01 sep '16

Zware wateroverlast in de Rand

4125
door Luc Vanheerentals
Ongeveer elke zomer heeft de Rand prijs. Zware aanhoudende regenbuien zorgen voor ongekende overstromingen. De beelden van volledig ondergelopen delen van Sint-Pieters-Leeuw waren hallucinant. Hoe komt dat en vooral: wat gaan we eraan doen?

De felle regenbuien, die Vlaanderen in de periode van 27 mei tot eind juni teisterden, hielden ook in een aantal randgemeenten lelijk huis. De felste buien in deze regio vielen op 7 juni toen het aantal tussenkomsten van de brandweer opliep tot 537. Vooral Sint-Pieters-Leeuw en Laag-Kraainem werden die dag zwaar getroffen. Op andere momenten deelden andermaal Grimbergen, Dilbeek, Wemmel, Zaventem, Tervuren, Asse, Beersel in de klappen.

DE OORZAAK

In haar rapport Wateroverlast 27 mei-8 juni 2016 op www.waterinfo.be schrijft de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) de oorzaak van de aanhoudende regen toe aan een omega-blokkade. ‘Het weer in Europa werd bepaald door een standvastig hogedrukgebied in de vorm van een Griekse letter omega. Hierdoor kon geen koele Atlantische lucht aangevoerd worden en was er niet veel wind in de atmosfeer. De depressie en vochtige onstabiele lucht vanuit Duitsland en Nederland trokken uiterst langzaam over Vlaanderen waardoor we geconfronteerd werden met een opeenvolging van onweders.’ Ook de klimaatverandering laat zich voelen. ‘Sinds de jaren 1990 zijn de neerslagextremen met 20 tot 25% gestegen in vergelijking met de ganse meetperiode vanaf het begin van vorige eeuw.’ Voor de helft van deze toename ziet VMM een mogelijk verband met de klimaatopwarming.

DE OMVANG

De VMM-pluviometer in Sint-Pieters-Leeuw mat in de periode van 27 mei tot 8 juni een neerslag van 110,11 mm (of liter per m2), terwijl de neerslag op jaarbasis in Ukkel gemiddeld 850 mm bedraagt. De maximale neerslag per uur bedroeg 34,19 mm, wat volgens de VMM slechts één keer om de 44 jaar voorkomt. Op 12 uur tijd werd hier 52,4 mm gemeten, wat slechts één keer om de 18,7 jaar het geval is. In een reactie wijst burgemeester Luc Deconinck (N-VA) van Sint-Pieters-Leeuw erop dat deze pluviometer zich in het gehucht Negenmanneke bevindt; elders in de gemeente werd door landbouwers nog veel meer neerslag gemeten. ‘Op 27 mei werd in Berchem-Oudenaken op 2 uur tijd 55 mm gemeten, op 7 juni in Vlezenbeek in dezelfde tijdspanne liefst 78 mm.’

Vooral op dinsdagavond 7 juni, toen een felle regenbui 2 uur lang bleef hangen, waren de gevolgen voor Sint-Pieters-Leeuw catastro- faal. Als het klopt dat er die dag verspreid over de gemeente gemiddeld 50 mm gevallen is, impliceert dat een totale neerslag in Sint-Pieters-Leeuw van liefst 2 miljoen m3. Het was dit keer niet de door de VMM beheerde Zuunbeek die voor waterellende zorgde, maar de kleine beken van 2e en 3e categorie zoals de Vogelzangbeek, Molenbeek en Gaspeldoornbeek die op diverse plaatsen vele tientallen huizen onder water zetten. Het op één uitzondering na niet overlopen van de Zuunbeek in straten was te danken aan de twee wachtbekkens Volsembroek (81.000 m2) en Slesbroek (47.000 m2), die in een recordtempo gevuld werden, en het feit dat het waterpeil van de Zenne niet in die mate steeg dat de Zuunbeek er haar water niet meer kwijt kon. In Negenmanneke kwamen straten blank te staan omdat het water daar niet meer in de Zuunbeek kon wegvloeien.

Weersomstandigheden, erosie, te veel beton en de klimaatopwarming blijven voor overstromingen zorgen.

De wateroverlast op 7 juni in Kraainem was volgens de VMM vooral afkomstig van de zogenaamde moerriolen of zeer grote riolen die parallel lopen met de belangrijkste waterlopen. In Laag-Kraainem mondt de moerriool van de Kleine Maalbeek uit in de moerriool van de Woluwe ter hoogte van de grens tussen het Brusselse en het Vlaamse Gewest. Deze zat die dag 2,5 uur lang overvol, hetgeen in Laag Kraainem resulteerde in overstromingen in de Van Hovestraat en Thumasstraat, waar het water razendsnel steeg tot meer dan 1 m hoog en tientallen huizen onder water kwamen te staan. Volgens VMM-woordvoerster Veerle Van Woensel werden deze moerriolen aangelegd om het water van zeer grote verharde oppervlakten hogerop in Kraainem op te vangen. ‘Bij een zeer hevige bui zoals op 7 juni kan het water echter niet meer worden opgevangen door de collectoren stroomafwaarts.’

