01 mrt '20

'De moed om
genuanceerd te denken'

2617
door Nathalie Dirix
Dance, dance, dance. Misschien was dat wel de lijfspreuk die Ish Ait Hamou en Nora Monsecour inspireerde om zich al dansend te bevrijden? En zo een steeds echtere versie van zichzelf te worden.

Jullie hebben allebei recent een boek geschreven. Wat bracht jullie daartoe?

Monsecour: ‘Het is altijd mijn kinderdroom geweest om mijn verhaal op te schrijven. Toen ik dat aan Lukas, de producent van Girl, vertelde, moedigde hij me aan om dat effectief te doen. Hij gaf me het duwtje in de rug dat ik nodig had om de weg naar mijn zelfaanvaarding met de wereld te delen.’

In welke mate loopt jouw verhaal parallel met dat van het hoofdpersonage in Girl?

Monsecour: ‘De kern van ons verhaal is hetzelfde, alleen het kader waarbinnen het zich afspeelt, is verschillend. Zowel Lara als ik zijn transgenders met een droom die we willen waarmaken en waarvoor we een aantal obstakels moeten zien te overwinnen. De strijdvaardigheid waarmee we dat doen, is heel vergelijkbaar. Net zoals de open relatie met onze vaders.’

Wat hoop jij de lezer met je boek De weg naar mezelf mee te geven?

Monsecour: ‘Mijn verhaal beperkt zich niet tot de wereld van transgenders. Het onderwerp ‘zelfaanvaarding en de weg ernaartoe’ is een universeel gegeven. Hebben we niet allemaal een weg af te leggen die ons leert onszelf te aanvaarden en graag te zien? Ik wil vooral laten zien dat emoties zeer menselijk zijn. Elk op onze manier kampen we met dingen die ons frustreren of kwaad maken. Dat mag ons echter niet beletten om onze dromen waar te maken. Ik had dromen die niet meteen realiseerbaar leken. Toch ben ik die dromen trouw gebleven. Waarom zou ik als transgender mijn dromen niet mogen waarmaken? En kijk, door me niet aan te passen aan de opgelegde normen, ben ik kunnen worden wie ik vandaag ben. Weet je wat ik ook belangrijk vind? Dat ik niet alleen als transgender, maar ook als een persoon word gezien. Dat ik transgender ben, is maar één facet van wie ik ben. Ik ben ook danseres, zus, dochter.’

Waarover gaat jouw recentste boek Het moois dat we delen?

Ait Hamou: ‘Het gaat over Soumia, een meisje met Marokkaanse roots, en Luc, een oudere Vlaamse man die als weduwnaar een eenzaam bestaan leidt. Door omstandigheden kruisen hun levenspaden elkaar. Dit zou niets wereld schokkends zijn, mocht Soumia niet betrokken zijn geweest bij een terroristische aanslag waarin Lucs vrouw het leven liet. Op het eerste gezicht is er geen enkele reden om te geloven dat die twee personages het met elkaar zouden kunnen vinden. Toch zal blijken dat ze meer gemeenschappelijk hebben dan je zou denken. Er gebeurt iets bijzonders tussen hen. Hoe meer ze zich aan elkaar blootgeven, hoe meer ze elkaar weten te waarderen en ernaar uitkijken om in elkaars gezelschap te zijn.’

MONSECOUR: ‘Ik ben transgender, maar ook danseres, zus, dochter.’

Een verhaal met een diepere boodschap?

Ait Hamou: ‘Eigenlijk is het een verhaal over twee eenzame zielen die elkaar vinden in een wereld vol wantrouwen en vooroordelen. In theorie zouden ze elkaars vijanden moeten zijn, maar hun eerlijkheid tegenover elkaar zorgt ervoor dat de maskers afvallen. Het is die eerlijkheid die hen bevrijdt en ervoor zorgt dat ze een zekere rust in zichzelf vinden. Het boek gaat ook over eerlijk zijn met jezelf. De passage waarin de vader van Soumia haar doet inzien dat ze de gevolgen van haar daad moet aanvaarden, is een scharniermoment. Pas als ze aanvaardt dat haar betrokkenheid bij een misdaad - ook al was die onbewust - consequenties heeft, kan ze zich verzoenen met het verleden en vooruit beginnen kijken.’

Waarom wilde je dit verhaal vertellen?

