01 okt '19

‘Het belerend vingertje
werkt contraproductief'

648
door Tina Deneyer
De sportverenigingen in de Vlaamse Rand zien de laatste jaren het aantal anderstalige leden stijgen. Dat is goed nieuws, maar het brengt ook uitdagingen met zich mee. Daarom is vzw ‘de Rand’ gestart met Boest!, een nieuw project dat de clubs moet helpen omgaan met meertaligheid.

Almaar meer anderstalige inwoners van de Vlaamse Rand worden lid van een sportvereniging. Dat merken de sportclubs in de regio en het blijkt ook uit het laatste Taalbarometeronderzoek van BRIO, het Brussels Informatie-, Documentatie- en Onderzoekscentrum. De drempel van sportverenigingen ligt voor anderstaligen een stuk lager dan die van culturele verenigingen. Bij het beoefenen van sport heb je minder taal nodig dan bij cultuur. ‘We merken dat meer en meer anderstalige ouders hun kinderen bewust inschrijven in een Nederlandstalige sportclub. Ze willen hen zo extra kansen bieden om hun Nederlands te oefenen buiten de schoolmuren’, vertelt Cindy Van Dijck, stafmedewerker Taalpromotie van vzw ‘de Rand’. ‘Onze scholen in de Rand hebben op het vlak van meertaligheid intussen al veel expertise opgebouwd, maar voor sportclubs is dat een eerder nieuw gegeven. Met Boest! willen we die clubs heel concrete tips en tricks aanreiken om hun Nederlandstalige karakter te ondersteunen en tegelijk hun anderstalige leden een warm welkom te geven.’

Vzw ‘de Rand’ sloeg voor het project onder meer de handen in elkaar met ex-topatlete Kim Gevaert, die al een heel aantal jaren in Sint-Genesius-Rode woont. ‘Ik ontmoette Cindy een tijd geleden tijdens het babycafé in Rode en we raakten aan de praat’, vertelt Gevaert. ‘Voor mijn sportcarrière heb ik logopedie gestudeerd. Een jaar of drie geleden werd mijn interesse opnieuw gewekt en ging ik aan de slag als logopediste in een Brusselse school. Ik besliste toen om mij bij te scholen en begon aan een postgraduaat rond logopediebehandeling van meertalige kinderen. Ik was nog op zoek naar een onderwerp voor mijn eindwerk, liefst eentje dat met sport had te maken. Toen bleek dat vzw ‘de Rand’ op plannen broedde voor een nieuw project rond taaldiversiteit in sportclubs viel de puzzel mooi in mekaar.’

VERSCHILLENDE SPORTTAKKEN

Vzw ‘de Rand’ is met het project niet aan zijn proefstuk toe. Een tiental jaar geleden ontwikkelde de cel Taalpromotie van de organisatie al een dvd rond meertaligheid in sportclubs. ‘Die werd toen goed onthaald, maar is intussen flink verouderd. Het ging om een reportage van maar liefst 25 minuten. Dat is niet meer van deze tijd’, geeft Van Dijck toe. ‘Toen ging het enkel om een voetbalclub. De laatste jaren kregen we echter ook veel vragen vanuit andere sporttakken. Ondertussen was ook de expertise bij ‘de Rand’ gegroeid. Daarom hebben we besloten om samen met Kim Gevaert en journalist Kris Vander Gracht nieuw visueel materiaal te maken voor clubs uit alle sporttaken.’ 

Op de website www.boestjesportclub.be komen vijf korte filmpjes van om en bij de drie minuten waarin telkens een bepaald thema wordt aangehaald en er ook andere sporten dan voetbal aan bod komen. ‘De clubs krijgen onder meer tips voor hun coaches tijdens de trainingen, over de manier waarop ze anderstaligen warm kunnen onthalen bij de inschrijvingen, over communicatie met de ouders, over het omgaan met meertaligheid tijdens activiteiten naast het veld en tot slot richten we ons tot de anderstalige ouders zelf die hun kind in een sportclub inschrijven.’

TIJDENS DE TRAINING

Het eerste filmpje is intussen ingeblikt op het veld van voetbalclub Groot Dilbeek en de atletiekpiste van Olympic Essenbeek Halle in Beersel. ‘In het eerste filmpje gaan we dieper in op de trainingen’, vertelt Gevaert. ‘Coaches weten vaak niet goed hoe ze het moeten aanpakken als ze een aantal anderstalige jongens of meisjes in hun groep hebben. Moeten ze af en toe overschakelen op een andere taal dan het Nederlands? Wat doe je als de kinderen tijdens de training zelf Frans, Engels, Duits of een andere taal spreken? In het filmpje bieden we hen een leidraad en geven we tips mee. De boodschap is eigenlijk makkelijk samen te vatten: wees respectvol naar andere talen en gebruik het Nederlands als verbindende taal.’

