01 dec '19

Een passie voor
pissebedden

110
door Michaël Bellon
Iemand moet het doen. Dus buigen Pallieter De Smedt en zijn werkgroep Spinicornis zich met veel interesse en expertise over de pissebed. Deze nuttige beestjes zijn er in veel verschillende soorten en blijken tot de kreeftachtigen te behoren.

Pallieter De Smedt is afkomstig uit Kapelleop-den-Bos en volgde hogere studies bos- en natuurbeheer in het Nederlandse Wageningen. Momenteel bestudeert hij als postdoctoraal onderzoeker aan het Labo voor Bos & Natuur van de UGent de ecologische functie van bosranden, waar een ander microklimaat heerst dan in boskernen, met hogere temperaturen, hogere windsnelheden en een lagere vochtigheid. Dat microklimaat heeft een belangrijk effect op dieren als miljoenpoten, spinnen, loopkevers en landpissebedden. Toevallig een geleedpotige waar De Smedt een zwak voor heeft.

Renners en oprollers

‘Landpissebedden behoren tot de Isopoda in de groep van de Crustacea of kreeftachtigen’, verrast De Smedt ons meteen. ‘Het zijn zowat de enige kreeftachtigen die succesvol het land hebben kunnen koloniseren. Daarvoor hebben ze veel aanpassingen ondergaan. In tegenstelling tot kreeften en garnalen, die zijdelings zijn afgeplat, zijn ze bijvoorbeeld van boven naar onder afgeplat zodat ze niet meteen omvallen. Omdat ze sterk afhankelijk zijn van vocht tref je ze vooral aan in vochtige bodems en tussen rottend bladafval op de grond. Als het te droog wordt, rollen sommige soorten zich op (de oprollers) terwijl andere soorten heel snel kunnen lopen om naar een vochtigere plek te migreren (de renners). In hun achterlijf tref je een soort kieuwen aan, waardoor ze goed kunnen ademhalen in vochtige omstandigheden.’

Fluo

Dankzij deze weetjes is de landpissebed al meteen in onze achting gestegen. Het dier heeft immers zijn naam en uiterlijk een beetje tegen. Dat wil De Smedt wel toegeven. ‘De naam komt waarschijnlijk van het Franse pis-en-lit. Het verhaal luidt dat kinderen die op hoge leeftijd nog in bed plassen vroeger een drankje moesten drinken op basis van pissebedden. Daarnaast worden de dieren natuurlijk vaak geassocieerd met vocht in oude huizen en kelders. De meeste mensen kennen meestal ook alleen de grijze soorten - zoals de veel voorkomende ruwe pissebed en kelder pissebed - terwijl je ook roze landpissebedden hebt of soorten met fluo vlekjes.’

De belangrijkste troef van de pissebed is zijn nut in de voedselketen. ‘Ze eten hoofdzakelijk afval van bladeren die ze in stukken bijten, wat kleinere diertjes meestal niet kunnen. Zo breken ze dood organisch materiaal van planten en dieren af. Dat komt op die manier terug beschikbaar om planten te laten groeien. Dat op een vierkante meter soms wel tweehonderd à driehonderd pissebedden voorkomen wijst op hun ecologisch belang.’

Atlas

Pallieter De Smedt richtte in 2014 de werkgroep Spinicornis op. Die bestaat uit een vijftal vaste leden en een tiental sympathisanten. ‘We proberen alle pissebedsoorten in België in kaart te brengen. We hebben het grondgebied verdeeld in vierhonderd hokken van tien bij tien kilometer die we systematisch bezoeken. Per hok bezoeken we een oud bos, natte gebieden zoals rivieroevers en menselijke habitats of kerkhoven waar pisse bedden zitten omwille van de kalk. Zo hebben we veel nieuwe informatie verworven die zelfs in het Instituut voor Natuurwetenschappen amper voorhanden was. Tegen het einde van het jaar hebben we alle hokken gedaan en daarna hopen we tegen februari een ecologische atlas af te werken met voor elke soort een verspreidings kaart, een foto, de kenmerken en verdere ecologische informatie.’

We kunnen alvast verklappen dat er in België 36 soorten voorkomen, waarvan een vijftal voor het eerst zijn opgetekend door Spinicornis. In heel de wereld zijn er maar liefst 3.500 soorten, waarvan er sommigen door de klimaatverandering wel eens onze kant op zouden kunnen komen. ‘In het Middellandse Zeegebied komen de meeste soorten voor. Hoe meer naar het noorden hoe minder soorten omdat landpisse bedden behalve de droogte ook de koude niet goed verdragen.’ Om dezelfde reden zijn de lente en de herfst - vochtig en niet te koud - de beste periode om pissebedden te spotten. Doet je composthoop het goed? Dan heb je kans om er de berijpte pissebed in aan te treffen.

 www.spinicornis.be