26 feb '16

Mondspoelmiddel

1962
door Geert Selleslach
Misschien moeten we maar eens wat meer nadenken hoe onze woorden overkomen vooraleer we ze uitspreken. Hoe ze mensen in hokjes steken. Je krijgt bijna heimwee naar de vroegere lessen wellevendheid. Of naar de uitspraak van je moeder die zei ‘let een beetje op je woorden, jongen’.

Nu de ‘jungle van Calais’ wordt opgeruimd, kunnen we misschien - als volgende stap naar een meer humane samenleving - de jungle van ons taalgebruik opruimen?

Want we hebben weer wat mogen horen en lezen, de laatste tijd. Om alleen maar bij de vluchtelingenkwestie te blijven: asielaanrander, transitmigrant, Guantanamo maar dan zonder lijfstraffen, en gggrrr: afhandelingscentrum. Natuurlijk ook:  ‘ze’ zijn dit en ‘ze’ doen dat. Maar dat zijn ‘we’ al gewoon. Ondertussen denk ik aan een mondspoelmiddel.

Ik moet soms ook denken aan die oeroude Belgische communautaire kwesties. Als Franstaligen iets zeggen, zijn het Fransdolle honden die niet weten waarover ze praten. Luie betweters, quoi. Als de Nederlandstaligen iets zeggen, zijn het fascisten met een verkeerde vader tijdens WOII. Zwarthemden. Zo, iedereen op zijn plaats, dat hebben we weer eens goed gezegd. Ondertussen denk ik aan een mondspoelmiddel.

Het doet me ook denken aan de debatten in het Britse parlement met twee partijen die in een soort van arena wat tegen mekaar op staan te brullen. De jey’s en no’s vliegen in het rond en mister speaker klopt eindeloos met zijn hamer. Democratie, heet dat. Ondertussen denk ik aan een mondspoelmiddel.

Of aan een gemeenteraad die een aftelklok installeert en de spreker die over zijn tijd gaat met een belediging de mond snoert. Humor ongetwijfeld, want het is afgekeken van Monthy Python. Ja, er mag met alles gelachen worden, vooral met jezelf, maar mag het ook een beetje stijl hebben?

Misschien moeten we maar eens wat meer nadenken hoe onze woorden overkomen vooraleer we ze uitspreken. Hoe ze mensen in hokjes steken. Je krijgt bijna heimwee naar de vroegere lessen wellevendheid. Of naar de uitspraak van je moeder die zei: ‘let een beetje op je woorden, jongen’.

Gelukkig lees je in een krant af en toe al eens een troostende zin zoals: ‘Er worden zo veel dingen gezegd, het ene al wat ongelukkiger dan het andere.’ Want voor de rest is het dikwijls kwetsen en kleineren. En dan schrik je ervan hoe meedogenloos en berekend dat gebeurt.

Zo schrok ik onlangs ook op, om geheel andere reden. Ik zat in een café in alle rust van een kriek Boon te genieten toen ik door een onbekende vriendelijk werd aangesproken. Vriendelijk. 'Of er in Brussel iets te beleven valt?' 'Ja, binnenkort komt er elke week een militaire mars langs op de autovrije lanen, North Korean style', grapte ik. 'En of Molenbeek al opgekuist is?' 'Altijd proper geweest', grapte ik. Het werd een geanimeerd, beleefd gesprek en een gezellige avond. Zo kan het ook. En ondertussen denk ik aan meer kriek van Boon.