01 feb '21

‘Bieten kappen en met de tractor rijden’

1904
door Michaël Bellon
De internationaal geroemde choreografe Anne Teresa De Keersmaeker van dansgezelschap Rosas reist al heel haar carrière tussen Brussel en andere wereldsteden, maar ze woont in Gaasbeek en bracht haar jeugd door op de familieboerderij in Wemmel.

Anne Teresa De Keersmaeker (60) woont in Gaasbeek, haar dansgezelschap is gevestigd in Vorst, maar ze is afkomstig uit Wemmel, waar de familie De Keersmaeker, nageslacht van ene Cornelius De Keersmaeker die al in 1754 in de gemeente aanbelandde, thuis was in Hof ten Obbergen aan de Obberg nummer 45. Het oude hof, dat al vermeld staat op de Ferrariskaarten van het einde van de 18e eeuw, bestond uit een grote hoeve met ongeveer 25 ha landbouwgrond die zich uitstrekte tot aan het Laarbeekbos, en een ‘gemengd patroon’. Toen de jonge Anne Teresa er in de jaren 60-70 vertoefde, waren er nog altijd zo’n 25 koeien, drie paarden, vier varkens – waarvan er elk jaar één werd geslacht – schapen, kippen, tarwe, bieten, aardappelen, melk en boter.

Anne Teresa De Keersmaeker: ‘Mijn vader Maurits is op het Hof geboren in 1923 als laatste van acht kinderen. Zijn vader Petrus De Keersmaeker, mijn grootvader, is geboren in 1865 en gestorven in de jaren 30. Hij was op oudere leeftijd blind geworden en het verhaal gaat dat er altijd een gans bij hem liep. De moeder van mijn vader, Marie Antoinette Walravens, is van 1875 en stierf in 1965 toen ze 90 jaar was. Ik heb het altijd ongelooflijk gevonden dat mijn grootouders van 1865 en 1875 waren. Grootmoeder herinnerde zich nog dat er op het Bockstaelplein in Laken paarden aan het ploegen waren, en dat daar pas lang nadien (vanaf 1907, red.) het gemeentehuis werd gebouwd.’

Dood in bad

Grootvader Petrus en grootmoeder Marie Antoinette hadden een gezin van drie jongens en vijf meisjes, waarvan Anne Teresa’s vader Maurits dus de jongste was. ‘De oudste broer was Henri De Keersmaeker, die burgemeester van Wemmel is geweest in de tijd voor Jos Geurts, van eind jaren 30 tot 1964. De andere broer was Frans. Hij was de boer van het hof. Zij werden allemaal ’die van Keske’ genoemd: ‘Maurits Van Keske’ of ‘Frans Van Keske’. De vijf zusters Adolphine, Valentine, Marieke, Leopoldine en Henriette zijn allemaal ongetrouwd op het Hof gebleven. Behalve mijn vader was Henri de enige die kinderen had. Hij trouwde met Paula Van Doorslaer, die meer dan honderd jaar is geworden. Hun dochter is getrouwd met de zoon van burgemeester Jos Geurts.’ Op die manier liet de grote familie De Keersmaeker relatief weinig nakomelingen na. Anne Teresa zelf heeft nog drie zussen en een broer, maar geen van hen woont nog in Wemmel.

Haar vader typeert de choreografe als een apart figuur. ‘Hij studeerde geneeskunde tijdens de Tweede Wereldoorlog maar is daarmee gestopt en is op de hoeve gaan werken. Hij is laat getrouwd en is dan aannemer geworden. Zo heeft hij verschillende huizen gebouwd en verbouwd en heeft hij ook de Romeinse villa aan de Rassel ontdekt. Maar na tien jaar is hij ook als aannemer gestopt en terug op de boerderij gaan werken.’

‘Bij Van Bladel ging ik met mijn tante patékes eten. Daar hingen overal spiegels en door die eindeloze weerspiegelingen ontstond mijn idee van oneindigheid.’

Anne Teresa’s moeder was Marie Jeanne Lindemans, afkomstig uit Opwijk. ‘Zij kwam ook uit een gezin van acht kinderen, maar dan met vijf zonen en drie dochters, het omgekeerde van mijn vader. Het was eerder een familie van Vlaamse intellectuelen. Haar vader Paul Lindemans was een landbouwingenieur die De geschiedenis van de landbouw in België (uit 1952, red.) heeft geschreven. Ze gaf als regentes Nederlands en Geschiedenis les in Laken, Halle, Asse en Ternat. Ze gaf in heel het Pajottenland voordrachten voor de Boerinnenbond en was ook zeer betrokken bij het Christelijk Middenstandsverbond CMVB (nu Markant, red.), de Nederlandse Kulturele Raad Wemmel en ze is ook nog opgekomen voor de verkiezingen.’

Nog een publieke figuur was gemeenteraadslid nonkel Frans. ‘Hij vertelde me altijd verhalen. Bijvoorbeeld dat hij van zijn moeder had gehoord dat er ooit een man in bad zat die werd vermoord door een vrouw met een mes. Later heb ik me gerealiseerd dat dat eigenlijk het verhaal was van Jean-Paul Marat die vermoord werd door Charlotte Corday tijdens de Franse Revolutie. Maar hij vertelde het aan mij alsof het iets was dat hij gehoord had uit een naburig dorp.’

