01 mrt '16

Ruimte ordenen

6289
door Luc Vanheerentals
Na een politieke carrière, die in 1983 van start ging als gemeenteraadslid van Boortmeerbeek, heeft de 62-jarige Julien Dekeyser (Open VLD) eind januari zijn mandaat als gedeputeerde van de provincie Vlaams-Brabant overgedragen. Zijn loopbaan stond in het teken van de ruimtelijke ordening.

Dekeyser was deputé sinds 2000. Ruim­telijke ordening was zijn belangrijkste bevoegdheid en  eigenlijk de rode draad doorheen zijn hele carrière. In 1972 ging hij als ambtenaar aan de slag bij de afde­ling Groenplan van het ministerie van Open­bare Werken. In de jaren 80 hield hij zich op de liberale kabinetten van Jean Pede en Louis Waltniel bezig met ruimtelijke ordening. Van 1993 tot 2000 behandelde hij bij Stedebouw beroepen tegen afgewezen bouwdossiers.

Als gedeputeerde wordt hij opgevolgd door par­tijgenote Ann Schevenels, oud-­burgemeester van Keerbergen. Bij zijn afscheid presenteerde Dekeyser zijn door Luc Van Loock geschreven memoires Julien Dekeyser. Uit volle grond.

‘Mijn belangrijkste realisaties als gedepu­teerde? In de eerste plaats het provinciaal ruim­telijk structuurplan dat de provincieraad in 2007 goedkeurde en een oplossing voor meer dan 3.000 gezinnen die permanent maar zone­vreemd op campings en in weekendverblijven woonden.’

Voorts is Dekeyser trots op de afba­kening van de kleinstedelijke gebieden van Asse, Halle, Aarschot, Diest en Tienen, de meer dan 180 ha bijkomende bedrijventerreinen en de maatregelen tot betere benutting van indus­triezones, de inspanningen om de woondruk te verlichten en wonen meer te concentreren in de buurt van openbare vervoersknooppunten door de ontwikkeling van enkele stationsom­gevingen, de zoektocht naar geschikte loca­ties voor windmolenparken en het streefdoel om bij dit alles zoveel mogelijk de open ruimte te behouden. 

CAMPING NOVA

Wonen op campings en in weekendverblijven is een thematiek waarmee Dekeyser al in de jaren 80 en 90 werd geconfronteerd als schepen en burgemeester van Boortmeerbeek. ‘Het gaat vaak om sociaal zwakkeren die er zich konden domiciliëren, maar er volgens het gewestplan niet permanent mochten wonen. Dat gaf vaak aanleiding tot boetes, dwangsommen, veroor­delingen en veel commotie in de media.’ Er wer­den provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen gemaakt waarbij deze bewoning, naargelang de situatie, werd geregulariseerd.

De provincie regulariseerde op die manier de woonsituatie van circa 2.500 van de 3.000 betrokken gezinnen, wat deze groep defini­tieve woonzekerheid opleverde. Een 500-­tal andere gezinnen moeten uiterlijk tegen 2029 verhuizen. Voor circa 150 van hen, die niet op eigen kracht een nieuwe woning kunnen huren of kopen, zal de provincie via sociale huisves­tingsmaatschappijen op een tiental locaties voor kleinschalige huurwoningen zorgen.

In Sint-­Pieters-­Leeuw bijvoorbeeld zullen in de zogenaamde ‘Pipa­zone’ vijftien sociale woon entiteiten worden gebouwd. Verderop is een woonwagenterrein voorzien waar veertig standplaatsen gepland zijn voor ‘woonwagens op verplaatsbare constructies’.

KLEINSTEDELIJK GEBIED

Bij de afbakening van kleinstedelijke gebieden is het de bedoeling dat er een visie wordt ont­wikkeld om het wonen, werken, recreëren en beleven in die gebieden te versterken. ‘Hierbij wordt een harmonieuze ontwikkeling nage­streefd van kwalitatieve woongelegenheid, uitnodigende openbare ruimte, duurzame werkgelegenheid, levensvatbare kleinhandel en vlotte mobiliteitsstromen met als basis­toon het zuinig ruimtegebruik’, zegt De Keyser.

De afbakening van de kleinstedelijke gebieden in Asse en Halle is volop aan de gang.

Dit werd inmiddels geklaard voor Diest, Aar­schot en Tienen. Het openbaar onderzoek voor de plannen in Halle werd recent afgesloten; die voor Asse zijn een tijd geleden opgestart. In de afbakening van het kleinstedelijk gebied van Asse zal in bepaalde zones een gemengde stedelijke ontwikkeling mogelijk zijn, die naast lokale niet­hinderlijke bedrijvigheid ook huis­vesting toelaat.

