01 mrt '19

Loop eens
een rondje kanaal

571
door Herman Dierickx
De zone tussen de Verbrande Brug en de sluis van Zemst is een corridor van open ruimte die vandaag veel gebruikt wordt door allerlei zachte recreanten die daar een frisse neus komen halen, sporten of de natuur observeren.

Veelal gaat het om mensen uit de regio omdat zij dit traject goed kennen. Veel mensen zijn er zich echter nog niet van bewust hoe goed je in deze gevarieerde zone kan wandelen. Je kan er bovendien een overstap maken naar de open kouters en natuurgebieden die er achter liggen. Hoog tijd voor een verkenning.

EINDELOOS

Je kan bijvoorbeeld vertrekken aan de Verbrande Brug, langs de westzijde van het kanaal. Dan heb je een rechte wandel- of fietsweg van zes kilometer tot aan de sluis van Zemst. Daar kan je echter niet oversteken, dat doe je aan de defecte brug van Humbeek waar je momenteel gebruik kunt maken van de veerpont, of verder aan de brug van Kapelle-op-den-Bos of Tisselt. Vanaf die twee bruggen kan je in één ruk terugkeren tot aan de Verbrande Brug. 

Afhankelijk van het doel van je wandeling, ben je gezegend met meer dan voldoende ontmoetingen. En als je dan toch echt  niemand ziet, omwille van het slechte weer bijvoorbeeld, dan heb je nog altijd voldoende aan de flora en fauna die hier te zien is. Vogels op het water, planten op de oevers, van alles en nog wat op de scheiding tussen land en water… dit is werkelijk een traject vol natuur en mooie landschappen. Je kan er eindeloos ver kijken, zeker als je af en toe eens naar het achterland blikt dat uitzicht geeft op enkele mooie kouters zoals die van Beigem.

ONTMOETINGEN

Op een zonnige zondag kan het hier wel eens wat drukker zijn, maar al bij al valt dat mee. Het voordeel van de drukte is dat je passanten van allerlei pluimage ontmoet. Ruiters, joggers, mountainbikers, vogelaars, botanisten, verdrietige zielen, joelende kinderen,… op de begane grond; roeiers en waterskiërs op het water, vissers aan de waterlijn. Het is altijd fijn om met telgen van dit divers mensenpalet een praatje te slaan. Afhankelijk van het moment waarop je ze treft, hebben ze allemaal wat te vertellen. Je komt dus slimmer thuis dan je bent vertrokken. Dit is met andere woorden een fijne ontmoetingsplaats.

Zo passeerde er mij enkele jaren geleden een joggende CEO van een belangrijk bedrijf uit de buurt, omringd door enkele lijfwachten. Het ietwat logge lichaam van de man ging golvend op en neer en het zweet gutste van zijn blinkende voorhoofd. Geen tijd, geen zin en geen aanleiding voor een praatje, dat was duidelijk. De norse blikken van de lijfwachten spraken boekdelen: laat ons met rust, we hebben het al moeilijk genoeg om deze inspanningen te moeten doen, zag je ze denken. 

Als je dit traject regelmatig aflegt, kom je vast en zeker in contact met vogelaars, al of niet voorzien van hun kenmerkende attributen zoals laarzen en telelenzen. Onafgebroken speuren ze het kanaal af op zoek naar bijzondere vogels als zaagbekken, eenden of allerlei meeuwen soorten. Op de plek waar de oeverzwaluwen in de kanaalberm broeden, houden ze graag halt om het af- en aanvliegen van deze kleine maar behendige vogels te observeren. Vogelaars hebben het niet zo begrepen op de vissers. ‘Ze laten altijd afval achter, rijden met hun auto zo dicht mogelijk bij de visplaatsen en zijn van de zwijgzaamste types van het menselijk ras. Wat heb je daaraan?’ Dan gaat het er bij de roeiers anders aan toe. Vanaf de oevers worden ze door hun trainer op de fiets luidkeels aangemoedigd. Dat gebeurt met een megafoon die je van wel een kilometer ver kunt horen. Als het niet snel genoeg gaat, volgt een sappige vloek, zeker bij mannelijke roeiers. Bij vrouwen valt de commentaar een stuk zachter en vriendelijker uit.

OUD BOS

Ter hoogte van Humbeek passeer je langs het Gravenbos, één van de oudste bossen van de regio. Je kunt er vrij wandelen op de openbare paden en opmerken dat een groot deel is vol geplant met populier. Maar je vindt er ook nog heel wat percelen met eeuwenoude zomereiken en beuken en de daarbij horende kruidachtige vegetatie. Als je in het voorjaar vanaf het kanaal naast de grot door de Candèledreef loopt, krijg je een prachtig beeld van de schitterende samenhang van de beukenbomen met de erbij horende lagere planten als gevlekt longkruid, bosviooltje en dagkoekoeksbloem. In de zomer legt het wijfje van de zeldzame keizersmantel – een grote dagvlinder – haar eitjes aan de voet van de beuken. De kleine rupsjes moeten dan op eigen kracht naar een viooltje kruipen om de blaadjes ervan op te eten en een jaar lang uit te groeien tot een volwassen vlinder. Dit is slechts een kleine greep uit het aanbod. Je kunt er nog veel meer ontdekken, veel meer dan in pakweg Oostenrijk of Kroatië.