01 feb '10

‘Het ligt niet in onze aard om terug te blikken’

826
door Ines Minten
In 1971 ontmoetten ze elkaar voor het eerst tijdens de opnames van een televisieprogramma op de toenmalige BRT. Sindsdien zijn ze partners in de liefde en op de planken, en een gevierd showbizzkoppel. Het verhaal van een fenomeen.

Nicole en Hugo vieren hun veertigste verjaardag met een nieuwe theatershow in de Vlaamse culturele centra. ‘We tonen de hele waaier van wat wij kunnen’, zegt Hugo. ‘Dus niet alleen het entertainmentaspect, maar ook ons theater, ons internationaal repertoire, onze poëzie. We kijken er enorm naar uit.’ De première vindt plaats op 11 februari (2010) in GC de Zandloper in Wemmel, de gemeente waar het showbizzkoppel al vier decennia samen woont.

Hoe het begon

Hugo Sigal wou als jongeman absoluut acteur worden. ‘Maar mijn vader had zware twijfels over die keuze’, vertelt hij. ‘Hij vroeg een vriend van hem die in het vak zat om die plannen uit mijn hoofd te praten. De man nodigde me uit om eens iets te tonen en dus bereidde ik een stukje voor uit de Vos Reynaert. Achteraf belde hij mijn vader op en zei: Jos, als je die kleine niet naar het conservatorium laat gaan, praat ik nooit nog met je. En zodoende.’ Na het conservatorium kon Hugo aan de slag in het jeugdtheater, waar hij zeven jaar bleef.

Nicole Josy: ‘Ik heb voor tolk gestudeerd, omdat mijn vader zo graag wou dat ik een diploma haalde. Daarna sloten we een compromis: hij gaf me twee jaar om te bewijzen dat ik mijn weg kon vinden in de showbusiness. Lukte het niet, dan zou ik voor hem gaan werken. Dat laatste is nooit nodig geweest.’ Nicole werkte een vijftal jaar als solozangeres en werd gevraagd voor een optreden op de BRT. ‘De presentator werd ziek en de makers moesten in allerijl op zoek naar een vervanger. En toen wandelde Hugo mijn leven binnen ...’ Een coup de foudre. Een ander woord hebben de twee er niet voor. ‘Ik zag haar en het was onmiddellijk: wauw!’ Ze zetten hun eerste danspasjes samen, kregen nieuwe uitnodigingen voor televisieshows en vervolgens viel Goeiemorgen, morgen uit de lucht. ‘Zo begon de geschiedenis van Nicole en Hugo’, lacht hij.

Graag zien en veel praten

Veertig jaar samen. Gelukkig samen. Wie de huwelijksstatistieken bekijkt, kan niet anders dan het koppel welgemeend feliciteren. Het geheim achter een stevige relatie ligt hem volgens Nicole en Hugo in elkaar graag zien en heel veel praten. ‘Ik zou mijn leven niet anders kunnen voorstellen dan met Nicole. En dat gevoel wordt alleen maar sterker met ouder worden’, zegt Hugo.

‘Het is misschien niet evident om veertig jaar lang samen te leven én te werken. Maar we staan daarin allerminst alleen. Wij lopen gewoon meer in de kijker omdat we geregeld in de pers komen, en dan wordt het bijna voorgesteld alsof wij abnormaal zouden zijn. Terwijl onze slager en zijn vrouw eigenlijk precies hetzelfde doen in hun zaak. Wij hoeven onze tijd en onze liefde ook niet te verdelen. Volgens mij schuilt daarin onze kracht. We moeten alleen voor elkaar zorgen. Mochten we kinderen gehad hebben, dan hadden we wellicht een heel ander leven geleid. Dan was ik gestopt, omdat ik vind dat je voor een kind tijd moet maken. Ik wou geen kinderen om ze dan door anderen te laten opvoeden. Het was dus ofwel samen kinderen hebben ofwel samen werken’, zegt Nicole.

Niet te geloven

Nicole en Hugo noemen hun theatertournee niet voor niets Niet te geloven. ‘Omdat we het zo ongelooflijk vinden dat we al veertig jaar bezig zijn. De jaren zijn echt voorbij gevlogen’, zegt Nicole. Hugo: ‘We beseffen daardoor wel dat we meer willen profiteren van de tijd die ons nog rest.’ Na de première in Wemmel staan er nog zo’n veertig optredens op het programma. Nicole en Hugo willen zich tijdens deze tournee van hun meest veelzijdige kant laten zien. Een stukje van hun bekende repertoire hoort er uiteraard bij, maar het duo wil veel verder gaan. ‘We willen de mensen laten zien dat we niet alleen schlagers en ambiance kunnen brengen’, legt Hugo uit. ‘We brengen zeker een aantal nummers uit onze laatste twee cd’s. Daar zitten liedjes tussen die Bart Peeters, Jan Leyers, Bart Herman en vele anderen voor ons geschreven hebben. Maar natuurlijk kan een overzicht van onze veertig jaar niet ontbreken. Vandaar dat we ook een gedeelte van ons cruise-repertoire zullen zingen, dat een stuk internationaler is dan veel mensen van ons gewend zijn. Tot slot sluizen we er wat elementen van mime, theater en clownerie in. Een zeskoppig live-orkest zal ons begeleiden. Het is de hele waaier van wat we kunnen.’

