01 mei '21

De snelweg als
openluchtmuseum

891
door Tom Peeters
Dag na dag passeren duizenden auto’s een metershoog betonnen sculptuur langs de E40, maar wie kent de man achter het 'Signaal van Zellik' nog? Een tentoonstelling in Bozar revaloriseert de erfenis van de Brusselse beeldhouwer Jacques Moeschal, die kunst letterlijk naar het grote publiek bracht.

De inauguratie van het Signaal van Zellik in Groot-Bijgaarden was in 1963 op het televisiejournaal te zien. Een reportageploeg kwam de opbouw filmen van het 23 meter hoge monument en ontwerper Jacques Moeschal (1913-2004) werd geïnterviewd in zijn atelier. Het abstracte beeldhouwwerk paste perfect in het toenmalige vooruitgangsdenken, dat successectoren als de automobiel- en betonindustrie koppelde aan de democratisering van de kunsten, weg uit het stijve museum, naar de massa. Het grote publiek had de Brusselse beeldhouwer leren kennen tijdens Expo 58 met De Pijl, een opvallende betonnen sculptuur met een oversteek van meer dan 80 meter die hij samen met een ingenieur en een architect had gebouwd. ‘Signalen‘ zou hij vooral in de jaren 1960 en 1970 als merktekens langs autosnelwegen neerzetten. Ze signaleerden met monumentale allure dat je een bepaalde regio of stad binnen- of uitrijdt.

Sneller weg dan gekend

‘Maar onze generatie kent hem dus niet meer’, zucht Angelique Campens, die de tentoonstelling Architecture Sculptures cureert in samenwerking met Architecture Curating Practice. ‘Wij reden Brussel binnen en buiten zonder te weten wat we zagen, laat staan dat we wisten wie het daar had neergepoot.’ Campens ontdekte het pas tijdens haar studies kunstgeschiedenis. De naam Moeschal werd lange tijd alleen maar opgerakeld wanneer één van zijn constructies werd afgebroken. De Pijl moest al in 1970 plaatsruimen voor een nieuwe Heizelparking. Bij de herinrichting van het Muntplein en recenter de afbraak van Parking 58 in Brussel verdwenen nog andere sculpturen van Moeschal uit de openbare ruimte.

Archisculpture

Moeschal maakte zijn eerste Signaal in 1959. ’Toen nog gekapt in steen in een groeve in Oostenrijk. Als plaatsvervangend voorzitter van de International Sculpture Symposium schreef hij met La Route des Hommes meteen een manifest. Volgens hem moest kunst van iedereen zijn. Hij wilde de autosnelweg als museum gebruiken. Zijn betonnen Signalen zijn te zien op snelwegen in de woestijn in Israël, Mexico, op de BelgischFranse grens in Hensies en in Aalbeke. De kunstenaar zelf bleef er veeleer bescheiden bij. Hij wilde niet alleen zijn naam op de sokkel, maar de namen van iedereen die bij de bouw betrokken was, van de ingenieur tot de arbeiders.

‘Moeschal wilde niet alleen zijn naam op het kunstwerk, maar alle namen van iedereen die bij de bouw betrokken was.

Als gediplomeerd architect ontwierp hij ook interieurs en huizen, meestal in modernistische stijl, en maakte hij kleinere sculpturen voor in de tuinen van zijn bemiddelde vrienden-verzamelaars. Dat deed hij om geld in het laatje te brengen. ‘Het meest trots was hij op de monumentale sculpturen’, benadrukt Campens, die gefascineerd raakte door zijn betonnen kunstwerken.

Grenzen vervagen

Momenteel geeft de curator een masterseminarie Archisculpture en werkt ze aan een doctoraat over de wisselwerking tussen architectuur en sculptuur. ’Ook Moeschal doceerde de vakken architectuur en sculptuur in één cursus. Net als Le Corbusier en Oscar Niemeyer heeft hij de grenzen tussen die disciplines helpen vervagen. Hij wilde de schotten weg. Zonder zijn achtergrond als architect zouden zijn Signalen nooit gebouwd zijn. De geometrische vormen van zijn sculpturen hebben trouwens ook een praktische functie: hoe groter en abstracter ze zijn, hoe beter je ze kan zien als je er aan hoge snelheid voorbij rijdt.’

Voor de expo in Bozar heeft Campens de verschillende Signalen opnieuw laten fotograferen. Daarnaast zijn er een heleboel detailtekeningen en maquettes te zien, ook van niet gerealiseerde projecten, zoals het veel te prijzige idee om de hele Ring rond Brussel vol te bouwen met Signalen. De expo sluit af met een film van kunstenares Ann-Veronica Janssens, die in 1970 de afbraak van De Pijl documenteerde. Die beelden worden versneld en achterstevoren afgespeeld, zodat het lijkt alsof je naar de opbouw aan het kijken bent. Zoals dat wel vaker gaat met onze openbare ruimte is na de afbraakpolitiek de tijd van opwaardering aangebroken.

19 MEI TOT 21 JULI
Architecture Sculptures.
Jacques Moeschal
Brussel, Bozar, www.bozar.be