02 jul '18

Lismonde en de architectuur

266
door Lene Van Langenhove
‘Voor mij is een kunstwerk een wandeling. Je moet erin kunnen bewegen, zigzaggen, zoals tussen theaterdecors of in een mentaal landschap.’ Deze uitspraak van Lismonde toont aan hoeveel belang hij hechtte aan ruimtelijkheid en diepte, en verraadt meteen ook zijn passie voor architectuur.

Zelf kocht Jules Lismonde in de jaren 1950, toen het nog betaalbaar was, de prachtige villa Les Roches in het schilderachtige, groene Linkebeek. Hij voegde er enkele veranda’s aan toe zodat de natuur langs alle kanten de kamers binnendringt en je de hele dag van direct zonlicht profiteert. Zijn huis stond altijd open en ook na zijn dood kan je er elke zondag kennismaken met zijn werk en worden er geregeld optredens en lezingen georganiseerd.

De Europese steden

Momenteel loopt er de expo Lismonde en de architectuur. De bouwkunst was immers een belangrijke bron van inspiratie. Na enkele jaren van Pajotse landschappen en dorpsgezichten legt Lismonde zich in de jaren 1950 toe op tekenen met houtskool. Hij is uitermate geboeid door de architectuur van Griekse en Italiaanse steden, of de havens van Amsterdam en Dordrecht, en reist ook naar Toulon en Parijs.

De portretten uit deze periode zijn net als zijn architecturale tekeningen krachtig gestructureerd met ritmische lijnen. Ontelbare zwarte houtskoollijnen vormen samen een complexe structuur op het witte vlak. Het lijken wel imaginaire gebouwen of steden. Toch vertrekt hij vaak van de werkelijkheid: zijn omgeving, de natuur rond hem en zelfs de actualiteit.

Punten en lijnen

Lismonde speelt met licht en schaduw, waardoor de zwartwittekeningen erg levendig overkomen. Soms zit hij maanden aan een tekening, hij denkt urenlang na over een welbepaald puntje of lijntje. Zijn werk wordt steeds abstracter en met deze stijl breekt hij rond de jaren 1960 ook internationaal door. Hij neemt deel aan de Biënnales van Venetië en Sâo Paulo, en krijgt verschillende retrospectieven.

Later wordt zijn werk minder donker en is er meer witruimte voor driedimensionale vormen en arcades, die opnieuw perspectief toelaten. Ondertussen heeft de muzikaliteit van zijn bewegingen zijn interpretatieve vrijheid versterkt. Zijn gevoel voor ritme komt overigens niet uit de lucht vallen: als kind speelde Lismonde goed dwarsfluit en hij twijfelde sterk om een muzikale carrière uit te bouwen, maar koos dan toch voor de Academie voor Schone Kunsten in Brussel. Gelukkig maar, want zijn oeuvre is een omweg waard.

TOT 16 SEP
Lismonde en de architectuur
Linkebeek, Huize Lismonde, Dwersbos 1, www.maison-lismonde.be