Respect nu

Nicole en Hugo hoeven niet lang na te denken als je hen naar de mooiste momenten uit hun carrière vraagt. ‘Voor mij is dat ongetwijfeld onze overwinning in het televisieprogramma Zo is er maar één, met De pastorale van Ramses Shaffy en Liesbeth List. Toen beseften we dat wij het geluk hebben dat de mensen ons nu appreciëren. Ann Christy en Louis Neefs hebben pas na hun dood respect gekregen. Anneke heeft bijvoorbeeld nooit platen verkocht. Pas toen ze gestorven was, wilde iedereen haar liedjes hebben. Met Louis precies hetzelfde. Het doet ons deugd dat wij dat wel zelf mogen meemaken. Vandaar dat we ook zo genieten van de publieksprijzen die we krijgen.’

Het belang van het Eurovisiesongfestival in hun carrière valt evenmin te onderschatten. In 1971 wonnen ze de preselecties met het ondertussen legendarische liedje Goeiemorgen, morgen. Vlak voor hun vertrek naar Dublin kreeg Nicole echter hepatitis en het duo moest verstek laten gaan. Twee jaar later waagden ze het opnieuw met Baby baby. Dat nummer sloeg aan in eigen land, maar Europa ging niet overstag. ‘We eindigden op de laatste plaats’, vertelt Hugo. ‘Desondanks heeft die deelname ons veel goeds bezorgd.’ Nicole pikt in: ‘Met de vijftigste verjaardag van het Festival, wilde iedereen ons erbij hebben. Met onze purperen kostuums en onze danspasjes waren wij in 1973 eigenlijk de voorlopers van ABBA. Bekijk de finalekostuums van Mama Mia maar eens goed. Helemaal dezelfde stijl als de onze, alleen nog meer uitvergroot.’ De Eurosongorganisatie nam contact op met André Vermeulen. ‘Nicole en Hugo, leven die nog?, vroegen ze hem, en hij antwoordde: O ja! Die zijn nog alive and kicking!’ Wat niemand vooraf wist, was dat Nicole en Hugo hun oude paarse kostuums nog hadden ... ‘En er nog in konden!’ lacht Nicole. ‘Toen we daarmee op het podium verschenen, ging heel de zaal uit zijn dak.’ Ze glunderen allebei bij de herinnering, maar toch besluit Hugo: ‘Eigenlijk ligt het helemaal niet in onze aard om terug te blikken. Oude filmpjes bekijken we zelden of nooit. We leven vandaag. Wat nu gebeurt, is van tel. Wat morgen komt, zullen we dan wel zien. En het verleden is belangrijk omdat het ons gebracht heeft waar we vandaag staan.’ Hoog van de toren blazen, ligt evenmin in hun karakter. ‘We kunnen onszelf relativeren’, benadrukt Nicole. ‘En we lachen graag en veel.’ Hugo voegt eraan toe: ‘Wij zijn altijd gewoon onszelf gebleven. De Nicole en Hugo die je op het podium ziet, zijn dezelfde mensen als die je ernaast ontmoet. Daar ligt waarschijnlijk een groot deel van ons succes. De mensen houden niet van façades.’

De goesting komt vanzelf

Sinds het hernieuwde succes van de afgelopen zeven jaar zijn 20 tot 25 optredens per maand veeleer regel dan uitzondering. ‘Na dit jaar willen we het dan ook echt wat kalmer aan doen. Sinds 2003 - toen we in de musical Zo mooi zo blond hebben gespeeld - is de bal weer volop aan het rollen gegaan voor ons’, zegt Nicole. ‘Het jaar erop heeft Studio 100 ons, aanvankelijk als grap, ingeschreven voor de preselecties van het Eurosongfestival. Die hebben we toen nét niet gewonnen. Maar sindsdien is het druk gebleven. Het wordt wat veel. Vanaf 2011 willen we geen optredens meer plannen waarvoor we van de ene uithoek van het land naar de andere moeten hollen. En we willen meer tijd vrijmaken om te reizen en met vrienden af te spreken. Maar helemaal stoppen zit er absoluut nog niet in.’ Hugo: ‘We doen wat we doen nog altijd met hart en ziel. Zoiets hou je niet vol als je niet aan elk optreden plezier beleeft. Wij hebben nog nooit tegen onze zin op het podium gestaan. Voor we vertrekken, denken we wel eens: Oh, konden we nu maar thuisblijven. Maar zodra we ter plaatse zijn, komt de goesting vanzelf.’

 

Dit artikel is verschenen in RandKrant februari 2010.