01 mei '19

‘Schoonheid
kan helend werken’

977
door Nathalie Dirix
Commentatoren Walter Zinzen en Rik Van Cauwelaert fileren de politiek op onderhoudende wijze. Kijken ze met eenzelfde arendsblik naar het leven?

Wat waren de sleutelscènes in jullie leven?

Zinzen: ‘De drie jaren als jonge man in Congo hebben mijn leven sterk beïnvloed. Ze liggen aan de basis van mijn liefde voor het Afrikaanse continent. In de periode 1963­1966 gaf ik les aan een meisjesschool in Lubumbashi. Ik leerde dat intelligentie niets met huidskleur te maken heeft. Ik ontdekte het gevoel voor humor van de Congolezen. Ik ging houden van hun vitaliteit, hun wil om te overleven en telkens opnieuw op te bouwen wat verwoest is. Ook hun respect voor de oudere medemens fascineert me. Zij staan te kijken van hoe wij onze bejaarden achter muren opsluiten. Bij hen geeft ouderdom je een bepaalde status. Een bejaarde noemen ze Mzee. Een soort eretitel waarmee ze hun respect voor de oudere persoon uitdrukken.’

Van Cauwelaert:‘Een sleutelmoment dat ik me nog herinner, situeert zich in 1961. Het was de periode dat er veel verzet was tegen de eenheidswet. Ik was 11 jaar en op een dag was ik met mijn moeder in Brussel getuige van rellen naar aanleiding van een vakbondsbetoging. Dat ik dat schouwspel live kon volgen, vond ik ongelofelijk spannend. Plots besefte ik dat mijn vader, toen politiek verslaggever van de krant Het Volk, dit soort taferelen voor zijn werk vanop de eerste rij kon volgen. Wat een boeiend leven! Wat zat ik mijn tijd op de schoolbanken te verspillen. Op mijn zestien heb ik dan beslist om een punt te zetten achter mijn studies. Ik had het gehad met dat saaie, schoolse bestaan. Ik wilde zijn waar de actie was en geschiedenis werd geschreven. Voor mijn ouders was dit natuurlijk een opdoffer. Aanvankelijk dachten ze dat het een bevlieging was, maar ze moesten vaststellen dat ik het meende.’

Zijn er scènes die je zou willen overdoen?

Zinzen: ‘Laat de mooie herinneringen vooral mooie herinneringen blijven. Als ik terugdenk aan mijn jeugd, dan voel ik geborgenheid. Het was de periode waarin de parochie een belangrijke rol in het gemeenschapsleven speelde. Mensen voelden zich meer met elkaar verbonden. Hoe ouder ik word, hoe meer heimwee ik naar die periode heb. Het is gek hoe bepaalde herinneringen uit mijn jeugd plots kunnen opduiken. Zoals dat beeld van een overtuigde communist die mij aan de kerk hun partijblad De Roode Vaan wilde verkopen. Toen ik hem argwanend bekeek, probeerde hij me te overtuigen en zei: Du choque des idées jaillit la lumière. Kijk, dat soort herinneringen komen met het ouder worden vaker naar boven. Prachtig, maar dat wil niet zeggen dat ik die momenten opnieuw zou willen beleven.’

Hoe kijk jij terug op je jeugd?

Van Cauwelaert: ‘Een groot deel van mijn jeugd speelde zich af in Onze-­Lieve-­Vrouw-Lombeek. Een dorp in het Pajottenland waar de mensen het relatief goed hadden. Veel had te maken met de aardbeienteelt die mensen de kans gaf om iets bij te verdienen en uit de armoede te blijven. Op 12-­jarige leeftijd werd ik naar een internaat in Mechelen gestuurd en als jongeman ben ik een hele tijd uit mijn geboortestreek weggebleven. Sinds 2012 woon ik er opnieuw, in mijn ouderlijk huis. Die terugkeer is niet ingegeven uit nostalgie. Terugkeren naar het verleden is niet aan mij besteed.’ 

Welke personen hebben jou het meest gevormd?

Van Cauwelaert: ‘In mijn professionele loopbaan was Jef Anthierens een belangrijk personage. Jammer dat hij de reputatie van een extreemrechtse denker heeft, terwijl hij eigenlijk alleen een provocateur was. Hij was de man die me zei dat ik moest gaan schrijven. Het is zijn duwtje in de rug dat gemaakt heeft dat ik een ‘schrijvende’ journalist ben geworden. Ondertussen is hij al meer dan achttien jaar overleden.’

