Over de omgevingsanalyse - de toestand van de Rand - die een mooi overzicht geeft van waarmee de regio te kampen heeft, bestaat er grotendeels consensus in het parlement. Over prioriteiten, accenten en manier van aanpak durven de meningen stevig te verschillen.

Randfonds

De minister pakte fier uit met zijn Randfonds, waarmee hij extra geld (elk jaar 4 miljoen euro of 20 miljoen euro over de hele legislatuur) kan inzetten voor de Rand. ‘Het betekent voor deze legislatuur een verhoging van het budget voor de Rand met maar liefst 60%’, aldus de minister. Ook wanneer het geld niet wordt besteed, blijft het voor de Rand bestemd. Minister Weyts: ‘Vroeger moest ik bij de andere ministers gaan bedelen om binnen hun bevoegdheid ook aandacht te hebben voor de Vlaamse Rand. Met het Randfonds kan ik zelf bepalen waarin er wordt geïnvesteerd.’

De minister zal zelf bepalen waar hij het geld voor gebruikt. Volgens de oppositie ruikt dat naar willekeur en het is meteen ook het zwakke punt van het Randfonds, dat volgens hen ook ruimschoots tekort zal schieten. Zij pleiten, net zoals het Toekomstforum met de burgemeesters uit Halle-Vilvoorde, al een hele tijd voor de erkenning van de regio als ‘centrum regio’ om zo - naar analogie van de centrumsteden - meer middelen naar de Rand te kunnen krijgen. Een tweede zwak punt van het Randfonds is dat de andere ministers de neiging zouden kunnen hebben om minister Weyts maar uit zijn Randfonds te laten putten om een aantal zaken in de Vlaamse Rand te realiseren zodat zij hiervoor niet aan hun eigen budget moeten zitten.

Prioriteiten

Het beleid voor de Vlaamse Rand volgt de klemtonen die de Vlaamse Regering legt: focus op het Nederlands, meer dwingende inburgering en integratie, het Vlaamse karakter van de streek complexloos en assertief in de verf zetten, en het versterken van de groene en open ruimte. Er zullen maatregelen komen om de taalkennisverplichting voor bewoners van sociale woningen aan te scherpen, de toekenning van sociale rechten wordt afhankelijk gemaakt van aspecten van inburgering, de voorrang in het onderwijs zal afhankelijk zijn van de kennis van het Nederlands, en in heel de provincie Vlaams-Brabant zullen één miljoen bomen worden aangeplant.

‘Groen en Vlaams zal de Rand zijn, maar deze keuze stemt helemaal niet overeen met de pijnpunten die in de omgevingsanalyse worden bloot gelegd’, aldus Katia Segers (SP.A).  Volgens haar zullen een aantal plannen van de minister de juridische toets niet doorstaan. ‘Bovendien zijn er andere prioritaire noden zoals onder andere het onderwijs, betaalbaar wonen en het openbaar vervoer.’ Het klopt volgens haar niet om de Rand te beperken tot de 19 gemeenten. In de bredere Rand worden ook andere gemeenten geconfronteerd met gelijkaardige problemen. Peter Van Rompuy (CD&V) is dan weer tevreden met de beleidsnota. ‘Eindelijk komt er met het Randfonds extra geld naar de Rand en de taalkennis Nederlands is een belangrijk punt.’ Hij wil dat er nu eindelijk werk wordt gemaakt van een degelijke mobiliteit in de regio.

De minister bakent ook enkele strategische ankerpunten af. Volgens hem moet er geïnvesteerd worden in de noordelijke en zuidelijke kanaalzone. De Broeksite (het voormalige Uplace) in Machelen en een ontwikkelingsplan voor Ruisbroek (‘de Vuurtoren’) moeten de sociale cohesie herstellen. Ook de site Bierenberg in Sint-Genesius-Rode, die al meer dan twintig jaar onderwerp van discussie is, moet worden ontwikkeld. Hoe dat precies moet gebeuren, blijft onduidelijk. 

Veel plannen weinig geld

Klaas Slootmans van het Vlaams Belang stelt dat de situatie er na tien jaar N-VA op deze ministerpost schrikbarend op achteruit is gegaan. Hij heeft het over ‘een destructie van een culturele entiteit’, waarmee hij voor een goed begrip de Nederlandstalige gemeenschap bedoelt. Hij hoort veel doelstellingen en wil van de minister vooral verduidelijkingen over hoe hij een en ander gaat realiseren. Volgens Inez De Coninck (N-VA) schetst het Vlaams Belang ‘een bijna apocalyptisch beeld van de Rand’. Zij is veel positiever en suggereert een aantal samenwerkingsverbanden met de Regionale Landschappen, het Toekomstforum en vzw ‘de Rand’.

Groen benadrukt bij monde van Stijn Bex dat het Vlaamse karakter ondersteunen niet gereduceerd mag worden tot het verwerven van de Nederlandse taal. Hij pleit voor meer zachte mobiliteit en voor meer samenwerking met Brussel waar er bijvoorbeeld op vlak van onderwijs veel expertise is. Tot slot roept de minister de parlementsleden op om ambassadeurs voor de regio te zijn, zoals hij dat zal zijn op regeringsniveau.