Ait Hamou: ‘In de eerste plaats heb ik het geschreven omdat ik me als jongeman van Marokkaanse origine in onze samenleving vaak misbegrepen voel. Zeker na de aanslagen heb ik dat sterk ervaren. Er werd naar me gekeken alsof ik niet begreep welke angst de mensen toen voelden. Maar ik was ook bang. Door over die periode te schrijven, heb ik meer inzicht in mijn eigen frustraties gekregen. Het heeft me doen inzien vanwaar dat gevoel van ‘jullie snappen me niet’ kwam. Ik zat ermee, maar kon het niet plaatsen. Schrijven heeft dan iets bevrijdend. Eenmaal het verhaal op papier stond, kon ik opnieuw goed slapen.’ (lacht)

Jezelf bevrijden. Jullie hebben er allebei ervaring mee. Zijn er mensen die jullie daarbij geholpen hebben?

Monsecour: ‘Mijn ouders hebben mij emotioneel heel erg gesteund. Ze hebben me begeleid om op het punt te komen waar ik vandaag ben. Hoe ze dat gedaan hebben? Door me graag te zien zoals ik ben. Ook Lukas heeft een belangrijk aandeel. Hij heeft me doen beseffen dat mijn verhaal ook voor andere mensen waardevol kan zijn. Uit onze samenwerking voor de film is er trouwens een mooie vriendschap ontstaan.’

Ait Hamou: ‘Ook mijn ouders hebben mij onvoorwaardelijk gesteund. Zelf heb ik veel opgestoken van Fouad, een Vilvoordenaar die een dansgezelschap leidde. Toen ik in zijn groep danste, heb ik aandachtig geobserveerd hoe hij met mensen omging en het beste uit hen kon halen. Hoe hij met de dansers praatte, problemen aanpakte; het heeft me voor een stuk gevormd.’

Monsecour: ‘In ons gezelschap is er een 35-jarige danseres die moeder is geworden. Haar wil om te blijven doorgaan, inspireert me. Ook iconische figuren zoals Marlène Dietrich of Aretha Franklin doen dat.’

Jullie hebben veel met hokjesdenken te maken gehad. Wat heeft dat met jullie gedaan?

Monsecour: ‘Als kind voelde ik me vaak aan de rand van het groepsgebeuren staan. De nieuwsgierige vragen die ik kreeg, dienden vaak om me in een hokje te duwen. Hoe moeilijk het soms ook was, toch heb ik niet toegelaten dat men naar me keek als een soort attractie. Gelukkig weet ik heel goed wat ik wil. In plaats van toe te laten in een hokje gestopt te worden, heb ik voor mezelf verdedigingsmechanismen ontwikkeld. Het is heus niet meer zo gemakkelijk om me uit mijn lood te slaan.’

Ait Hamou: ‘We moeten ons bevrijden van denkpatronen die ons van de andere vervreemden.’

Ait Hamou: ‘Vooroordelen hebben we allemaal. De omgeving waarin je bent opgegroeid, zal in belangrijke mate bepalen of je snel meegaat in vooroor delen of beslist om er eerst over te reflecteren. Maar zelfs als je een ruimdenkende opvoeding hebt gekregen, blijft de mens toch een kuddedier. Als ik rond mij kijk, zie ik dat mensen zich vaak achter vooroordelen verstoppen omdat ze bang zijn om in de andere iets van zichzelf te herkennen. Als die andere gekoppeld kunnen worden aan een negatief narratief is de verleiding groot om een muur tussen jezelf en de andere op te trekken. Precies daarom is Luc, het hoofdpersonage in mijn boek, zo’n moedig figuur. Hij durft de stereotiepe mening over moslims naast zich neerleggen. Hij heeft de moed om genuanceerd te denken, zijn innerlijke stem te volgen en zich zo te bevrijden van denkpatronen die ons van de andere vervreemden.’

Dansen speelt in jullie leven een cruciale rol. Het lijkt wel alsof dansen jullie bevrijdt.

Monsecour: ‘Dat doet het ook. Ik dans al van sinds ik vier ben. Eigenlijk is het een soort therapie. Als ik me vroeger slecht voelde, zette ik muziek op. Dat kon Beyonce zijn. Zo kon ik mezelf dan uitdrukken en mijn gevoelens de vrije loop laten gaan. Vandaag is de belangrijkste reden waarom ik dans nog steeds omdat ik al dansend een groot deel van mijn persoonlijkheid kan uitdrukken. Dansen is voor mij dan ook in de eerste plaats een vorm van zelfexpressie.’

Ait Hamou: ‘Bij mij begon het met een videoclip van breakdancers die ik als 11-jarige zag. Ik vond het super cool en wilde voortaan niet alleen stervoetballer worden maar ook topdanser. (lacht) Later is gebleken dat urban dance mijn paspoort tot de wereld zou worden. Dankzij dansen heb ik kunnen reizen en heel wat interessante mensen ontmoet. Voor mij was dansen vooral een manier om uit Vilvoorde weg te raken en de wereld te verkennen. Het is pas later dat ik de diepere dimensie van dansen ben gaan ontdekken.’

