01 nov '22

Hoop is het beste
wat we hebben’

421
door Anne Peeters
Achtentachtig is hij ondertussen, Koenraad Tinel. In de Gare Maritime van Tour & Taxis opende de kunstenaar begin september zijn tentoonstelling 'Angakok', vol met nieuw werk

Is deze man bijna negentig, echt? Als je hem ziet binnenkomen, zou je het hem niet geven. Kwiek, alert, twinkelende ogen. Een brede glimlach. Vol levenslust. De tijd lijkt op hem geen vat te hebben. Hoe is dat mogelijk? Koenraad Tinel: ‘Jong voor mijn leeftijd? (lacht) Ik denk dat het te maken heeft met mijn werk. Fysiek en mentaal bezig blijven, is goed voor een mens. Tijdens de pandemie ben ik altijd blijven werken. Natuurlijk was ik voorzichtig. Ik ben het nog steeds, ik zal mijn boosterprik wel halen. Maar angst? Nee, dat niet. De afgelopen twee jaren ben ik heel productief geweest.’

Voel je dan niet dat je ouder wordt?

‘Natuurlijk wel. Vroeger werkte ik met zware sculpturen die ik van op de grond opbouwde. Puur op fysieke kracht, vitalistisch bijna. Ik was er trots op dat ik lichamelijk zo sterk was. Ik was in alles hevig, snel, ook met de auto bijvoorbeeld. Nu werk ik aan mijn sculpturen terwijl ze in de lucht hangen en maak er dan een onderstel voor. Kijk maar eens goed: alles gaat de hoogte in. De symboliek daarvan vind ik ook mooi: vanop de grond omhoog. Van de zwaarte naar de lichtheid. Van de wanhoop naar de hoop. Die dualiteit zit wel in mijn werk, ja. Ik werk vaak in inkt naar een sculptuur toe. In een reeks tekeningen zie je dan het concept van zo’n werk ontstaan. Verschillende elementen komen terug, in een reeks tekeningen kan je dat zien groeien. Je kan het op deze tentoonstelling zien, maar bijvoorbeeld ook in de Instagram-posts over mijn werk.’

Oorlog en oorlogsdreiging is een thema dat geregeld terugkomt in jouw werk. Heeft dat te maken met je eigen oorlogservaringen als kind? Denk je dat jouw generatie gevoeliger is voor de dreiging ervan?

‘Ik heb gruwelijke dingen gezien. Mijn vader en oudste broers waren overtuigde nazi’s. In 1944 is ons gezin naar Duitsland gevlucht. Daar heb ik vreselijke bombardementen meegemaakt. Ik heb als jongetje van tien gezien hoe een brandende parachutist uit de lucht kwam vallen. Hij keek recht in mijn ogen en zakte toen in elkaar. De beelden, de geuren van een kapotgebombardeerde stad, … Dat vergeet je nooit.

De wereld kan zwart en donker zijn, maar je kan kiezen voor geluk. Je moèt kiezen voor het geluk.

Door die vlucht heb ik twee jaar school gemist. Terug in België, na de oorlog, was het leven moeilijk. Met mijn moeder en kleine zusje leefde ik in een klein kamertje, mama ging mijn vader en broers bezoeken in de gevangenis. Ik zat toen bij meester Willems, zo noem ik hem nog altijd. Ik heb hem jaren later gevraagd wat voor een kind ik eigenlijk was. ‘Zwaar getraumatiseerd’, was zijn antwoord. Eigenlijk ben ik in mijn werk nog altijd bezig met het verwerken van wat ik toen allemaal heb meegemaakt.’

In je nieuwe tentoonstelling Angakok zitten veel verwijzingen naar de actualiteit. De grote openingssculptuur over de oorlog in Oekraïne. Het hartbrekende beeld van de Syrische vader Munzir die een been verloor en die zijn zoontje Mustafa, een kleuter zonder armen en benen, hoog in de lucht tilt. De ijsbeer met zijn ijzeren klauwen en streelzachte vacht, die bedreigd wordt. Oorlog, pandemie, vluchtelingen, klimaatopwarming. Allemaal destabiliserend en deprimerend. Hoe kijk je naar de toekomst?

