01 nov '19

Drijven,
niet jagen

269
door Michaël Bellon
Bij schapendrijven denken we vooral aan uitgestrekte vlaktes op de Britse eilanden, maar ook in ons land beoefenen mens en dier de sport. Carina Van Meerbeek en Freddy Maes uit Wemmel zijn enkele van de schaapdrijvende krachten bij de club Schapendrijvers Denderstreek uit Essene.

Schapendrijven was vroeger vooral een landbouwactiviteit. Ook vandaag gebeurt het nog dat herdershonden worden ingezet bij verantwoord natuurbeheer, maar schapendrijven is vooral een sport geworden. Al van lang voor de eerste officiële wedstrijd in 1873 organiseert men in Groot-Brittannië trials of kleine competities schapendrijven. In 1906 werd in Schotland de International Sheep Dog Society (ISDS) opgericht, waarvan via de Federatie Schapendrijven België (FSB) ook Schapendrijvers Denderstreek lid is. Het is géén hondenschool, wel een vereniging voor baasjes die hun herdershonden al dan niet in wedstrijdverband schapen laten drijven.

Kordaat in de modder

Carina en Freddy zijn dus geen schapenboeren of herders, al hebben ze thuis wel een paar schapen staan. Alles begon bij hun liefde voor de Border Collie, de levendige herdershond die van een uitdaging houdt en genoemd is naar de regio van de Schotse Borders. Hun eerste hond Flash was een kruising tussen een Border Collie en een Australische herder. Zorkan, Gibb en Kite zijn zuivere Border Collies. Carina: ‘Niet alle leden van onze club hebben wedstrijdhonden. Werken met schapen is ook een actieve manier om de hond uit te laten. Zowel voor de hond als voor zijn baasje.’ Zo helpt Freddy nieuwe leden hun hond onder controle te krijgen om ze daarna te laten trainen met de schapen van de club. ‘Het voordeel is dat je veel samen buiten bent met je hond, maar het is werken. Je moet het terrein kennen, de schapen reageren verschillend en de weersomstandigheden spelen een rol. Ook in de sneeuw en de modder wil de hond naar de schapen. Daar moet je tegen kunnen.’ Je kan een Border Collie ook gewoon gehoorzaamheidstraining geven, aldus Carina, maar dat gaat niet goed samen met schapendrijven. ‘Gehoorzaamheidstraining gebeurt dicht bij het baasje. Om te drijven moet de hond het gewoon zijn op afstand te werken en te gehoorzamen. Bij het schapendrijven moet je kordaat durven zijn. Je mag de hond niet afbeulen, maar ook niet te snel tevreden zijn. Op honden die de schapen bijten zijn we streng.’ Freddy: ‘Een hond is een jager. Dus als hij schapen ziet, wordt hij wild en gaat hij jagen. Daar mag je als baas je ogen niet voor sluiten. Hij moet drijven, niet jagen.’

EK en WK

Voor een wedstrijd wordt een terrein ingedeeld met vooraan een paal waar het baasje plaatsneemt en achteraan een paal waar de kudde zich bevindt. Het baasje moet de herdershond naar de kudde opsturen en hem de kudde in rechte lijnen langs een vast parcours met poorten naar een kooi of pen laten drijven. Onderweg moet de hond de kudde ook in twee delen kunnen scheiden. De wedstrijden verlopen tegen de tijd. Er zijn drie klassen met een verschillende moeilijkheidsgraad. Een jury geeft punten op het verloop van de run. De commando’s worden in het Engels gegeven, maar ook lichaamstaal speelt een rol.

‘In België zijn er maar twee à drie grote clubs die aan schapendrijven doen’, aldus Carina. ‘Daarnaast heb je ook mensen die individuele trainingen geven. Via kwalificatietrials kunnen de honden en hun baasjes eventueel naar Europese en Wereldkampioenschappen.’ Die laatste worden meestal in GrootBrittannië georganiseerd, waar de plaatselijke deelnemers met de meeste prijzen gaan lopen. Freddy: ‘De wedstrijdomstandigheden op zo’n kampioenschap zijn helemaal anders dan bij ons. De terreinen in Engeland, Nederland of Duitsland zijn vele malen groter. Dat zijn onze honden niet gewoon.’

 www.bordercollie.be, www.schapendrijven.be