Het gebruik van de bestaande KMO­-zone Mollem wordt geoptimaliseerd door er ook klein­ en middenschalige bedrijven toe te laten. In zuidwestelijke richting wordt deze KMO-­zone met circa 15 ha uitgebreid. Daarnaast is langs de N9 ook een zone afgeba­kend om detailhandel te concentreren. Voorts worden drie zones afgebakend om als open­baar toegankelijk bos­ en parkgebied te wor­den ontwikkeld. In het plan is ook de afwerking van de ring rond Asse voorzien. Ook de veelzijdige ontwikkeling van de PIVO-­site in Relegem is hierin opgenomen.

HET NIEUWE WONEN

De koppeling van nieuwe woongelegenhe­den aan openbaar vervoer was een belangrijk streefdoel voor Dekeyser. Op basis van een woonbehoeftestudie besliste het provincie­bestuur een tijd terug om in Halle-Vilvoorde woonuitbreidingsgebieden in de buurt van openbare vervoersknooppunten mogelijk te maken. Het is wel de gemeente die hierbij het laatste woord heeft. Ook in de plannen voor stationsomgevingen bij de afbakening van kleinstedelijke gebieden werd gestreefd naar woonverdichting.

Om meer woongelegenhe­den te creëren, pleit Dekeyser er voor om de beperking, die in Halle­-Vilvoorde geldt op het aantal bouw­ en woonlagen, te versoepelen. In dit arrondissement mag niet hoger worden gebouwd dan drie bouwlagen en twee woon­lagen, een algemene regel waarop gemeen­ten via eigen plannen kunnen afwijken. Door de beperking tot twee woonlagen staan er in de praktijk veel gelijkvloerse verdiepingen, bestemd voor winkels of kantoren, leeg. Het opheffen van die beperking zou onmiddellijk veel woongelegenheid creëren. 

BEDRIJVEN

Dekeyser stelt vast dat er voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijvenzones in Vlaams-­Brabant nog nauwelijks een draagvlak bestaat. ‘De doel­stelling van 1.200 ha nieuwe bedrijvenzones uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen wordt onhaalbaar. Bij de afbakening van kleinstede­lijke gebieden en de realisatie van de economi­sche knooppunten Kampenhout­Sas, Ternat en Londerzeel kon in totaal circa 180 ha bijko­mende bedrijvenzone worden gecreëerd. Meer doen, wordt moeilijk. Daarom zetten we in op de reconversie en de optimalisatie van bestaande bedrijvenzones.’

Wat betreft het Vlaams Strate­gisch Gebied rond Brussel is de bevoegdheid van de provincie beperkt. De provincie is wel nauw betrokken bij de ontwikkeling van bijvoorbeeld het gebied Vilvoorde-­Machelen en het interge­westelijk project TOP Noordrand.

‘Voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijvenzones in Vlaams-Brabant bestaat nog nauwelijks een draagvlak. De doelstelling van 1.200 ha nieuwe bedrijvenzones wordt onhaalbaar.’

De provincie startte in 2015 de gebiedsge­richte werking in de zuidelijke Zennevallei, in samenwerking met de gemeenten Beersel, Sint-­Pieters-­Leeuw, Halle en Drogenbos en het Regionaal Landschap Pajottenland. Dit project met de naam Slimme transformatie in de verstedelijkte Zennevallei wil de verouderde economi­sche structuur vernieuwen met behoud van de waardevolle openruimtestructuren. Concreet worden de openbare vervoersknooppunten en het fietsroutenetwerk uitgebouwd, het water­systeem versterkt en de bedrijventerreinen geoptimaliseerd.

TOEKOMST

‘In de toekomst moet verder werk gemaakt wor­den van maatregelen die de woondruk verlich­ten en bedrijventerreinen optimaliseren, maar tegelijk de open ruimte zoveel mogelijk ontzien. Ook het creëren van ruimte voor het opwekken van hernieuwbare energie is nodig.’

De studie Energiekansenkaarten, waarin gezocht werd naar locaties waar mogelijke vormen van hernieuw­bare energie kunnen worden opgestart, wordt binnenkort besproken op de deputatie. Dekey­ser hoopt dat de provincie haar rol op vlak van ruimtelijke ordening kan behouden en zelfs nog uitbreiden. ‘Provincies zijn beter dan Vlaanderen geschikt om intergemeentelijke ontwikkelings­projecten op te nemen. Ze staan veel dichter bij de gemeenten en zijn voldoende deskundig.’