‘De wereld kan zwart en donker zijn, maar je kan kiezen voor geluk. Je moèt kiezen voor het geluk. Daar ben ik van overtuigd. Het is bijna een morele plicht. Ik ben verguisd door mijn familie omdat ik bevriend werd met Simon Gronowski (Brussels advocaat, jazzpianist en voorzitter van de Union des Déportés Juifs en Belgique, filles et fils de la déporation, n.v.d.r.) en samen met hem getuigenis afleg over ons verleden. Het werd een hechte vriendschap. Als we het over de wereld en alle problemen hebben, begint Simon zijn zinnen met: ‘Je crois...’ Ik niet. Ik begin met: ‘J’espère…’ Ik hoop. Ik hoop voor de toekomst. Hoop is het beste wat we hebben.’

In jouw expo Angakok zijn er voor het eerst ook schilderijen van jou te zien. Een nieuw medium, vol kleur. Is dat ook een expressie van die hoop?

‘Er waren ook al heel wat schilderijen in kleur te zien op mijn vorige, grote solotentoonstelling TIDES in Rijmenam (2021 en 2022), maar het is wel nieuw voor mij, ja. Ik ben eigenlijk toevallig beginnen schilderen. Ik had last van mijn rug. Dat maakte het moeilijker om aan sculpturen te werken. Dus begon ik te experimenteren met aquarel en gouache. Ik dacht altijd dat ik het niet in me had, dat schilderen, maar ik kreeg er plezier in en ontdekte dat het me lag, meer dan ik had gedacht. Mijn sculpturaal werk blijft natuurlijk wel het belangrijkste, al maakt tekenen een onlosmakelijk deel uit van mijn leven.En daarnaast zijn er ook mijn inkttekeningen, zoals de graphic novel Scheisseimer. Die novel is het getekende verslag van mijn oorlogsjaren als kind. Daarvan komt binnenkort eindelijk een hernieuwde uitgave uit. Of meer recent, het boek Tinel tekent Babel en Singer, waarbij ik de kortverhalen van deze door mij geliefde schrijvers herteken.

Mijn sculpturaal werk blijft natuurlijk het belangrijkste, al maakt tekenen een onlosmakelijk deel uit van mijn leven.

Ik teken ook graag live op scène, als performance artist bij voorstellingen en happenings. In 2019 tekende ik live de voorstelling Skeletvrouw, een Inuït verhaal voor Théâtre Nationale in Brussel. En in 2018 de voorstelling Zolang hij niet zichzelve kent over de mythe van Narcissus. Ik had nog nooit Ovidius gelezen. Ik heb nog altijd spijt dat ik nooit een klassieke opleiding heb gehad. De oerverhalen van de mensheid boeien en inspireren me. Griekse verhalen en mythen, maar ook sproken en verhalen uit andere culturen. Ze zijn universeel. Ze gaan over goed en kwaad en wat dat met een mens doet. Hoe ga je ermee om, hoe bepalen je keuzes je? In elk leven komt dat terug. Verdriet en vreugde, hoop en wanhoop. Hoe ga je om met pijn, met tegenslagen? Hoe verwerk je ze en kom je tot geluk? De tentoonstelling heet Angakok. Bij de Inuït is de angakok de sjamaan, de verteller, de genezer, de heler. Fysiek, maar ook mentaal. Dat intrigeert me. Is dat de rol van de kunstenaar? Is hij de sjamaan van zijn cultuur? Die archetypes zoek ik op, je zal ze altijd terugvinden in mijn werk.’

TOT 30 OKTOBER
Angakok
Koenraad Tinel
Brussel, Gare Maritime Tour & Taxis, www.koenraadtinel.be