Kim Gevaert: ‘De boodschap is makkelijk samen te vatten: wees respectvol naar andere talen en gebruik het Nederlands als verbindende taal.’

‘Met een belerend vingertje zwaaien, werkt contraproductief’, vult Van Dijck aan. ‘De bedoeling is dat kinderen zich thuis voelen in een club en dat zal niet gebeuren als je hen dwingt om Nederlands te spreken. Belangrijk is dat je hen enthousiasmeert om de taal te gebruiken. We horen trouwens van anderstalige ouders dat ze het jammer vinden dat in de Nederlandstalige sportclub van hun kind wordt overgeschakeld naar een andere taal. Ze zijn namelijk net op zoek naar een kans om hun Nederlands te oefenen en die wordt hen op die manier afgenomen. Sportclubs bewijzen hun anderstalige leden dus geen dienst door naar het Frans of het Engels over te schakelen, hoe goed hun bedoelingen ook zijn.’

VOORDOEN

‘Als coach vind ik het cruciaal dat iedereen mee is’, vertelt Jolien De Cock, die al twaalf jaar trainer is bij atletiekclub Olympic Essenbeek Halle en aan het werk te zien in het eerste filmpje. ‘Voor anderstalige kinderen is het niet evident om alles goed te verstaan, zeker omdat er op het moment van de training vaak ook andere coaches aan de slag zijn en we soms aardig wat decibels kunnen produceren. Daarom doe ik alle oefeningen voor en toon hen heel duidelijk wat ik van hen verwacht. Of ik laat het andere kinderen even voordoen. Op die manier hoef je niet over te schakelen naar een andere taal en heeft iedereen het begrepen.’

‘In mijn groepje van 9-jarigen zitten een aantal kinderen die nauwelijks Nederlands spreken en ik moet toegeven dat mijn Frans niet echt denderend is’, lacht Siji Lawanson, de voetbalcoach van VC Groot Dilbeek die ook meewerkte aan het eerste filmpje van Boest!. ‘Ik wist niet goed wat ik met die situatie aan moest. De tips rond meertaligheid zijn daarom echt nuttig. Ik maak nu veel handgebaren, ik spreek trager en gebruik duidelijke taal. Begrijpen ze echt niet wat ik bedoel, dan vraag ik de anderstalige kinderen om goed te kijken naar wat de anderen doen. En zo lukt het toch aardig. De kinderen doen nu ook zelf meer moeite om Nederlands te spreken. En ik geef hen daarover regelmatig een complimentje.’

KANT-EN-KLAAR

Op de website www.boestjesportclub.be die bij de filmpjes hoort, vinden de sportclubs hapklare informatie over de omgang met taaldiversiteit en het Nederlands als verbindende taal. ‘Ze krijgen extra informatie en kant-en-klare documenten met concrete tips die ze kunnen afdrukken. Bij elk filmpje komt er ook extra visueel materiaal. Zo krijgen clubs onder meer stickervellen voor hun coaches met daarop heel bondig onze tips voor tijdens de training. Die stickers kunnen ze dan snel op hun trainingsschema plakken als reminder’, legt Gevaert uit.

Cindy Van Dijck: ‘Sportclubs zitten niet te wachten op het zoveelste handboek. Ze willen vooral praktische tips.’

De bedoeling is uiteraard om het materiaal te verspreiden over zo veel mogelijk sportclubs. ‘Net daarom is het heel fijn dat we intussen een aantal belangrijke partners aan boord hebben’, zegt Van Dijck. ‘Het Instituut voor Sportbeheer, Sport Vlaanderen en de koepel van Vlaamse sportfederaties VSF zijn enthousiast over ons initiatief. Sportclubs zitten volgens hen niet te wachten op het zoveelste handboek of nog een studie over meertaligheid in verenigingen. Wat ze wel willen, zijn concrete tips en handig materiaal en dat is precies wat we hen met Boest! willen geven. De verschillende sportfederaties zijn alvast van plan om mee ons materiaal te verspreiden. Dat zal zeker helpen om onze actie naar zo veel mogelijk sportclubs uit te dragen.’

 De filmpjes, tips en andere informatie vind je op www.boestjesportclub.be