01 nov '16

Beleid Vlaamse Rand dynamiseren

6006
door Luc Vanheerentals
Het heeft even geduurd, maar iets minder dan twee jaar na de laatste verkiezingen voor het Vlaams Parlement is het nieuwe Coördinatie­ platform Stand van de Rand van start gegaan. Het platform wil de situatie in de Rand analyseren en het beleid stimuleren.

Het platform is een breed overleg van beleidsmakers en specialisten, en zal het werk van twee vorige overlegorganen verderzetten: het START (Strategisch Actieplan voor Reconversie en Tewerkstelling) voor de luchthavenregio en het VSGB (Vlaams Strategisch Gebied rond Brussel), die hun activiteiten in 2014 beëindigden.

Het START-overleg werd in 2004 opgestart naar aanleiding van problemen in de luchthavenregio zoals het failliet van Sabena, de crisis van de luchtvaart in de nasleep van 9/11 en de verhuis van DHL met een verlies van meer dan 3.000 banen. Het START beoogde maatregelen om de economie en tewerkstelling aan te zwengelen en de leefbaarheid rond de luchthaven te verbeteren. Het hield zich vooral bezig met mobiliteit, ontwikkeling van bedrijfsterreinen, arbeidsmarkt en een leefbare omgeving. Na de definitieve vaststelling van het VSGB werd daarnaast nog een andere overleggroep opgestart die een flankerend beleid moest uitwerken op vlak van onder- wijs, welzijn, mobiliteit, natuurontwikkeling.

ZELFDE DOEL ANDERE NAAM

‘Het overleg van het START en het VSGB had als gemeenschappelijke doelstelling projecten van zeer verscheiden aard op te volgen en te doen vooruitgaan via rapportering, het uitwisselen van informatie en het aansporen van de betrokken sectoren om actie te ondernemen’, zegt Lodewijk De Witte, provinciegouverneur van Vlaams-Brabant en voorzitter van het oude en het nieuwe overlegorgaan. Ook het Coördinatieplatform Stand van de Rand wil nu overheden en Vlaamse administraties stimuleren om samen te werken, trajecten op te volgen en te rapporteren en actieplannen te actualiseren.

‘De bedoeling is om in de Vlaamse Rand een dynamisch beleid op gang te houden voor een gezonde en leefbare omgeving, een betere mobiliteit, goed onderwijs, betere uitgebouwde welzijnsvoorzieningen, een krachtige economie en tewerkstelling en voldoende en betaalbare huisvesting’, aldus De Witte.

22  PROJECTEN

Tijdens een eerste vergadering op 21 maart werd een selectie gemaakt tussen de vele projecten waarover de twee vorige overleggroepen zich in het verleden bogen. Ook uit actuele beleidsinitiatieven konden items worden gekozen. De projecten moeten zich situeren in de beleidsdomeinen ‘omgeving’, ‘mobiliteit en openbare werken,’ ‘onderwijs’, ‘welzijn’, en ‘wonen’, zo zei Ben Weyts (N-VA), Vlaams minister voor de Vlaamse Rand op 22 juli tijdens een commissievergadering in het Vlaams Parlement. Het moet ook gaan om projecten van voldoende omvang en met een belangrijk hefboomeffect en bovendien SMART zijn (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden). Op basis van deze criteria werden 22 projecten geselecteerd. Volgens de minister kan deze lijst in de toekomst nog worden uitgebreid of ingeperkt.

Wat het beleidsdomein ‘omgeving’ betreft, gaat het om de afbakening van de economische poort luchthaven, het sluiten van een samenwerkingsakkoord als basis voor een stabiele en evenwichtige exploitatie van de luchthaven, akoestische isolatievoorschriften, het reconversiegebied Vilvoorde-Machelen, de creatie van 1000 ha bijkomend toegankelijk groen en de versterking van het openruimtenetwerk.  De  geselecteerde mobiliteitsprojecten zjn de herinrichting van de ring rond Brussel, het BrabantNet, de voltooiing van de ring rond Asse, het knooppunt Londerzeel-Zuid, het FietsGen, de verdere realisatie van het S-spoornet (GEN), de aanpak van het sluipverkeer, de randparkings en de omvorming van de N203a in Halle. Bij onderwijs draait het om infrastructuur en capaciteit, taal, diversiteit en gelijke onderwijskansen, bij welzijn om de historische  achterstand  van welzijnsvoorzieningen en Vlabzorginvest en bij wonen om wonen in eigen streek en Vlabinvest.

