01 sep '15

‘Politiek zit in
de dagelijkse dingen’

4254
door Ines Minten
Negentien is ze. Zes jaar geleden vluchtte ze uit Zimbabwe en kwam ze bij haar moeder in Tervuren wonen. Ze beet zich vast in het Nederlands, vastbesloten om de taal vlekkeloos te leren spreken.

Nozizwe Dube is haar naam en sinds begin dit jaar verdedigt ze als voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad de belangen van kinderen en jongeren bij politici en beleidsmakers. Deze maand neemt ze er de taak van woordvoerder bij.

NEDERLANDS

Het is hard gegaan voor Dube. Toen ze veertien was, volgde ze haar moeder vanuit Zimbabwe naar België. ‘Veel mensen waren ongerust of het wel goed zou komen met mij. Veertien jaar is toch echt een make-or-breakleeftijd’, vertelt ze. ‘Maar ik had het geluk dat mijn moeder iets vroeger naar hier is gekomen en er alles aan heeft gedaan om mijn komst makkelijker te maken. Ze wist bijvoorbeeld dat ik zo snel mogelijk Nederlands wilde leren en dus heeft ze veel opzoekingswerk gedaan naar waar en hoe ik dat het best kon doen.’ Zo kwam Dube in de OKAN (onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers) van het Leuvense Sint-Albertuscollege terecht.

‘Het klinkt misschien gek, maar ik associeer die eerste periode van Nederlands leren vooral met een enorme wirwar van emoties. Ik was opgelucht dat ik uit Zimbabwe weg was, omdat het daar op dat moment erg onrustig was. Ik kende als 14-jarige alle details niet, maar ik voelde wel aan dat het heel gevaarlijk was waar ik woonde. Eenmaal in België leefde de hoop op een beter en veiliger leven op. Ik kijk dus vooral op een positieve manier terug op mijn eerste periode in België. Toch was het niet allemaal gemakkelijk: ik was nieuw en ik sprak geen woord Nederlands.

'Iemands kracht schuilt erin dat hij zichzelf weer kan rechttrekken na een tegenslag.'

De eerste weken had ik bijvoorbeeld nog geen Buzzy Pazz en moest ik dus elke dag bij de buschauffeur een ticket kopen om van Tervuren naar Leuven te rijden. Ik had een specifiek zinnetje ingeoefend, maar de chauffeur formuleerde zijn vraag anders en dus begreep ik hem niet. Opeens werd hij vreselijk kwaad. Dat ik de taal maar moest leren als ik hier wilde wonen, riep hij. En dat ik toch niet kon verwachten dat hij in zijn eigen land Engels tegen me zou praten. Ik was erg geschrokken. Gelukkig had ik op zulke momenten mijn moeder, die me geruststelde en telkens weer zei dat ik me door een minder fijn voorval niet mocht laten ontmoedigen. Die stimulans was belangrijk.’

In plaats van bang in een hoekje te gaan zitten, deed Dube er alles aan om het Nederlands onder de knie te krijgen, en wel nú. Op aanraden van haar moeder sloot ze zich aan bij de Chiro. ‘In een jeugdbeweging ben je constant onder leeftijdgenoten, dus dan moét je de taal wel spreken.’ Ze ging naar de bib. ‘In plaats van met kinderboeken te beginnen, koos ik onmiddellijk boeken voor volwassenen. Ik snapte er geen woord van’, lacht ze. Ze luisterde naar de radio en keek televisie. ‘Ik keek naar het nieuws en begreep helemaal niks. Maar ik hield vol en binnen de kortste keren begon ik de woorden die ik hoorde ook zelf te gebruiken.’ Afgelopen schooljaar studeerde ze af in de richting wetenschappen-wiskunde. Niets in haar taal verraadt dat ze pas op veertien haar eerste woorden Nederlands heeft gesproken.

PASSIE VOOR POLITIEK

‘Toen ik zo’n drie jaar in België was, schreef ik voor het Leuvense jongerenmagazine mijnLeu­ven. Op hun website zag ik een interessante oproep: voor een Europees project zocht de Vlaamse Jeugdraad 25 Jongerenambassadeurs voor Participatie. Daarmee wilde Europa de diaLoog onder en met jongeren uit alle lidstaten aanwakkeren. In zes maanden gingen we na hoe jongeren in Vlaanderen hun relatie met Europa aanvoelen.’ Het was haar eerste contact met de Vlaamse Jeugdraad. ‘Het heeft mijn interesse in politiek en beleid aangewakkerd.’

‘Ik ben uit Zimbabwe gevlucht voor politieke onrust, maar ik heb hier pas ingezien dat niet heel de wereld zo in elkaar zit. Ik besefte dat er wel degelijk landen zijn die heel transparant zijn en de dingen zo rechtvaardig mogelijk wil- len regelen. Toch heb ik geaarzeld of ik me met politiek wilde inlaten. Het leek allemaal zo ver van mijn bed en ik vroeg me af of ik effectief iets zou kunnen veranderen of toevoegen.'

