01 dec '16

Zichzelf een weg baant

1893
door Gerard uit Brussel
Mijn goede voornemens kwamen vroeg dit jaar, nog voor de kerstperiode. Niet van mijn gewoonte, maar een donderpreek met bulderende stem rechtstreeks vanuit de donkere hemel bracht de blijde boodschap: ik zou meer gaan bewegen, want volgens de directe omgeving ‘sta ik te vet’.

Hoe sterk is de eenzame fietser die krom gebogen over zijn stuur tegen de wind
Zichzelf een weg baant

Mijn goede voornemens kwamen vroeg dit jaar, nog voor de kerstperiode. Niet van mijn gewoonte, maar een donderpreek met bulderende stem rechtstreeks vanuit de donkere hemel bracht de blijde boodschap: ik zou meer gaan bewegen, want volgens de directe omgeving ‘sta ik te vet’.

En ja, ik voel geregeld mijn adem stokken, verslik mij meer dan goed voor mij is, is mijn darmstelsel flink in de war, voel somtijds alsof mijn keel wordt dichtgeknepen door een onzichtbare hand, heb zeurende pijn onder mijn linkerarm.

De gevolgen van niet bewegen, zouden verschroeiend zijn en nog verschroeiender worden. Zoiets als de klimaatopwarming. Ik installeerde mij enkele weken in mijn luie zetel, beentjes omhoog. Dacht er serieus over na, en mja bewegen, waarom niet, zeker als je het leven voelt korten?

Wel onder één voorwaarde: niet fanatiek, zoals sommige leeftijdsgenoten die je alleen nog te pakken krijgt tijdens een fel doorgedreven loop- of fietstraining, al dan niet onder leiding van Evi Hanssen of de plaatselijke KWB-afdeling. Dan gaat het over koerstenues, kilometertellers, hartslagen en verzuurde benen, en denk ik altijd verzuurde benen, jaja, verzuurde gezichten, als ik het goed zie.

Nee, fanatiek zou het niet worden, zeker niet, liever rustig aan. Zachtjes opbouwen. Met toeristisch fietsen bijvoorbeeld, niet meer dan 10 km/u, het hoofd in de lucht en wat rondkijken zodat je iets meepikt van de omgeving. Stoppen om op een bank in het zonnetje op te warmen of een glas te drinken in een café dat juist is open gegaan. Doen wielertoeristen dat ook niet?

Of functioneel: naar het werk fietsen, dat zou al een goed begin zijn. Zo gezegd, zo gedaan. Fiets in orde gezet: bandenspanning gecontroleerd, ketting gesmeerd, versnellingen afgesteld, fluovestje en helm aangeschaft, en natuurlijk het nodige licht op batterijen, vooraan en achteraan, plus extra heroplaadbaar licht op de helm. Geen geduw meer om die dynamo rond te laten draaien. Ik doorstond het hoongelach van de omgeving en zette door.

Dan de grote test: de baan op, het echte verkeer in. En… dat viel tegen. Op drie ritten Jette-Wemmel heen en terug werd ik twee keer bijna van de baan gereden, moest ik drie keer stoppen omdat een auto het fietspad blokkeerde - en als ik er iets van zei, was de bestuurder zich van geen kwaad bewust: ‘fietspad hoezo? Ik moet hier mijn vrouw afzetten of rustig mijn sigaretje smoren, of…’ -, moest ik mijn beste stuurmanskunst bovenhalen om putten en verhoogde borduren in het fietspad te ontwijken.

Als ie maar geen fietser wordt. Ze rijden hem misschien halfdood.


Eén keer - ergens ter hoogte van de Brusselsesteenweg richting Merchtem - kreeg ik een lading beledigingen naar mijn hoofd geslingerd. ‘Wie - the f*** - ik wel dacht te zijn, dat ik het fietspad gebruikte, nog wel met mijn fiets!’ Want meneer met - sorry voor het cliché - de BMW wilde voorwaarts een parkeerplaats inrijden, waarvoor hij een hap van het fietspad dacht mee te pakken, en ik, de snoodaard, belemmerde zijn weg.

Plots, in een seconde, kwam er bij mij iets naar boven. Was het ergernis, woede, wraak, een onverwerkte jeugdbelevenis? Ik weet het niet, het gebeurde in een waas  en ik ben er niet fier op, maar in een spontane reactie van nauwelijks enkele seconden ledigde ik, als een echte profwielrenner, mijn linkerneusgat in de richting van het open raam van die opdringerige wagen.

Een mooie fluim snot vloog - in twee streepjes - op de dure documenten van zijn passagierszetel. Mja, dat was nog eens multi-tasken: fietsen en fluimen. Via een smal zijwegje kon ik ontsnappen aan de verdere tirade van de BMW-man. Bye bye, zwaai zwaai. Fietsen: een helse karwei, maar gezond voor geest en lichaam.

Maar liever dat nog dan het bord voor zijn kop.


De eenzame fietser
- Boudewijn De Groot (klik hier)
Hoe sterk is de eenzame fietser die krom gebogen over zijn stuur tegen de wind
Zichzelf een weg baant
Hoe zelfbewust de voetbalspeler die voor de ogen van het publiek de wedstrijd wint
Zich kampioen waant
Hoe lang ver genoeg de zakenman zonder mededogen die concurrent verslagen vindt
Zelf haast failliet gaat
En ik zit hier tevreden met die kleine op mijn schoot
De zon schijnt er is geen reden
Met rotweer en de harde wind
Te gaan fietsen met dat kind
Als ie maar geen voetballer wordt
Ze schoppen hem misschien half dooood
Als ie maar geen voetballer wordt
Ze schoppen hem misschien half dooood
Maar liever dat nog
Dan het bord voor zijn kop
Van de zakenman
Want daar wordt hij alleen maar slechter van