11 sep '13

Over de grens: Over Vlamingen en Walen

3257
door Guido Fonteyn
‘Het stemt tot nadenken dat de clichés die de Waalse beweging over de Vlamingen op het einde van de 19e eeuw (armoezaaiers en profiteurs) meedroeg, vandaag door de N-VA ten aanzien van de Walen gebruikt worden’.

In over de grens publiceren we korte stukjes die reiken over de taalgrens, de landsgrens of de mentale grens.

‘Het stemt tot nadenken dat de clichés die de Waalse beweging over de Vlamingen op het einde van de 19e eeuw (armoezaaiers en profiteurs) meedroeg, vandaag door de N-VA ten aanzien van de Walen gebruikt worden’. Dit is een van de opvallende zinnen - en zo zijn er veel - in een bescheiden ogend maar o zo belangrijk boekje van ULB-historica Chantal Kesteloot, in een bij mijn weten zelden ondernomen poging om het Waalse regionalisme te vergelijken met het Vlaams nationalisme.

De historica beschrijft daarbij twee bewegingen: de Vlaamse en de Waalse, die bij momenten meer gelijkenissen vertonen dan algemeen wordt aangenomen, maar in hun aanzet fundamenteel van elkaar verschillen.

De oorsprong van beide bewegingen is anders. De Walen voelen zich thuis in het francofone België van 1830, ontstaan uit een opstand tegen de Hollanders, vandaar hun afwijzing - haat bijna - tegen al wat Nederlands is. ‘Het aanleren van het Nederlands wordt ervaren als een aantasting van de Belgische nationaliteit’, schrijft Kesteloot. En nog zoiets: ‘De Waal is eentalig’. De Vlamingen strijden voor de erkenning van hun taal in België, en pas in een latere fase tegen de verfransing van Vlaanderen. Dit leidt vanaf 1873 naar een reeks eerste taalwetten, waarbij de Walen en de francofonen - Kesteloot legt zeer terecht de nadruk op dit onderscheid - telkens denken dat het nu wel zal volstaan, terwijl de Vlamingen aan volgende stappen denken, zij het meer geleidelijk dan later werd aangenomen.

Walen en francofonen blijven ook lang van mening dat de Vlaamse dialecten op termijn wel zullen verdwijnen, zoals de Waalse dialecten de plaats ruimden voor het Frans. Het is dan ook geen toeval dat een belangrijke aanzet naar een gestructureerde Waalse beweging vanuit Waalse middens in Brussel werd gezet, waar men met de aanwezigheid van het Nederlands rechtstreeks werd geconfronteerd. Een echte structuur komt er veel later, na 1960, onder de impuls van vakbondsleider André Renard, die de Waalse strijd in een links perspectief plaatst, met op de achtergrond het inzicht dat de grote periode van de Waalse industrie voorbij is, en daarmee op termijn ook van de eentaligheid van Wallonië.

Aan toekomstvoorspellingen waagt de historica zich niet, maar zij merkt met nadruk op dat vanuit Europa de evolutie in België ‘aandachtig, maar soms ook met enige ongerustheid wordt gadegeslagen’.

Guido Fonteyn

Waals regionalisme tegenover Vlaams nationalisme, Chantal Kesteloot, VUBPRESS (Paul Verbraekenlezing 2013)