01 jun '17

Roofvogels in Vilvoorde

2260
door Herman Dierickx
Zeg ‘Vilvoorde’, voeg er ‘wilde natuur’ aan toe, en je zal zien dat elk weldenkend mens in een kramp schiet. Het zijn twee thema’s die niet met elkaar in verband worden gebracht. Maar ook hier draait de natuur ons soms een loer.

En eerlijk, het verbaasde ook mij dat ik vanuit mijn nieuwe woonst in een maand tijd meer roofvogels zag passeren dan de voorbije tweeëndertig jaar in Grimbergen. De redenen liggen nochtans voor de hand.

Eerst en vooral is er een braakliggend terrein van een kleine tien hectare, dat af en toe een maaibeurt krijgt en waar de stad een voorlopige parkeerplaats heeft ingericht. Een jachtgebied bij uitstek voor de vogels die ik tot hiertoe spotte. De natuurliefhebber in mij hoopt stilletjes dat het terrein nog lang in zijn huidige toestand blijft liggen…

Maar er is nog een andere evidente reden voor al dat vliegend natuurgeweld. Op de nabijgelegen koeltoren van de elektriciteitscentrale broedt al jaren een koppeltje slechtvalken. De oudervogels komen regelmatig langs. En dat doen ook de slechtvalken, die inmiddels een vaste stek vonden op de toren van de abdijkerk in Grimbergen. Aan deze soort is er duidelijk geen gebrek. Onlangs zag ik ook een havik in volle glorie overzeilen. In een straal van een paar kilometer broeden er een vijftal koppels. Zij vinden het betreffende jachtgebied blijkbaar het neusje van de zalm.

Na het Vilvoorde van de rookpluimen, het Vilvoorde van de natuurpracht?

Af en toe bidt er een torenvalk, die moet niet lang wachten om een muis te verschalken. De sperwer, die in een naburige naaldboom broedt, heeft genoeg aan een paar korte zeilvluchten om een kleine zangvogel te slaan, en de buizerd houdt de boel in het oog vanaf een bomenrij aan de rand van het gebied. Van daaruit ziet hij perfect wanneer er een onachtzaam jong konijntje passeert of wanneer er eentje gewond of ziek raakt. Ook die soort broedt met verschillende koppels in een straal van enkele kilometers.

Zo zie je dat een relatief klein gebied een grote aantrekkingskracht heeft op deze roofvogels. Tegelijk krioelt het er van ander leven. Het aantal planten valt reuze mee, en de hoeveelheden insecten die er moeten van leven zijn ook niet min. Zelfs de zeldzame sleedoornpage, een schuwe dagvlinder, zal zich binnenkort weer laten zien, want vorig jaar in augustus kruiste hij mij op het fietspad dat er langsloopt. Na het Vilvoorde van de rookpluimen, het Vilvoorde van de natuurpracht?