Wat betekent levenskunst voor jou?

Monsecour: ‘Ik zie het als een zoektocht. Het is de kunst om van je leven iets te maken waarmee je gelukkig kan zijn. Ik vind mijn geluk vooral in het dansen. Als ik een tijd niet heb gedanst, dan knaagt er iets. Het is een uitlaatklep die me ook helpt mijn donkere momenten te overwinnen. In mijn streven naar geluk leg ik de lat graag hoog. Vandaag zou ik wat meer mogen leren gelukkig zijn met wat ik al heb bereikt. Toch is het verlangen om steeds mijn grenzen te verleggen, sterker dan mezelf. Het is een soort perfectionisme waaraan ik moeilijk kan weerstaan.’

Ait Hamou: ‘Wat is levenskunst? Moeilijke vraag. Ik besef dat ik me in een luxepositie bevind. Familiaal, relationeel, professioneel, het zit echt mee in mijn leven.’

Je bent een geluksvogel?

Ait Hamou: ‘Ik heb ook al meerdere keren gefaald. Maar door te falen heb ik leren relativeren. Als een project minder succesvol is dan ik hoopte, dan besef ik heel snel dat dit niet het einde van de wereld is. Het is maar een project, denk ik dan. Time is on my side.’ (lacht)

Samenleven is ook een kunst. Hebben jullie enkele tips die kunnen helpen om in harmonie met elkaar samen te leven?

Monsecour: ‘Onlangs kwam ik tijdens een dansproductie in aanraking met een zin die mij is bijgebleven: We zouden elkaar soms een beetje meer mogen negeren. Waarom willen we voortdurend een opinie over de andere hebben? Zouden we elkaar best niet wat meer ruimte geven om onszelf te zijn?’ 

Ait Hamou: ‘De filosofie achter de danskunst kan ons veel leren over samenlevingskunst. Als danser ga je net groeien door samen te werken met iemand die anders danst dan jij. De andere technieken die hij of zij toepast, kunnen je nieuwe inzichten in je eigen dansstijl geven. Mijn grootste droom als choreograaf is dan ook om een dansgroep samen te stellen met zoveel mogelijk verschillende profielen. Toegegeven, het is een hele uitdaging om zo’n diverse groep als een harmonieus geheel te laten functioneren. Het vraagt heel wat luisterwerk en geduld, maar het kan en het resultaat loont de moeite.’

Monsecour: ‘We zijn allemaal mensen met emoties. Waarom zouden we ons dan druk maken over iemands afkomst?’

Monsecour: ‘TanzMainz, het Duits dansgezelschap waarvan ik deel uitmaak, vertrekt ook vanuit die gedachte. We bestaan uit twintig dansers met de meest uiteenlopende profielen. Onze verschillen zijn onze grootste troef. Net daarom kan ik me zo storen aan de roep naar meer grenzen. Dankzij mijn dansgroep kom ik elke dag in contact met mensen van andere culturen. Door de ogen van mijn internationale collega’s zie ik de wereld. En dan merk je dat we allemaal mensen met emoties zijn. Waarom zouden we ons dan druk maken over iemands afkomst?’

Meerstemmigheid op het podium toont ons de schoonheid van diversiteit. Maar in onze samenleving resulteert het, jammer genoeg, nog al te vaak in dissonante klanken. Hoe komt dat?

Ait Hamou:‘Jammer genoeg beschikken we nog niet over een narratief dat ons aanmoedigt om op een realistische maar constructieve manier met het thema om te gaan. Samenleven is een actief werkwoord. Dat is zo voor een koppel, dat is zo voor onze maatschappij. Voor onze politici is er dan ook een belangrijke taak weggelegd om met een positief verhaal te komen dat mensen inspireert om elkaar beter te leren kennen. Net zoals voor een choreograaf zou hun focus een mooi samenspel van dansers moeten zijn en niet hun eigen persoon en politieke carrière.’

Hoe is het met jullie persoonlijk geluk gesteld?

Monsecour: ‘Als je te veel naar geluk zoekt, ontsnapt het geluk je. Met liefde is dat net zo. Naar liefde kan je niet op zoek gaan, het overkomt je. Een boek dat me een aantal interessante dingen over dit onderwerp meegaf, is The subtle art of not giving a fuck. Het leert je dat het leven een aaneenschakeling van hoogtes en laagtes is. Je kan dit maar best aanvaarden, wil je niet gebukt gaan onder een negatief denkpatroon.’

Kan je daar een voorbeeld van geven?