Zinzen: ‘Het duwtje in de rug kreeg ik van mijn klastitularis in de vierde Latijnse, pater Butaye. Rijke Moedertaal heette het leerboekje dat hij had geschreven. Hij heeft zijn liefde voor taal overgedragen. Fier dat hij was toen ik met een van mijn opstellen een prijs won bij de opstelwedstrijden van het Davidsfonds.’

Jullie zijn gebeten door het woord?

Van Cauwelaert: ‘Wij hebben nog de tijd gekend waarin het beeld niet zo dominant was als vandaag. Ik herinner me nog de verslaggeving van de voetbalwedstrijden op de radio. Dan moest je het hebben van je rijke taal om mensen te laten meeleven. Welsprekendheid, het leren schrijven van een speech; dat leerden wij in het middelbaar.’

Zinzen: ‘De welsprekendheid is verloren ge­   gaan. Nochtans heeft ons land de meest welsprekende politicus ooit gehad. Ik heb het over Paul­-Henri Spaak. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken die kort na de Tweede Wereldoorlog tijdens de VN Veiligheidsraad de hele wereld op een verbluffende manier toesprak. Zijn speech begon met de beroemde woorden Nous avons peur. Dat soort briljant redenaarstalent is jammer genoeg verleden tijd.’

Vandaag is geluk een hoog streefdoel. Hoe kijken jullie naar geluk?

Van Cauwelaert: ‘Al op jonge leeftijd heb ik ervoor gekozen om gelukkig door het leven te gaan en me door niets of niemand van de wijs te laten brengen. Ongeluk is vaak iets wat je jezelf aandoet. Als je beslist om je geluk af te meten aan dat van anderen of je te laten leiden door jaloezie, dan maak je het jezelf heel moeilijk om gelukkig te zijn.’

Je kunt ook tegenspoed kennen.

Van Cauwelaert: ‘Iedereen komt met ongeluk in aanraking, maar je mag niet toelaten dat tegenslagen je naar beneden halen. Op een bepaald moment moet je verdriet een halt toeroepen, de draad weer oppikken en doorgaan.’

 

Van Cauwelaert: ‘Iedereen komt met ongeluk in aanraking, maar je mag niet toelaten dat tegenslagen je naar beneden halen.’

 

Zinzen: ‘Voor mij gaan geluk en harmonie hand in hand. Als je het gevoel hebt dat zowel je professioneel als persoonlijk leven harmonieus verlopen, dan kan je spreken van geluk. Natuurlijk heb je dat niet altijd in de hand. Ik heb het op het werk meerdere keren meegemaakt dat conflicten de harmonie verstoorden. Dan komt het erop aan je niet uit je lood te laten slaan. Conflicten horen nu eenmaal bij het leven. De kunst bestaat erin ze niet toe te laten je innerlijke harmonie aan te tasten.’

Hoe ga je om met kritiek? Ik kan me voorstellen dat kritiek de harmonie grondig kan verstoren.

Zinzen: ‘Daar leer je mee om te gaan. Het is zoals de uitdrukking: De honden blaffen, maar de karavaan trekt verder. Het is nu eenmaal een gegeven dat niet iedereen het met je eens kan zijn. Uit kritiek kan je trouwens ook leren.’

Van Cauwelaert: ‘Als je je opinie in het openbaar uit, dan moet je er tegen kunnen dat iemand je ongelijk geeft. Wil je in de boksring staan, dan moet je aanvaarden dat je slaag zult krijgen. Mijn vader heeft me een wijze raad gegeven: Er zijn mensen die je niet kunnen beledigen.’

Zinzen: ‘Het eerste kindje dat je krijgt, het eerste lief dat je kust; dat zijn momenten die je intens gelukkig maken. Maar de sleutel tot duurzaam geluk ligt vooral in doen wat je graag doet. Ik zeg vaak dat ik nooit heb gewerkt. Ik heb altijd mijn hobby kunnen uitoefenen.’

Zinzen: ‘De sleutel tot duurzaam geluk ligt vooral in doen wat je graag doet.’

Verdriet hoort ook bij het leven. Hoe ga je om met verdriet?