En dan was er nog ‘tante Plie’. ‘Zo noemden we tante Marieke, die door anderen ‘Marieke van Frans van Keske’ werd genoemd. Een tot twee keer per week trok ze naar de Nieuwstraat om de toer van de magazijnen te doen. Wij mochten als kinderen vaak mee op zaterdag, met de boerentram langs ‘het viaduct’ tot aan ‘de Nord’. Ze kende alle vendeuses van de Innovation en de Bon Marché, en ging altijd een patéke of vol-au-vent eten bij Van Bladel tegenover de Bon Marché. Daar hingen overal spiegels, en door die eindeloze weerspiegelingen ontstond mijn idee van oneindigheid.

Hengst in de oven

Net als elders zijn de meeste boerderijen in Wemmel één voor één verdwenen. Hof ten Obberge is nu een woonerf en nog relatief intact. ‘De oude lemen schuur van tweehonderd jaar oud is wel ingestort tijdens een storm in de Nieuwjaarsnacht van 2000. Nonkel Frans noemde de schuur de Marie-Louise. Hij was een kleine jongen tijdens de Eerste Wereldoorlog en weet nog hoe het Duitse leger er zijn intrek innam, en dat de hengsten van de generaal in de grote broodoven moesten worden gezet.’

Het gezin waarin Anne Teresa opgroeide, woonde vijfhonderd meter verder in de Obberg, maar tijdens haar lagere schooljaren was ze heel vaak op het Hof te vinden. ‘Vanaf mijn tiende had ik dansles, maar daarnaast was ik er alle seizoenen. In de winter om bieten te helpen kappen en eten te geven aan de koeien in de stal. In de zomer om de oogst mee binnen te halen, met de tractor te ploegen, en op het veld illegaal met de camionette te leren rijden toen ik twaalf was.’

Anne Teresa De Keersmaeker kijkt ook met genoegen terug op het intensieve gemeenschapsleven in het dorp: de Scouts, de jeugdmissen in de Sint-Servaaskerk, café Hooghuis en evenementen als de Jaarmarkt. Ze volgde lager onderwijs aan de Sint-Jozefsschool, maar haar allereerste theaterervaring had ze in de turnzaal van de gemeenteschool. ‘Het Mechels Miniatuurtheater speelde er De bende van Jan de Lichte met een jonge Josse De Pauw en Tessy Moerenhout. Nog een belangrijk moment was de opening van gemeenschapscentrum de Zandloper in 1974 – toen nog aan de Zijp. Ik heb daar toen gedanst op muziek van Erik Satie in een choreografie van Lieve Curias. Deze inspirerende jonge leerkracht van het kleine balletschooltje zou een bepalende rol spelen voor het latere leven van De Keersmaeker. En de muziekschool van Wemmel bleek een laatste ankerpunt, omdat ook haar kinderen en zijzelf daar later nog les zijn blijven volgen.

Weemoed

Na drie jaar kostschool aan het Heilig Hartinstituut in Heverlee en drie jaar Maria Boodschap, waarvan het laatste jaar op kot in Brussel, werden de banden met Wemmel stilaan losser. Al is de emotionele band ondanks haar internationale carrière altijd gebleven. 

‘De afgelopen vijftig, zestig jaar is de gemeente natuurlijk enorm veranderd’, vertelt De Keersmaeker, die in 2012 ereburger van Wemmel werd. ‘Net zoals de andere randgemeenten van grootstad Brussel. Met als bijzonderheid dat Wemmel de enige faciliteitengemeente was aan de noordelijke kant, wat de verfransing in de hand heeft gewerkt. Er is vooral ongelooflijk veel gebouwd. Het nieuwe centrum aan de Markt in Wemmel was ook symbolisch. Zoals in vele dorpen verenigde het nieuwe centrum de mensen rond consumptie in plaats van het spirituele en de ontmoeting. Maar de eerste stap was eigenlijk al de aanleg van de Ring en alles wat daaruit is gevolgd. Bij de brand van de Innovation in 1967 konden we de rookpluim nog zien vanop de Zevenbunder, een groot stuk land aan het Hooghof in Zellik. Waar nu het UZ is, waren toen alleen maar velden. Herman Teirlinck heeft nog geschreven wat die aanleg van de Ring voor de Zennevallei betekende. Dat heeft natuurlijk enorm ingehakt op het landschap en de natuur.’

De Keersmaeker aarzelt even. ‘Natuurlijk moet je dat allemaal met nuance en in zijn context evalueren, maar ik heb die veranderingen als kind en ook daarna toch wel als heftig ervaren. Ook de verfransing, al stonden wij toen veel dichter dan nu bij de Franstalige Belgische cultuur en werd op het hof lang La Libre Belgique gelezen. Als je je daarover uitdrukt, kom je snel op politiek explosief terrein en stoot je soms op onbegrip bij mensen die die veranderende Rand niet hebben meegemaakt. Maar de snelle en onvermijdelijke overgang van een klein dorp met een sterk gemeenschapsleven en een landelijk karakter naar een dichtbevolkte gemeente bracht nu eenmaal toch iets van vervreemding en weemoed teweeg.’

 www.rosas.be