Monsecour: ‘In augustus is mijn nichtje over leden. Toen heb ik er bewust voor gekozen om het verdriet dat me overviel, toe te laten. Het is een rouwproces waar je door moet. Zo’n ervaring leert je ook relativeren. Een trui die gekrompen uit de wasmachine komt, kan me heus niet langer ongelukkig maken.’

Wat zijn jouw gelukkigste momenten?

Ait Hamou: ‘Meestal ontvouwen die zich wanneer ik na een productieve werkdag thuis ben met mijn vrouw en kinderen. Dan kan mij een heel intens geluksgevoel overvallen. Ik ben het eens met Nora dat je geluk niet kan vinden. It happens. Ik ben trouwens nooit echt gelukkig als ik aangekomen ben op de bestemming die ik vooropgesteld had. Bij aankomst ben ik al klaar voor een nieuwe bestemming.’ (lacht)

Wat kan jullie ongelukkig maken?

Monsecour: ‘Soms laat ik oude denkpatronen nog binnensijpelen. Ik heb het dan over demonen zoals een laag zelfbeeld. Ik probeer er niet naar te luisteren. Want hoe meer aandacht ik aan die denkbeelden geef, hoe meer ze me beheersen. Ik counter ze door me op positieve gedachten te focussen. Aan dansen of mijn familie denken, helpt. Het zijn de twee pijlers in mijn leven die me altijd rechtgehouden hebben. Weet je, eigenlijk ben ik dankbaar voor de donkere periodes in mijn leven. Ze hebben me bijgebracht dat niet alleen geluk maar ook ongeluk part of life is. En dat slachtofferschap je geen stap verder brengt.’

Hoe ga jij met donkere momenten om?

Ait Hamou: ‘Jij kiest welke houding je aanneemt ten opzichte van situaties die je pijn geven. Racisme, discriminatie, liefdesverdriet; het zijn allemaal zaken die hard binnenkomen. Maar dat wil niet zeggen dat jij daarop hard moet reageren. Gelukkig ben ik altijd omringd geweest door mensen die me opgevangen hebben en me hebben leren omgaan met negatieve prikkels. Zowel thuis als in mijn vriendenkring kon ik terugvallen op rolmodellen. Zij toonden me dat jij verantwoordelijk bent voor de houding die je aanneemt ten aanzien van wat je overvalt. En vergeet niet dat er een grote kracht uitgaat van het goede voorbeeld geven. Want er is altijd wel iemand die meekijkt of luistert, al ben je je daarvan niet bewust.’

Zijn jullie al klaar met de dood?

Monsecour: ‘Ik laat de toekomst ongehinderd naar me toe komen. Ik wil vooral in het nu leven. Ik maak niet al te veel plannen. We zien wel wat er op mijn pad komt. Een ding staat wel vast: dansen blijft een vitaal onderdeel van mijn leven. De dood hou ik het liefst zoveel mogelijk uit de buurt. Hij heeft me wel al iets geleerd: het  essentiële van het niet-essentiële leren onderscheiden.’ 

Ait Hamou: ‘Ik schreef er een tijdje geleden een verhaaltje over. Het gaat over de dood en het leven die samen op een bank zitten. De dood wijst het leven erop dat de mensen hem kwaad  voorbijstappen, terwijl ze vriendelijk naar het leven kijken. Het maakt de dood boos. Hij  verwijt het leven dat het de mens slecht heeft ingelicht. Waarom vertelde het de mensen dat de dood iets is om te vrezen? De dood is toch niet meer of minder dan het zekere einde van een twijfelend begin. Maar goed, ik wil mezelf eerst nog op heel wat vlakken uitdagen: een kinderboek, een eerste langspeelfilm, een nieuwe roman. Het werk zal nooit af zijn. Dat is een geruststellende gedachte.’ 

 

Nora Monsecour

  • Vrouw op wie de film Girl is geïnspireerd.
  • Werd in 1996 geboren als Aaron en gaat sinds haar 18e door het leven als Nora.
  • Vocht om haar twee dromen te realiseren: vrouw én danseres worden.
  • Danseres bij het Duitse dansgezelschap TanzMainz.
  • Auteur van De weg naar mezelf.

Ish Ait Hamou Danser en choreograaf.

  • Bekend van het televisieprogramma So You Think You Can Dance.
  • Nam deel aan het programma Terug naar eigen land.
  • Sinds 2017 stadsambassadeur van Vilvoorde.
  • Ontving in 2016 de Prijs van de Gelijkheid.
  • Auteur van onder meer Als je iemand verliest die je niet kunt verliezen, Hard Hart en Het moois dat we delen.