01 mrt '24

België is een wapenland

1184
door Anne Peeters
Nils Duquet (43) uit Zellik is directeur van het Vlaams Vredesinstituut. Hij doet onderzoek naar vuurwapens: wapenbezit, wapengeweld, de illegale handel, hun rol in conflicten,…

Anders dan bijvoorbeeld in de VS hebben hier weinig burgers een revolver op zak of een geweer in huis. Staat wapengeweld voor de meeste mensen niet ver van hun leefwereld?

‘Mensen komen vaker in aanraking met wapens dan je zou denken. Ik spreek uit eigen ervaring: als jonge gast ben ik ooit overvallen. De aanslagen van de laatste jaren tonen aan dat wapens in de buurt hebben een gevaar is. Een gevaar dat we moeten aanpakken zodat wapens niet in de verkeerde handen terecht komen. In de handen van terroristen of drugscriminelen. Het wordt soms zelfs heel persoonlijk. Bij de aanslag tijdens de voetbalwedstrijd België-Zweden op 16 oktober vorig jaar zat ik met mijn zoon van elf in het stadion. Ik heb al jaren onderzoek gedaan naar terroristisch wapengeweld en, terwijl ik daar zat met mijn kind, vlogen er een hele reeks scenario’s door mijn hoofd. Toen we dan eindelijk weg mochten, was ik blij dat we laat konden vertrekken. Mijn zoon was liever eerder naar huis gegaan, ik wou vooral veilig blijven zitten. Je ziet een groot aantal politieagenten in de hoogste staat van paraatheid een mensenmassa in veiligheid brengen. Dan voel je die confrontatie, de dreiging van geweld. Het lijkt veraf, maar opeens komt het heel dichtbij.’ ‘Terrorisme is overal. Sinds 9/11 is alles veranderd. Alle zekerheden die we wereldwijd dachten te hebben, stonden ineens op losse schroeven. In 2001 was ik nog aan het studeren en verbleef ik een tijdje in de VS. Net op 9/11 zou ik van Minnesota naar New York vliegen... Die gebeurtenis heeft een enorme impact gehad. De oorlog in Afghanistan is begonnen, niet veel later de oorlog in Irak. Dat heeft me mee gevormd tot wie ik nu ben. In de VS ben ik ook even actief geweest in de vredesbeweging. De rol van de olie-industrie in het conflict in Irak was een trigger voor mij. Hoe en waarom speelde dat een rol bij andere conflicten in landen die minder in de media komen? Zo is mijn onderzoek over de rol van olie in de conflicten in Sub-Sahara Afrika begonnen.’

Je doet onderzoek naar vuurwapens en hun effect op de samenleving. Ben je daarom sociologie gaan studeren?

‘Helemaal niet. Ik ben in Vilvoorde geboren en in Zellik opgegroeid, ben naar school gegaan in Laken en op mijn 18e naar de VUB. Mijn masterthesis sociologie ging over de relatie tussen de muziekvoorkeuren van jongeren en hun politieke attitudes. Ik was toen veel meer bezig met jongerencultuur. Ik vind het nog steeds een interessant thema, maar daarna ben ik politieke wetenschappen gaan studeren en is mijn focus naar de internationale politiek gegaan. Ik raakte geïnteresseerd in de conflicten in Afrika. Ik werkte aan het departement sociologie van de VUB rond de schoolloopbaan van jongeren, maar tegelijkertijd was ik bezig met mijn eigen hobby-onderzoek naar de conflicten in Sub-Sahara Afrika en de olie-industrie. Zo kwam ik op een conferentie de directeur van het Vredesinstituut tegen, dat op dat moment werd opgericht. Hij signaleerde me een vacature, ik stelde mij kandidaat en voilà ik werd de allereerste onderzoeker van het instituut. In 2006 was dat.’

Jonge mensen begrijpen dat vrede veel meer is dan enkel de afwezigheid van wapens of conflicten.

Je was er al bij sinds de start…

‘… en nu ben ik zelfs directeur. (lacht) Doorheen de jaren is de opdracht van het instituut steeds breder geworden. In 2004 zijn we bij decreet opgericht door het Vlaams parlement. Het was het moment dat de bevoegdheid voor de controle op de wapenexport van het federale niveau naar de deelstaten werd overgeheveld. Het Vlaams parlement wilde een expertisecentrum dat hen kon helpen met deze nieuwe materie. Bij de parlementaire discussies kwam naar voor dat men rond meer dan enkel de controle op de wapenexport wilde werken. Het zou ook moeten gaan over vrede en preventie van geweld. De eerste jaren lag de focus op wapens omdat het instituut net daarvoor was opgericht. We zijn nog steeds bezig met onderzoek naar wapenexport, illegale wapenhandel en vuurwapengeweld, maar de laatste jaren doen we ook onderzoek naar geweld in de eigen samenleving. Hoe zit het met polarisering, radicalisering, groepsgeweld? We zijn ook veel actiever op het vlak van vredeseducatie. Hoe moet je omgaan met conflicten in de klas, bijvoorbeeld? Dat onderzoek proberen we naar de rest van de samenleving over te brengen, want als je impact wil hebben, moet je verder kijken dan het beleid. Dat maakt de werkdruk groter, maar we hebben een goed team van gedreven onderzoekers en medewerkers die invloed willen hebben en de samenleving beter willen maken.’

