01 okt '22

‘Waarom moeten
wij zoveel leren?’

1328
door Michaël Bellon
Pacôme Gilson (10) uit Grimbergen is een geestige kerel met een eigen kijk op de zaken. Het liefst van al speelt hij schaak, en dat kan hij dan ook heel goed.

Zo eindigde hij in zijn leeftijdscategorie al eens tweede op het Vlaams kampioenschap. Op school in het zesde leerjaar van het Prinsenhof doet hij het goed, maar hij zit toch liever te gamen.

Wat kan jij dat veel andere mensen minder goed kunnen?

‘Ik kan goed schaken. Wat er zo leuk aan is, kan ik niet precies zeggen. Ik ga veel schaken in schaakschool Jeugdschaak België in Strombeek-Bever, ik heb een privécoach en ik speel bij een goede club: SC Richard Réti in Neder-over-Heembeek. Per week speel ik zo soms wel tien uur. Wanneer er een Belgisch kampioenschap of schaakkampen of -toernooien voor de deur staan, dan kan dat oplopen tot vijf à zes uur per dag. Het meest trots ben ik op mijn tweede plaats op het Vlaams kampioenschap.

Waar kijk jij in het dagelijks leven vaak tegen op?

‘Ik studeer niet graag. Soms doe ik het toch, meestal voor een examen wanneer er wat meer druk op staat. Wiskunde doe ik graag, maar voor Frans bijvoorbeeld moet ik studeren. De lessen Frans zijn leuk, de toetsen niet.’

Wat maakt je ongelukkig?

‘Mijn haar laten knippen. Een halve maand geleden moest het weer, dus nu ben ik er een tijdje vanaf. Ik vind het niet leuk omdat er dan overal haar op je gezicht of nek valt en dat jeukt. Ik heb het ook niet graag dat mensen aan mijn haar zitten.’

Wat zou je meteen doen als je eerste minister was?

‘Ik denk niet dat ik dat ooit zal worden. Het brengt te veel druk met zich mee. Wat ik direct zou invoeren, is een verbod op roken. Ik snap het nut niet van aan een stokje te zuigen dat brandt, en waar je kanker van kan krijgen. Ik zou ook meer speeltijd en minder lessen geven op school. Waarom moeten wij zoveel leren?’

Welk voorwerp zou je niet kunnen missen?

‘Mijn zetel. Ik zit graag in een zetel die echt goed zit. Bij ons thuis is dat een lange zachte bank van twee en een halve à drie meter breed. De beste plek is het hoekje waar je ook je benen kan strekken. Daar zit ik om televisie te kijken en op de tablet te spelen. Het enige probleem is dat mijn zus ook graag op die plek zit.'

Wat is het beste dat digitale wereld heeft voortgebracht?

‘De smartphone, de computer en de tablet. Vroeger geloofde ik mijn mama wanneer ze zei dat mijn ogen vierkant zouden worden als ik te lang voor het scherm zou zitten. (lacht) Ik speel vooral actie- en strategiespelletjes zoals Clash Royale, Clash of Clans en Subway Surfers.’

Wat is je favoriete personage en waarom?

‘Bram Botermans, het hoofdpersonage van de boekenreeks Het leven van een loser. Ik vind het heel grappig dat een mens zo kan zijn zoals hij, met zijn kinderachtige fantasie. Ik lees graag dikke boeken met veel tekeningen en prentjes, liefst in kleur. Ik lees ook graag strips zoals die van Urbanus en Vertongen en Co.’

Wat is het meest speciale dat je persoonlijk hebt meegemaakt?

‘Deze zomer heb ik een deathride van driehonderd meter gedaan in de Ardèche in Frankrijk. Op een hoogtouwenparcours boven een rivier. In het begin leek het eng, dan was het leuk, en op het einde was het opnieuw eng omdat je even naar boven wordt geslingerd. In ieder geval: het was veel leuker dan gewoon wandelingen maken in de natuur.'

Wat wil je later worden?

‘Toen ik klein was, dacht ik dat ik een bouwer zou worden, dat ik kermissen in de tuin van mijn zus zou bouwen. Daarna werd ik realistischer, en nu denk ik dat ik programmeur bij google word. Mijn vader werkt er ook. Die heeft het wel druk. Ik wil iets minder hard werken.’

Wat is het mooiste plekje in je streek?

‘Grimbergen is een leuke gemeente. Het is hier redelijk rustig, als je buitenkomt ben je op je gemak en kan je al eens een praatje maken met iemand die je tegenkomt. Ik kies voor mijn eigen straat. Die begint als een gewone straat, maar op het einde wordt ze een cirkel en loopt ze dood. Ze lijkt dus op een pijp. Daarom wordt ze ook pijpenkop genoemd. Er rijden bijna geen auto’s waardoor je op straat kan doen wat je wil.’