BETERE FOCUS

Volgens Stijn Quaghebeur, kabinetsmedewerker van minister Weyts, komt via dit overleg de politieke focus meer op de Vlaamse Rand te liggen. ‘Dat is belangrijk. Het gaat hier immers om een strategisch gebied rond de hoofdstad, dat onder meer door de aanwezigheid van de luchthaven economisch belangrijk is, maar dat door de nabijheid van Brussel ook geconfron- teerd wordt met tal van problemen. Zo is het een van de belangrijkste mobiliteitsknopen van het land. Daarnaast is er de evolutie naar toenemende internationalisering en verfransing, wat zijn weerslag heeft op diverse beleidsdomeinen zoals onderwijs en welzijn’, zegt Quaghebeur, die in Dilbeek ook schepen is voor Openbare Werken en Mobiliteit.

'Met dit overleg komt de politieke focus meer op de Vlaamse Rand te liggen.'

Volgens provinciegouverneur De Witte is een dergelijk overleg tussen kabinetten en overheidsentiteiten zeer zinvol. ‘Dit coördinatieplatform heeft niet de ambitie om het beleid uit te stippelen, maar via dit overleg kunnen we bevoegde instanties wel interpelleren over hun beleid ten aanzien van de Rand.’ Zo hebben de vorige overleggroepen er volgens hem toe bijgedragen dat er bijvoorbeeld op vlak van onderwijs extra leerkrachten ter beschikking werden gesteld voor scholen met een groot aantal anderstalige leerlingen. ‘Dit overleg heeft bijvoorbeeld ook het Agentschap Natuur en Bos en de Vlaamse Landmaatschappij gestimuleerd om een gezamenlijke aanpak uit te werken voor de Rand. Door de aanwezigheid van al die kabinetmedewerkers wegen we ook op het beleid van de Vlaamse Regering.’ De Witte verwijst hierbij onder meer naar het voor Vlaanderen unieke feit dat volgens het regeerakkoord in de Rand 1000 ha bijkomend groen moet worden aangeplant.

VOORBEELD WELZIJN

Over de werking van het huidige Coördinatieplatform Stand van de Rand is hij verheugd over de omslag op het departement Welzijn met betrekking tot de door de provincie al vaak aangekaarte achterstand op vlak van welzijnsvoorzieningen in Halle-Vilvoorde. ‘Terwijl men de vorige jaren steeds probeerde uit te leggen waarom een inhaalbeweging niet echt nodig was, is men bij een recente themavergadering over welzijn met het plan gekomen een werk- groep te vormen, waarin de verschillende agentschappen zoals Kind en Gezin, VIPA, Jongeren en Welzijn, … vertegenwoordigd zijn, die initiatief kan nemen om die achterstand te verminderen. Alhoewel er momenteel nog geen concrete voorstellen op tafel liggen, is dit een veel betere benadering dan in het verleden. Om een echte inhaalbeweging te realiseren moet je die agentschappen meekrijgen.’

Vanuit de provincie zullen voorstellen aan die werkgroep welzijn worden overgemaakt. ‘Binnen zes maanden zullen we evalueren wat er van dit plan concreet terecht is gekomen. Ik ben hoopvol dat er eindelijk structurele maatregelen genomen zullen worden’, aldus De Witte. Ook over de doelstellingen op vlak van diversiteit en talenbeleid, onderwijs en welzijn, infrastructuur en capaciteit, die het departement Onderwijs reeds kenbaar maakte, is de gouverneur zeer te spreken. ‘Men wil bijvoorbeeld vermijden dat taalachterstand  onderwijsachterstand  wordt, het bijeenbrengen van expertise en ervaring stimuleren door uitwisseling van goede praktijken. Hun eindadvies hierover zit goed in elkaar.’

ROL VAN DE GEMEENTEN

Ook de gemeenten worden, volgens Quaghebeur, betrokken bij de werking van het coördinatieplatform. Dat gebeurt vooreerst via een jaarlijkse studiedag, waarop ze worden uitgenodigd. De eerste heeft plaatsgevonden op 22 oktober. Tijdens dit colloquium werd aandacht gevraagd voor de vooruitgang in drie dossiers: mobiliteit, omgeving en onderwijs. Ook de gemeenten zullen dus hun rol moeten spelen, maar hoe het nieuwe Coördinatieplatform zich precies verhoudt ten aanzien van het Toekomstforum Halle-Vilvoorde, waarin de meeste gemeenten vertegenwoordigd zijn, is voorlopig  niet duidelijk.

 

REAGEREN

Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels.