01 dec '22

Waar gaan al die bomen komen?

2203
door Herman Dierickx
Het plan van de Vlaamse Regering is duidelijk. Tegen 2024 moet er 4.000 ha bijkomend bos worden aangeplant, met ook extra bomen in de Rand. Daarmee wil Vlaanderen opklimmen uit de onderste regionen van landen met weinig bos.

Twee jaar voor de deadline sputtert de motor om deze ambitie waar te maken. De teller blijft een eind onder de 1.000 ha steken. Het belangrijkste probleem stelt zich, volgens bevoegd minister Zuhal Demir (N-VA), bij de pachtwetgeving. Die zou te rigide zijn om landbouwgronden te bebossen. Onlangs werd er in het parlement een meerderheid gevonden om de pachtwet te wijzigen waardoor de omzetting van landbouwgrond naar bossen wordt versoepeld.

Intussen blijft de overheid naarstig op zoek naar grond voor bos. Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) heeft zich geëngageerd om 1.250 ha voor zijn rekening te nemen, Natuurpunt 700 ha. Ook de Regionale Landschappen, Bos+, de Bûûmplanters en zoveel anderen zetten hun beste beentje voor. Gezien de hoogdringendheid woedt de zoektocht naar grond in alle hevigheid. Volgens sommigen zelfs iets te hevig. Dat er bos moet bijkomen staat buiten kijf, liefst nog meer dan de vooropgestelde 4.000 ha, maar volgens nogal wat wetenschappers en terreinmensen gebeurt de bebossing niet altijd op de meest geschikte locaties.

Op zoek naar geschikte plaats

Bomen groeien moeilijk op natte gronden, dus dat is geen goede keuze. Landbouwgrond met te hoge fosfaatconcentraties is ook geen goed idee, want het duurt eeuwen vooraleer daar een ecologisch volwaardige vegetatie op groeit. Bomen planten op historische graslanden is geen goede optie omdat deze biotopen zeldzaam en kwetsbaar zijn, en dus niet mogen verdwijnen ten voordele van kunstmatige bossen. Voor heidegebieden idem dito. Globaal gesteld: we leggen beter geen bossen aan op plekken waar nooit bos heeft gestaan of toch minstens niet tot de tijd van Graaf de Ferraris (1775), toen die zijn gedetailleerde kaarten van België maakte.

Ons systeem om bossen aan te planten ligt dwars. We doen het op een ‘onnatuurlijke’ manier met veel boompjes tegelijk in de grond. Sommigen spreken eerder over een bomenakker in plaats van over een bos. Natuurlijke verbossing van daarvoor geschikte gronden zou minstens even snel gaan en veel meer ecologische waarde opleveren. Kunstmatig aangeplante bossen hebben het belangrijke nadeel dat alle bomen ongeveer even oud en dus plaaggevoelig zijn. Ze vormen een kunstmatige bovenlaag waaronder zich te weinig spontane kruiden en struiken vestigen. De geschikte schimmels en bacteriën ontbreken om de jonge boompjes tot gezonde bomen te laten uitgroeien. De spontane kolonisering door schimmels gebeurt traag, zeker op percelen waar nooit eerder bomen groeiden. Het uitgangspunt van de Afdeling Onroerend Erfgoed van de Vlaamse administratie is dat bij het bebossen van percelen naar de landschappelijke context moet worden gekeken. De gewenste bosuitbreiding moet zoveel mogelijk op historisch verantwoorde plaatsen gebeuren en rekening houden met de landschappelijke structuren. Het bebossen van waardevolle kleinschalige landschappen met veel graslanden of van open akkergebied is niet wenselijk. Zowel Natuurpunt als het ANB zijn voorstander om nieuwe bomen te planten op percelen die grenzen aan bestaande bossen.

Dat er bos moet bijkomen staat buiten kijf, maar volgens nogal wat kenners gebeurt de bebossing niet altijd op de meest geschikte locaties.

Moeilijke keuzes

De honger naar grond is groot. Ook in de Rand. Toen de populieren in de Maalbeekvallei in Grimbergen een vijftal jaar geleden kaprijp waren, stond men voor de keuze: nieuwe bomen aanplanten of teruggaan naar de historische versie van de zone die eeuwenlang bestond uit bloemenrijke, natte graslanden in het beheer van de Abdij. De visie om alles in zijn oorspronkelijke staat te herstellen, werd uiteindelijk van tafel geveegd. Daardoor verdween een van de belangrijkste kwelgebieden van de gemeente definitief van het toneel. De ontwateringsgrachten moeten vandaag het vele kwelwater naar de Maalbeek afvoeren. Gevolg: de historische biotoop van nat grasland is vol gezet met inheemse bomen en struiken die daar niet gelukkig zijn omdat het er te nat is. Ook de plannen om er deels een speelbos aan te leggen, liggen klaar. En dat te midden van kwelgebied dat bekend staat als één van onze kwetsbaarste habitat. Dat is niet zo’n goed idee.

De gemeente Merchtem wil 7 ha bos aanplanten op de Hoge Wei. Vanaf 1770 heeft daar nooit een bos gestaan. Het gaat om historische graslanden die wettelijk beschermd zijn. Maar de druk om die 4.000 ha bos te realiseren, is immens. En zo vervangen we waardevolle biotopen door een minderwaardige bomenverzameling die zelfs binnen honderd jaar nog geen bos zal zijn. Ook daar komt er een speelbos te midden van overstromingsgebied. Dat levert enkel verliezers op: er komt geen volwaardig bos, de precaire graslandbiotoop gaat verloren en de eeuwenoude historischculturele waarde verdwijnt. Meer bossen aanleggen, is zeker een goed idee; wel is het voor een goed ecosysteem raadzaam om goed na te denken over waar die bomen worden aangeplant.