14 aug '13

Over de grens: Waarheen met Brussel?

2994
door Guido Fonteyn
‘Brussel mist een duidelijke leesbaarheid’. Dat is een mooi en duidelijk zinnetje in een artikel van VUB-professor Eric Corijn in Waarheen met Brussel?, een boek dat als verplichte, maar redelijk zware literatuur geldt voor iedereen die om Brussel en de brede Vlaamse rand er rond bekommerd is.

In over de grens publiceren we korte stukjes die reiken over de taalgrens, de landsgrens of de mentale grens.

‘Brussel mist een duidelijke leesbaarheid’. Dat is een mooi en duidelijk zinnetje in een artikel van VUB-professor Eric Corijn in Waarheen met Brussel?, een boek dat als verplichte, maar redelijk zware literatuur geldt voor iedereen die om Brussel is bekommerd. Die bekommernis geldt ook voor de brede Vlaamse Rand rond Brussel, want zo een stadsgewest kent enkel administratieve en politieke grenzen, geen sociologische, zodat een belangrijk gedeelte van wat Corijn en zijn academische collega’s schrijven ook geldt voor een groot gedeelte van Vlaams-Brabant (en wie nadenkt, weet dat deze périphérie ook een zuidkant heeft, van Waver tot en met de luchthaven van Charleroi). Ook in Wallonië wordt men zich daar stilaan van bewust.

Corijn bedoelt met zijn opmerking dat de instrumenten voor ruimtelijke ordening in Brussel versnipperd zijn, weinig geïntegreerd en weinig operationeel. De ordening in Brussel is dan ook het gevolg van vele particuliere actoren en projecten, ‘ingebed in de marktlogica’. Hier had Corijn wat duidelijker kunnen zijn, want wat hij hier schrijft is belangrijk: de stad - het stadsgewest en de Rand - groeien in functie van de markt, en dat komt neer op (mogelijke) winst voor particulieren en bedrijven, zoals dat blijkt uit de strijd om nieuwe winkelcentra, en niet in functie van de noden van de bevolking.

Corijn wijst met nadruk op een ander fenomeen: de opdeling van de stad tussen ‘uiterst centrale kansarme wijken en een zuidoostelijke kwadrant van meer gegoede burgers’. Dit werkt een stadsvlucht van centrum naar periferie en een concentratie van armen in het centrum in de hand, evenals een verschuiving van de koopkracht naar buiten, wat weer druk oplevert op de periferie.

Corijn heeft overschot van gelijk, maar in dit en in gelijkaardige schema’s ontbreken mijn inziens telkens belangrijke gedeelten van de stad: het noordwestelijk gedeelte van Brussel met gemeenten als Jette en Ganshoren en het noordoostelijk gedeelte met Evere en Schaarbeek, die niet extreem arm en niet extreem rijk zijn.

Naast Corijn schrijven andere eminente academici in stevige brokken hun visie op Brussel neer, waaronder Christian Kesteloot en Christian Vandermotten.

Guido Fonteyn

Waarheen met Brussel?, VUBPRESS, Eric Corijn e.a.