DE REACTIES

Vooreerst wijst de VMM erop dat de wachtbekkens in de Woluwevallei op 7 juni overlast in Vilvoorde en Machelen voorkomen hebben. Ook burgemeester Alexis Calmeyn van Drogenbos zei dat de werken aan de collector onder de Marie Collartstraat die dag ‘een ramp hebben vermeden.' Andere gemeenten kondigen nieuwe plannen aan. Zo vroeg het gemeentebestuur van Dilbeek begin juni de medewerking van landbouwers om erosie tegen te gaan. Burgemeester Deconinck van Sint-Pieters-Leeuw kondigde eind juni aan dat zijn gemeentebestuur voor de strijd tegen wateroverlast tot 2018 liefst 2,5 miljoen euro extra wil uittrekken. ‘We gaan een integraal waterbeheersingsplan opstellen dat inzet op het vertragen van de afvoer van de neerslag naar de beken en riolen door buffering, aanleg van gecontroleerde overstromingsgebieden, onderhoud, erosiebestrijding en wegwerken van knelpunten in rioleringen en beken.’ Deconinck had hierover reeds gesprekken met beheerders van waterlopen en rioolbeheerder Vivaqua, Bestaande plannen zullen versneld worden uitgevoerd. De VMM is inmiddels gestart met de aanleg van een reeds vroeger gepland overstromingsgebied op de Zuun- beek met een capaciteit van 200.000 m3.

Wat de Woluwevallei betreft voerde de provincie samen met het Vlaams Gewest een modelleringsstudie uit om het risico op wateroverlast in Zaventem, Vilvoorde, Machelen, Kraainem en Wezembeek-Oppem te beperken. Een eerste conclusie is om het gehele waterbeheer bij VMM onder te brengen. Daarnaast zijn er plannen om te investeren in een automatische sturing. ‘Het is niet eenvoudig om een oplossing te vinden voor de wateroverlast in Laag-Kraainem. Er is immers geen plaats meer voor een nieuw wachtbekken. Ook de geplande automatische sturing zal zo’n vloedgolf als die van 7 juni niet volledig kunnen opvangen’, zegt Van Woensel. Daarom pleit ze voor lokale maatregelen om water langer vast te houden, zoals de aanleg van regenwaterputten, groendaken, het tegengaan van verharding.

DE  PIJNPUNTEN

In haar rapport legt de VMM de vinger op nog meer pijnpunten. ‘Vlaanderen heeft sinds 1982 meer dan 130.000 ha ingenomen aan ruimte voor huizen, bedrijfsgebouwen en nieuwe wegen. De grootste toename situeert zich in de suburbane gordel rond Brussel en Antwerpen'. In een reactie stelt Deconinck dat 'minder beton iets is waar zijn gemeente nauwlettender op gaat toekijken bij beslissingen over bouwvergunningen’. De VMM pleit ook voor meer waterrobuust bouwen en verwijst hierbij naar een pilootproject waarbij in de periode 2013-2015 in Beersel en Sint-Genesius-Rode voor 85 overstromingsgevoelige gebouwen een individueel plan werd opgesteld om deze tegen waterschade te beschermen. ‘Ook in Sint-Pieters-Leeuw starten we een project om een 600-tal huizen beter te beschermen tegen wateroverlast’,  aldus Deconinck.

Wat onderneemt de provincie Vlaams-Brabant, die de waterlopen 2e categorie beheert, om de wateroverlast in de Rand te beperken? De afgelopen jaren werden al overstromingsgebieden aangelegd op de Bollebeek in Asse, de Zierbeek in Sint-Martens-Bodegem, de Molenbeek in Beersel, de Voer in Vossem, de Maalbeek in Grimbergen en Wemmel, de Molenbeek in Lennik en Dilbeek en de Grote Molenbeek in Asse en Merchtem. Er werden werken uitgevoerd aan de Zilverbeek in Overijse, de Tangebeek in Grimbergen en Vilvoorde, de Molenbeek in Alsemberg, de Kelkebeek in Grimbergen en de IJsse in Overijse. Voor de volgende jaren zijn nog overstromingsgebieden gepland langs de Tangebeek in Vilvoorde en Grimbergen, de Paardewater in Overijse, de Maalbeek in Grimbergen, de Molenbeek in Beersel en de heraanleg van de Molenbeek in Huizingen en Dilbeek. Al 32 gemeenten, waaronder een tiental uit de Rand, werken samen met een provinciale erosiecoördinator. De provincie richtte recent ook een infopunt (016 26 75 02) op waar iedereen terecht kan met vragen over waterlopen.