Zinzen:‘Verdriet associeer ik in de eerste plaats met het verlies van geliefden. Maar wil dat zeggen dat je je hele leven verdrietig moet blijven? Nee, ook na een moeilijk rouwproces zit er maar een ding op en dat is doorgaan met je leven. Je bewijst je liefde voor iemand trouwens niet door verdrietig te blijven, wel door zijn of haar gedachtegoed trouw te blijven. Het valt me op hoe Afrikaanse volkeren erin slagen om minder zwaarmoedig om te gaan met verdriet. Dat heeft te maken met hun geloof in een leven na dit leven. Geloven dat je je dierbare zult terugzien, verzacht het verdriet. In de Afrikaanse cultuur gelooft men zelfs dat de geesten van de overledenen je tijdens je leven blijven begeleiden. Dat concept van het eeuwige leven is zondermeer een troostende gedachte. Jammer dat die gedachte niet zo realistisch is.’

Van Cauwelaert: ‘Enkele jaren geleden was ik getuige van de expressieve en joyeuze manier waarop mensen met een Afrikaanse achtergrond afscheid van iemand nemen. Tijdens de mis en op het kerkhof ging het er heel uitbundig en liefdevol aan toe. Met als gevolg dat je na de dienst met een luchtig hart naar huis keert.’

Kan kunst jullie een bepaalde vorm van troost brengen?

Van Cauwelaert: ‘Het beluisteren van jazz of het lezen van gedichten kan me tijdens moeilijke momenten helpen. Dichters zoals Guido Gezelle en Karel Van de Woestijne vind ik nog steeds prima gezelschap. Ook de teksten van dichter en performer Jules Deelder kan ik waarderen.’

Zinzen: ‘Schoonheid kan helend werken. Ik denk dan vooral aan de luchtige, huppelende, oorstrelende muziek van Mozart, maar ook aan een mondmuziekje van Toots Thielemans. Soms kan muziek een droevig gevoel net versterken. Ik had dat met de muziek van de film La double vie de Véronique. Dat is muziek die ik tijdens moeilijke momenten best niet beluister. Soms kan ook een beeld me echt  aangrijpen. Zoals dat beeld van Donatello dat ik een paar jaar geleden in Firenze zag. De doordringende blik van een vrouw die door het leven is getekend, deed me denken aan een foto van een Algerijnse vrouw die in diezelfde periode de Worldpress prijs had gewonnen. Dat Donatello diezelfde ontredderde blik zoveel eeuwen vroeger al vereeuwigd had, toont dat kunst ook verhelderend kan werken. Het is kunst die je bewust maakt dat de geschiedenis zich herhaalt. Die blik die Donatello vereeuwigde, is dat niet dezelfde blik die je vandaag in de ogen van vele vluchtelingen ziet?’ 

Van Cauwelaert: ‘Ik spring wel eens binnen in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel om er het prachtige schilderij De dood van Marat van Jacques-­Louis David te zien. Het dateert van 1793 en toont hoe de Franse revolutionair Jean-­Paul Marat in zijn bad wordt doodgestoken. Dat beeld uit de vroege 19e eeuw is zo perfect qua compositie dat het je aangrijpt. Of dat andere schilderij A l’aube van Charles Hermans. Het dateert van 1875 en toont een groep rijkelui die in de vroege uurtjes onder invloed van alcohol een nachtgelegenheid verlaten, terwijl in diezelfde straat arbeiders op weg zijn naar hun werk. De juistheid en het vakmanschap waarmee de schilder de sociale ongelijkheid in beeld brengt, daar blijf je zoveel jaar later nog altijd naar kijken.’

Jullie wonen allebei al vele jaren in de Rand van Brussel. Hoe hebben jullie de Rand zien evolueren?

Van Cauwelaert: ‘De sfeer van een dorp is met de jaren geëvolueerd naar die van een randstad. Als ik vanuit mijn dorp naar Brussel rijd, zie ik duidelijk hoe de verstedelijking terrein wint. De open velden verdwijnen. Neem Dilbeek. In de jaren 50 was het vooral een gemeente van boerkozen, tuinbouwers die in de Rand groenten kweekten en op de vroegmarkt in Brussel verkochten. Vandaag is er van dat landelijke Dilbeek niet veel meer overgebleven.’ 

Wat heeft die verstedelijking met de mensen gedaan?

Van Cauwelaert: ‘De geborgenheid, waarover Walter het daarstraks had, is weg. Mensen die in dezelfde straat wonen, kennen elkaar haast niet. Maar niettegenstaande dat verloopt de verstedelijking en de daarbij horende diversiteit van de samenleving in de Rand toch op een vrij harmonieuze manier. In de straat waar ik woon, leven er sinds kort ook mensen met een allochtone achtergrond en dat verloopt zonder problemen. Uiteraard is de situatie in de Rand niet te vergelijken met die in Brussel. Daar heb je wijken met een grote concentratie van mensen van allochtone afkomst. De overheid heeft veel te laat ingezien dat dit spanningen geeft.’ 