'De zelfmoordcijfers bij Vlaamse jongeren zijn angstaanjagend. Dan vraag je je toch af waarom het beleid daar geen prioriteit van maakt?'

'Toen ik er eenmaal aan begon, bleek mijn idee ervan helemaal verkeerd te zijn: politiek zit juist in de dagelijkse dingen. Ik nam elke dag de bus naar school. Dat is mobiliteit: een belangrijk politiek thema. Zodra ik besefte dat politiek iedereen aanbelangt, is mijn passie beginnen groeien. Ik ontmoette politici en merkte dat die naar ons luisterden. Ik zag dat het werk van de Vlaamse Jeugdraad effectief een verschil maakt. Dat geeft allemaal veel voldoening en voedt de passie.’

SPEERPUNTEN

De Vlaamse Jeugdraad geeft de Vlaamse Regering advies over alle domeinen die kinderen, jongeren en hun organisaties in Vlaanderen aanbelangen. Nozizwe Dube was tijdens de vorige termijn al anderhalf jaar lid van de Vlaamse Jeugdraad, onder voorzitterschap van Lander Piccart uit Merchtem (zie ook: interview met Piccart in RandKrant oktober 2013). Voor het huidige driejarige mandaat stelde ze zich opnieuw kandidaat. Ze werd niet alleen verkozen als één van de 24 leden, maar ook aangesteld als voorzitter.

‘Traditioneel is de voorzitter ook woordvoerder, maar omdat ik van januari tot juni nog op school zat en dus overdag niet zomaar de telefoon kon opnemen als er een journalist of kabinet belde, hebben we besloten dat ik pas vanaf deze maand ook echt woordvoerder word.’ De nieuwe leden kozen vier thema’s tot speerpunten van hun programma: werk, psychisch welzijn, beleidsparticipatie, en besparingen op jeugd en jeugdbeleid.

‘De zelfmoordcijfers bij Vlaamse jongeren zijn angstaanjagend. Als je ze vergelijkt met andere Europese landen doen we het niet goed. Dan vraag je je toch af waarom het beleid daar geen prioriteit van maakt? Waarom blijft het zo’n taboe? We vonden dat we er niet buiten konden: psychisch welzijn – dat uiteraard veel breder gaat dan zelfmoordcijfers – moest op onze agenda.’ Met 50.000 werkloze jongeren op de Vlaamse teller was ook ‘werk’ een logische keuze. Besparingen op jeugd: idem. Het is nog altijd crisis, ‘besparen’ is een van de meest gebruikte woorden in de politieke wereld en ook de jeugd deelt in de klappen. De Vlaamse Jeugdraad wil aantonen dat besparen op jeugd een hypotheek legt op de toekomst.

‘En onder de noemer ‘beleidsparticipatie’ valt onder meer het debat rond stemrecht vanaf 16. Jongeren die inspraak willen in het beleid moeten die kans krijgen, vinden we. Maar 16-jarigen die niet wakker liggen van politiek mogen de verkiezingen ook niet zonder meer in de maag gesplitst krijgen. Vandaar dus stemrecht, geen stemplicht.’

DE TOEKOMST STAAT OPEN

Over enkele weken begint Dube aan een nieuwe fase in haar leven. ‘Ik ga voortstuderen, maar ik weet nog niet precies in welke richting. Tot voor kort leken exacte werenschappen me een logische keuze, maar nu ik zozeer bezig ben met de Vlaamse Jeugdraad zijn meer sociale richtingen opeens ook valabele opties.’

Ook haar verdere toekomst staat nog helemaal open. ‘Over drie jaar, wanneer mijn voorzitterschap bij de Vlaamse Jeugdraad afloopt, zou ik graag tevreden kunnen terugblikken en zeggen: mannen, dat hebben wij hier goed gedaan. Ik zou het fijn vinden als ik mijn stempel kon drukken, niet alleen op de Vlaamse Jeugdraad, maar via de Jeugdraad op heel Vlaanderen. Dan lees je iets in de krant en weet je: achter de schermen heeft de Vlaamse Jeugdraad daarvoor gezorgd. Dat zou niet alleen voor mij prettig zijn, want de Jeugdraad draait tenslotte niet om Nozizwe, de Vlaamse Jeugdraad draait om alle kinderen en jongeren van Vlaanderen. Het is uiteindelijk voor hen dat je het doet.’

‘Voor de nog verdere toekomst hoop ik in het algemeen dat ik goede beslissingen zal nemen en daar tevreden mee kan zijn. En als de dingen soms niet helemaal lopen zoals ik het graag zou willen, dan hoop ik dat ik snel weer op mijn beide voeten zal staan en weer doorga. Dat lijkt me sowieso een goede eigenschap: iemands kracht schuilt erin dat hij zichzelf weer kan rechttrekken na een tegenslag. Weten dat ik dat kan, zou me heel blij maken.’