01 dec '17

Groeipijnen

29
door Tom Serkeyn
Tom Serkeyn is journalist bij RINGtv en violist bij de Vilvoordse muziekgroep Zakdoek. Hij is geboren in Brussel en woont in Peutie. Voor RandKrant schrijft hij afwisselend met Fatima Ualgasi, Joris Hintjens, en Dirk Volckaerts de column mijngedacht.

In 2030, dat is over een goede twaalf jaar, zal de bevolking van de Vlaamse Rand met 10,5 procent toegenomen zijn. Dan zitten we hier met 461.259 op een kluitje. En ik kan het weten, want ik heb het vorige maand gelezen in RandKrant, die de cijfers dan weer haalde bij de Studiedienst van de Vlaamse regering, en die liegt niet.

In Machelen en Vilvoorde ligt het groeitempo het hoogst: volgens de cijfers van de Vlaamse overheid zal de bevolking van Machelen in 2030 gestegen zijn met 21,3 procent, in Vilvoorde met maar liefst 25,3 procent. In 2014 telde de parel van de Zennevallei 41.843 inwoners, dat zouden er 52.465 worden in 2030.

Als ik door de keurig heringerichte winkelstraten van Vilvoorde kuier, heb ik moeite om dat te geloven. Die zijn onderhevig aan woestijnvorming, een onrustwekkend aantal handelspanden staat leeg en om de haverklap sluit alweer een zaak de deuren. Desalniettemin dikt de bevolking sneller aan dan dat de poolkappen afsmelten.

Waar doen al die ‘oude’ en ‘nieuwe’ Vilvoordenaars dan hun boodschappen? Niet bij Uplace, want de bouw daarvan houdt gelijke tred met die van het Eurostadion. In Brussel dan? Mechelen? Wie weet zelfs in Wijnegem Shopping? Of online misschien? Geloof me, als je in de Rand wil genieten van een rustige wandeling hoef je niet perse door de bossen van Groenendaal te dwalen of over de Brabantse Kouters te struinen, loop gewoon eens door de Leuvensestraat in Vilvoorde.

De onvolprezen Jimmy Frey wist in 1970 al wat ons te wachten stond en zong daarom vrolijk ‘Duw een beetje, er kan nog eentje bij.’

Maar goed, de cijfers van de Vlaamse Studiedienst zijn er nu eenmaal. Het gaat natuurlijk om prognoses. Als de kerncentrale van Doel ontploft, de Derde Wereldoorlog uitbreekt of een meteoriet op Brussel inslaat, dan kloppen de gegevens natuurlijk niet meer, maar laten we ervan uitgaan dat voorlopig alles zijn gangetje zal gaan.

Ik denk dat deze cijfers alleen maar bevestigen wat iedereen, die al een poosje in de Rand woont en niet blind is, al lang weet: behalve in de Leuvensestraat in Vilvoorde wordt het gezellig druk in de Rand, voor sommigen wellicht té gezellig. Waar gaan al die mensen wonen? Waar gaan hun kinderen schoollopen? Welke impact gaat die bevolkingsaangroei hebben op de mobiliteit? Hoe groen en Vlaams zijn die nieuwkomers? Doemdenkers spreken van quasi ‘onoverkomelijke problemen’, de meer positief ingestelden hebben het over ‘grote uitdagingen’.

En ja, we zullen de handschoen moeten opnemen, want wat hebben we eraan om in een kramp te schieten en de toekomst met angst tegemoet te zien? We kunnen niet anders dan de uitdagingen aangaan. De vraag is niet of we met meer gaan zijn, de vraag is hoe we dat gaan ‘schaffen’. We zullen ongetwijfeld te kampen krijgen met groeipijnen, maar dat leed kan verzacht worden met geld, veel geld.

Investeren is de enige boodschap, de Vlaamse regering zal met een bom duiten op de proppen moeten komen. Het Toekomstforum van de burgemeesters van het arrondissement speelt daarom met het idee om niet alleen Vilvoorde maar de volledige Rand te erkennen als centrumstad zodat de koe daadkrachtig bij de horens kan worden gepakt.

Ik probeer alvast hoopvol gestemd te blijven over de snelle toename van de bevolking in onze regio. ‘Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen’, klonk de positieve boodschap van Thé Lau zaliger. Vervang wereld door de Rand en we hebben een regionale hymne. Of verkies jij een hit van de onvolprezen Jimmy Frey? Die wist in 1970 al wat ons te wachten stond en zong daarom vrolijk ‘Duw een beetje, er kan nog eentje bij.’