01 nov '22

175 jaar flaneren in de galerijen

236
door Tina Deneyer
De Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen in Brussel bestaan dit jaar 175 jaar. Naar aanleiding van die verjaardag verschijnt binnenkort een boek. Er is ook een expo op komst over de geschiedenis van de luxueuze winkelgalerij in neo-renaissancestijl.

Het ontwerp van de Sint-Hubertusgalerijen kwam in 1836 uit de pen van de Nederlandse architect Jean-Pierre Cluysenaar. Het geheel bestaat uit drie galerijen die met glas zijn overdekt: de Koningsgalerij en de Koninginnegalerij, met dwars erop de kleinere Prinsengalerij. De naam Sint-Hubertusgalerijen verwijst naar het beekje dat ooit op die plek stroomde. De bouw van de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen werd gefinancierd door een aantal rijke liberale Brusselse families. Bedoeling was om tussen de Brusselse Grasmarkt en de Warmoesberg een luxegalerij op te trekken en zo wat chiquer volk naar de wijk te lokken. En dat plan lukte. In 1857 opende de Zwitser Jean Neuhaus zijn apotheek in de Koninginnegalerij. Neuhaus kwam op het idee om zijn pilletjes te omhullen met een laagje chocolade. Later evolueerde hij naar chocolatier. De galerij telt ook een 70-tal appartementen. De opening van het Théâtre des Galeries en het Theâtre Vaudeville zorgde voor een culturele uitstraling. In 1939 kwam daar nog Cinéma Galeries bij. De Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen lokken jaarlijks zes miljoen bezoekers en zijn vandaag nog altijd in privéhanden. Architect Jean-Pierre Cluysenaar verwierf naam en faam met de Sint-Hubertusgalerijen, maar hij tekende ook heel wat bekende gebouwen in de brede Vlaamse Rand. Zo is hij onder meer de ontwerper van het Kasteel de Viron in Dilbeek, waarin nu het gemeentehuis is ondergebracht, het Kasteel Calmeyn in Drogenbos en de Villa Servais in Halle. Cluysenaar ontwierp ook een heel aantal stationsgebouwen, waaronder dat van Ternat.