Het Vredesinstituut nomineert elk jaar de kandidaten voor de Nobelprijs voor de Vrede. Geen makkelijke opdracht

‘Inderdaad. Maar we doen dat niet alleen. Sinds een aantal jaren vragen we leerlingen uit het middelbaar onderwijs om mee na te denken over wie zo’n nominatie verdient. Hoe werkt een Nobelprijs-nominatie? Wat betekent dat, vrede? Dit jaar kwamen een 70-tal leerlingen van 16-17 jaar naar het Vlaams parlement om in discussie te gaan, een shortlist te maken en uiteindelijk te beslissen wie we zouden voordragen. Het is Intersos geworden, een organisatie die essentiële hulp biedt in humanitaire noodsituaties en conflictgebieden. Jonge mensen begrijpen dat vrede veel meer is dan enkel de afwezigheid van wapens of conflicten. Het gaat over het creëren van de juiste omstandigheden waarin mensen vrij hun eigen levenskeuzes kunnen maken. Dat is positieve vrede.’

Wereldvrede lijkt verder weg dan ooit. Maak jij je zorgen over de wereld die je straks achterlaat aan je kinderen?

‘Ja. In sommige gebieden is de toestand verschrikkelijk, denk maar aan Israël-Gaza, Oekraïne, Jemen, Soedan,… Ik maak me daar grote zorgen over en denk dat we er iets aan moeten doen. Met het Vredesinstituut proberen we te zorgen dat er stappen voor een meer vredevolle wereld genomen kunnen worden. Dat is een werk van lange adem. Je kan ontgoocheld raken, maar je ziet ook dat veel kleine stapjes samen echt wel een verschil kunnen maken. Wat kan het kleine Vlaanderen doen? We kunnen de oorlog in Oekraïne of de gevechten in Gaza niet in een-twee-drie stoppen, maar we kunnen onze bevoegdheden wel gebruiken om samenlevingen weerbaarder te maken tegen conflicten. Bevoegdheden zoals onderwijs, jeugd, cultuur, media, economie, onroerend erfgoed, ontwikkelingshulp,… kan je gebruiken om een samenleving te versterken voor positieve vrede. We beseffen dat niet genoeg. In onze Belgische staatsstructuur zijn de deelstaten niet alleen bevoegd in eigen land, maar ook in het buitenland. Vlaanderen kan bijvoorbeeld stappen zetten om samen te werken op het vlak van onderwijs. Zo kunnen we de Oekraïnse samenleving mee draaiende houden. Straks hebben ze daar ingenieurs, psychologen, leerkrachten nodig om hun land weer op te bouwen. We kunnen meer doen dan nu gebeurt. Het Vredesinstituut kan op een onderbouwde manier zo veel mogelijk wegen uitstippelen om iets te doen.’

Is België een wapenland?

‘We hebben een strenge wapenwetgeving in de lijn van de Europese richtlijn. Dat betekent dat mensen met een risicoprofiel zo veel als mogelijk weg worden gehouden van wapenbezit. Niet alleen criminelen, maar bijvoorbeeld ook mensen die bekend staan voor huiselijk geweld of een alcoholprobleem. Gelukkig maken we relatief weinig ongelukken, moorden of misdaden met legale wapens mee. Mensen die legaal niet aan een wapen geraken, proberen dat soms op een illegale manier. Dan heb je méér nodig dan een goede wapenwetgeving. Je moet ervoor zorgen dat je die wetgeving kan handhaven. Dat betekent gespecialiseerde politiediensten voldoende capaciteit geven om internationaal samen te werken, zodat die wapens niet in België terecht komen.’

‘Wanneer het gaat over illegaal wapenbezit heeft ons land een slechte reputatie. België is een wapenland, we maken hier al honderdenjaren vuurwapens en het wapenbezit is vrij hoog. Er zijn relatief veel mensen die weten hoe ze met wapens moeten omgaan, met als gevolg dat mensen die criminele wapens zoeken vaak in België terecht komen en hier wapens kopen om aanslagen te plegen in andere landen. We weten dat een deel van de wapens die in 2015 bij de aanslagen in Parijs zijn gebruikt via België is gepasseerd.’

‘Op Europees vlak is de strijd tegen de illegale wapenhandel een absolute prioriteit. In België was dat tot voor kort niet zo. Met de aanslag op de Zweedse voetbalsupporters en de nieuwe minister van Justitie is dat stilaan aan het keren. Jarenlang was dat niet het geval en werden de bevoegde diensten afgebouwd in plaats van versterkt. Het gevolg is dat niet alleen de grote criminelen, maar ook jonge gasten, die nog niet zoveel op hun kerfstok hebben, makkelijker toegang krijgen tot wapens om zichzelf letterlijk omhoog te schieten in de criminele hiërarchie. Meer wapens, meer schieten, meer onveiligheidsgevoel in de criminele wereld,… De grote uitdaging is deze vicieuze cirkel te stoppen. Om de illegale wapenmarkt onder controle te krijgen, moeten we volgehouden inspanningen doen.’