01 jun '17

Oude landschappen
op steenworp van Brussel

1077
door Herman Dierickx
In het nijvere Vlaanderen zijn de landschappen de voorbije decennia sterk veranderd. Bouw en andere landschapsbepalende activiteiten hebben er een zootje van gemaakt, waarvoor we intussen wereldberoemd zijn, maar hier en daar, op een heuvel of in een dal, vind je nog een sterretje.

Vijftig jaar terugkijken in de tijd levert een beeld op van nostalgische gehuchten waar de tijd lang bleef stilstaan, maar waar de moderne tijden inmiddels vakkundig en op indrukwekkende wijze hun stempel hebben gedrukt. Deze moderne tijden zijn doorgedrongen tot in het kleinste uithoekje van ons gewest en doen ons perplex staan van zoveel verandering op zo’n korte tijd.

En toch, en toch, als je wat sfeer van die eeuwenoude landschappen wil opsnuiven, kan je die her en der terugvinden, zelfs dicht bij Brussel. Een exemplarisch voorbeeld is het piepkleine dorpje Mullem bij Oudenaarde, waarvan het centrum weggelopen lijkt uit een landschapsschilderij van de 19e eeuw. Nog dichter bij de Rand en Brussel staan delen van Bellingen, Bogaarden en Pepingen model voor dat prachtige Pajotse landschap van pakweg tweehonderd jaar geleden.

Dat heeft veel te maken met het huidige stratenpatroon, dat teruggaat tot lang vervlogen tijden, maar ook met kerken en enkele imposante hoeven die nog steeds de glorie van weleer uitstralen en een sfeer oproepen die in de Rand stilaan zeldzaam wordt. 

DE GEHUCHTEN

Langs de schreeuwlelijke Ninoofsesteenweg liggen verschillende gebouwen met grote historische en landschappelijke waarde. Dat is onder meer het geval met de huisnummers 106, 108-110 en 145-149. De beschermde parochiekerk Sint-Martinus staat vlakbij te pronken met de oudste delen uit de 14e eeuw. Binnen- en buitenkant van de kerk zijn geroemd om hun belangrijke bouw elementen en meubilair. De verdwenen Vuurmolen lag aan de Ninoofsesteenweg 120.

Als je daar zo staat, is – met wat verbeelding – de sprong naar het tweehonderdvijftig jaar oude verleden helemaal niet zo groot.

De landschappen ten noorden van de steenweg zijn verrassend open en uitgestrekt, en dus uitstekende wandelgebieden. Het zacht glooiende reliëf, zo typisch voor de streek, heeft een specifieke en voor sommigen onweerstaanbare aantrekkingskracht. In gehuchten als Hoesnaeke, Geiling, Plutsingen, Teleweide en Terheugen – ja, allemaal in het Pajottenland – zijn nog oude gebouwen in goede doen. Het Kasteeltje, met een parkstructuur eromheen is daar een mooi voorbeeld van, en is gelegen in de straat Hoesnaeke.

HET BRONBOS

De voormalige Hoeve Cantimpré en het nog bewaarde Hof ter Kammen, aan de Kriekelaerestraat, zijn mooie voorbeelden van die indrukwekkende hoeven. Ze bekleedden elk een plek op beide oevers van de Roskambeek, waarvan de landerijen zelfs nu nog authentiek landschappelijk en ecologisch representatief zijn voor de situatie zoals die er uitzag ten tijde van de opmaak van de Ferrariskaarten omstreeks 1775. Als je daar zo staat, is – met wat verbeelding – de sprong naar het tweehonderdvijftig jaar oude verleden helemaal niet zo groot. 

Evenwijdig met de Nieuwe Baan in Bellingen ligt een mooi voorbeeld van de soortenrijke bronbossen die kenmerkend zijn voor het westelijk deel van de provincie Vlaams-Brabant met zijn typische leembodems: het Moeliebos. Net over zijn hoogtepunt in deze periode van het jaar, maar in april en mei volgend jaar komt de voorjaarsflora weer helemaal tot zijn recht. Een mooi voorbeeld daarvan vind je in het deels toegankelijke Park ter Rijst in de uiterste zuidwestpunt van Pepingen, met ingang aan de Kasteelstraat. Verder naar het westen loopt deze leemstreek over in de Vlaamse Ardennen, waar je opnieuw schitterende voorbeelden vindt van deze bronbossen.

HET GRENSGEBIED

Vlakbij heb je ook al zo’n indrukwekkende hoeve die nog dateert uit de periode van de Stevenisten, die zich in 1802 afscheurden van de katholieke kerk omdat ze het niet eens waren met de door Rome toegelaten staatsinmenging door Napoleon. Het weliswaar beperkte zwaartepunt van deze religieuze groep ligt tegenwoordig in Halle, maar in Gooik is er nog een kapel waar elke zondag een dienst plaatsvindt. Om maar te zeggen welke soms bizarre diversiteit aan maatschappelijke aspecten het Pajottenland zoal inhoudt.

Iets verderop naar het zuiden ligt Wallonië, dat zo mogelijk nog landelijker is dan dit deel van Vlaanderen. Daar verandert het buitenproportionele bedrijvenpark aan de Chaussée d’Enghien niets aan. Nog meer zuidwaarts heb je al de mooie contouren van de Zennevallei, die zich vrij en vrolijk door het landschap wringt. Dan zijn we al een eindje van Pepingen verwijderd. Dat is voor een andere keer.