Zinzen: ‘Sterrebeek, de gemeente waar ik woon, was vroeger een boerendorp met vele rijke witloofboeren. Vandaag wonen hier veel expats. Zij verblijven hier maar een korte tijd. Dat versterkt de sociale cohesie niet. Toch merk je dat er inspanningen worden geleverd om een lokale gemeenschap te creëren. In onze straat is er elk jaar een buurtfeest waar je mensen van allerlei landen, zij het vooral Europese, ontmoet. Multiculturaliteit wordt in onze gemeente niet als een probleem ervaren. Men ligt meer wakker, letterlijk, van de geluidshinder van de vliegtuigen en de files. Soms merk je wel dat de taalstrijd nog wat sporen heeft nagelaten. Sommige Franstaligen begroeten je in het Frans op een toon die je laat verstaan dat ze niet in het Nederlands aangesproken willen worden. Anderen doen dan weer alle moeite om Nederlands te praten.’

Van Cauwelaert: ‘Het aanpassingsvermogen van een mens is bijzonder groot.’

Wat heeft het leven jullie geleerd?

Zinzen: ‘Het leven heeft me vooral geleerd dat het onvoorspelbaar is. Men vraagt aan Rik en mij vaak hoe het politieke landschap zal evolueren, maar ook de politiek is even onvoorspelbaar als het leven. Ik heb leren schrijven met een lei en een griffel. Een lei was in mijn kindertijd even groot als een tablet vandaag. Als je vaststelt tot wat die lei in één mensenleven kan evolueren, dan kan je niet anders dan concluderen dat de mens in staat is om zich geweldig aan te passen.’

Van Cauwelaert: ‘Het aanpassings­ en incasseringvermogen van een mens is bijzonder groot. Als ik zie hoe mensen, die veel ouder zijn dan ik, zich aangepast hebben aan de nieuwe technologieën, dan ben ik er vrij gerust in dat de mens een manier zal blijven vinden om met veranderingen om te gaan.’

Zinzen: ‘Het leven heeft me vooral geleerd dat het onvoorspelbaar is. Net als de politiek.

Wat hoop je dat het leven je nog zal brengen?

Van Cauwelaert: ‘Daar sta ik niet bij stil. Mijn motto is: laat maar komen. De onlangs overleden Wetstraat­journalist Hugo De Ridder gaf me een tijdje geleden nog de goede raad om actief te blijven. Volgens hem was blijven schrijven de beste manier om oud te worden. Ik denk dat ik zijn raad zal volgen.’

Zinzen: ‘Ik kan de toekomst niet voorspellen, maar durf te hopen dat de harmonie in de samenleving zal toenemen. Paula D’Hondt verwees in de jaren 90 al naar de harmonieuze samenleving. Ik hoop dat haar droom zich wereldwijd mag realiseren, zodat oorlogen zoals in Jemen en Syrië definitief tot het verleden behoren. Volgens sommige wetenschappers zijn we op de goede weg. Over een tijdspanne van miljoenen jaren zou het geweld afgenomen zijn, ondanks de schijn van het tegendeel vandaag.’ 

Wat kunnen we zelf doen om tot die harmonieuze samenleving te komen?

Zinzen: ‘Een beetje begrip en empathie opbrengen, zou al een hele stap vooruit zijn. Je verplaatsen in de denk­ en gevoelswereld van iemand anders is het begin om tot een betekenisvolle dialoog te komen.’

Van Cauwelaert: Laat ons de stelling van de filosoof Immanuel Kant toepassen: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet. Het vormt de basis om in harmonie samen te leven.’

 

Rik Van Cauwelaert (1950)

  • Werkte als fotograaf en sportjournalist.
  • Was directeur­hoofdredacteur voor het weekblad Knack.
  • Was directeur strategie voor de redacties van de magazines van Roularta.
  • Schrijft columns voor het dagblad De Tijd.
  • Geeft politieke duiding in het canvas­programma Zinzen en Van Cauwelaert bij Ivan.
  • Woont in Onze-­Lieve-­Vrouw-­Lombeek.

 

Walter Zinzen (1937)

  • Werkte als journalist bij Gazet van Antwerpen en was presentator, verslaggever, eindredacteur en chef duiding bij de VRT.
  • Schrijft opiniestukken voor de kranten De Standaard en De Morgen.
  • Geeft politieke duiding in het canvas­programma Zinzen en Van Cauwelaert bij Ivan.
  • Woont in Sterrebeek.