01 okt '19

Pionier van
het modernisme

1806
door Lene Van Langenhove
Parijs, begin 20e eeuw. Kunstenaars gaan volop voor het experiment. Eén van hen is de in Roemenië geboren Constantin Brancusi. Hij zal via de beeldhouwkunst het modernisme mee vorm geven. Voor het eerst is in Brussel een tentoonstelling aan deze pionier gewijd.

Waarom is Brancusi één van de grootste kunstenaars van de 20e eeuw?

Dirk Vermaelen, artistiek directeur van Europalia Arts: ‘Brancusi heeft de beeldhouwkunst totaal op zijn kop gezet. Veranderingen die een aantal decennia eerder in de schilderkunst waren gebeurd, voerde hij door in de beeldhouwkunst. In de tentoonstelling tonen we zijn hele parcours en waarom hij zo belangrijk is. Hij was van heel eenvoudige komaf en werd opgeleid als ebenist, houtbewerker. Eerder toevallig kwam hij terecht in de Academie. Hij heeft dus wortels in het 19e-eeuwse academisme, maar daarvan wilde hij zich volledig distantiëren. Dat deed hij door terug te keren naar zijn roots, door afstand te nemen van het modelleren en direct in de steen te houwen, en door vormen te sublimeren. Hij vertrok van heel realistische vormen en portretten, maar ging daar steeds verder van weg. Hij ging vormen uitpuren, sublimeren, tot hij de essentie van de vorm vond. Dat is zo fantastisch aan zijn parcours.’

Zijn zoektocht naar de zuivere vorm leidde tot enkele iconische beelden. Welk beeld is de trots van de tentoonstelling?

‘Er zijn er veel. Eén van onze thema’s is Van het portret tot de essentie. In deze zaal tonen we een realistisch kinderhoofdje, een portret van zijn peetdochter Alice Poiana. Je ziet vervolgens de stappen in de evolutie naar zijn werk dat Het begin van de wereld heet. Dat is een pure, ovale vorm – het wordt ook wel Het ei genoemd – het begin van alles. Dat stuk komt uit Dallas. We hebben stukken bijeengebracht van over de hele wereld, onder meer van het Centre Pompidou, het Hirshhorn Museum in Washington en het Guggenheim in New York. Al die werken clusteren we volgens thema’s die steeds weerkeren bij Brancusi: de muze, de torso, de vogel,… Ook het idee van beweging doorkruist de tentoonstelling. Leven en beweging is wat Brancusi in zijn sculpturen wilde tonen en wat hij ook naar voor bracht in zijn fotografie.’

Brancusi zou zich ook hebben laten inspireren door traditionele Roemeense volkskunst.

‘Zijn Roemeense roots zijn inderdaad voelbaar. Zo is er een werk genaamd Maiastra. Dat is een vogel met magische krachten uit een Roemeense legende. Brancusi verbeeldt die mythische vogel, uitgestrekt en met een opgezette borst alsof hij net gaat zingen, want het was in het zingen dat de magische kracht schuilde. De Maiastra is het vertrekpunt voor een hele reeks vogels die uiteindelijk tot Vogel in de ruimte zal leiden. Dat is weer zo’n gesublimeerde vorm: een vogel die op het punt staat om op te vliegen. Ook in zijn houtbewerking zie je een aantal motieven die gelinkt zijn aan de Roemeense cultuur.’

Zijn atelier zou bijzonder zijn geweest. Hij zag het als één grote kunstinstallatie.

‘Dat klopt. Zijn atelier was een plek waar iedereen wilde zijn. Brancusi woonde er, maakte er zijn sculpturen en fotografeerde ze. Via zijn foto’s wilde hij zeggen: zo moet mijn werk gezien worden. Met zijn zelfportretten deed hij hetzelfde. Hij was heel sterk bezig met zijn imago. Uit zijn foto’s kan je opmaken hoe hij werkte. Zo stuurde hij in 1917 een foto naar iemand en in het bijschrift spreekt hij voor het eerst over een groupe mobile. Hij werkte dus met ensembles van beeldhouwwerken die hij groepeerde en voortdurend verplaatste. Zo creëerde hij nieuwe betekenissen en legde hij nieuwe verbanden in zijn werk. In zijn atelier verplaatste hij stukken om ze te fotograferen of te filmen. Hij liet sculpturen bewegen, stak er rotatiemechanismen in,… Kortom, het was een fantastische ruimte.  Op het einde van zijn leven schonk hij zijn atelier aan de Franse staat. Dat is tot de dag van vandaag onveranderd gebleven, je kan het nog steeds bezoeken in Parijs, in het Centre Pompidou. Voor de tentoonstelling in Bozar komen ook daaruit enkele exclusieve stukken. We maken ook ruimte voor een evocatie van Brancusi’s atelier waar je zijn foto’s van het atelier te zien krijgt, een aantal beeldhouwwerken dat er stond en we tonen ook zijn entourage. Het atelier van Brancusi was echt the place to be. Fernand Léger, Marcel Duchamp, Man Ray, Modigliani kwamen er geregeld over de vloer. Ook hun werken komen aan bod. Zo krijg je een beeld van de tijdsgeest en de dialoog die Brancusi had met andere kunstenaars.’

2 OKT TOT 12 JAN
Brancusi
Brussel, Bozar, www.bozar.be en www.europalia.eu