01 nov '20

Carte blanche aan Camiel Van Breedam

104
door Michaël Bellon
Camiel Van Breedam is één van de belangrijkste Belgische naoorlogse beeldende kunstenaars. De man die altijd in het rood is gekleed, presenteert zijn allereerste ‘witte’ werken in het FeliXart Museum in Drogenbos, en zijn meest recente in de Bibliotheca Wittockiana in Sint-Pieters-Woluwe.

Wat een mooi homogeen geheel vormen de vroegste werken van Van Breedam in het FeliXart Museum. Zelfs zijn vijf allereerste werken, waarvoor de kunstenaar op zijn 21e al meteen een eervolle vermelding kreeg in de prestigieuze wedstrijd Jeune Peinture Belge van 1957, zijn erbij. De boventoon van de werken is wit. De meeste houden door het gebruik van recuperatiematerialen zoals fietsspaken of paraplubaleinen en bewerkte stukjes zink het evenwicht tussen schilderij en sculptuur. Echte sculpturen zijn er ook.

Van Breedam is steevast in fel rood gekleed omdat hij van kindsbeen houdt van de kleur die hij associeert met de brandweer, de strijd van de indianen, maar ook de sociale strijd. Hij heeft een lange carrière achter de rug. In het begin maakte hij deel uit van de Vlaamse experimentele kunstenaarsgroep G58, nadien van de surrealistisch geïnspireerde kunstbeweging Phases. Om uiteindelijk een eigen taal te ontwikkelen die zich bedient van verf, pleister, hout, papier en gerecycleerde metalen om assemblages, collages, reliëfs, objecten, beelden, constructies en zogenaamde environments te maken. Inspiratiebron daarbij zijn de natuurelementen, muziek en avantgardistische maar ook etnische kunst. Het grote publiek kan hem ook kennen van zijn grote regenboogsculptuur aan de ingang van metrostation Belgica in Brussel.

Loodgietersatelier

‘Ik kan het me allemaal niet zo precies meer herinneren, maar ik weet absoluut zeker dat ik zonder Octave Landuyt nooit in die kunstwereld gedonderd zou zijn. Ik ben uit de Normaalschool in Gent gekomen als leraar tekenen en handenarbeid. Daarvoor had ik jaren niet meer getekend, hoewel ik dat wel altijd graag heb gedaan. Landuyt, die als leraar waarschijnlijk over Paul Klee en zo sprak, inspireerde me om kunstenaar te worden, ook al was ik dat nooit van plan, en vraag ik me nog steeds af wat dat is: een kunstenaar.’ 

Toch werd Van Breedam het, met de materialen die voor handen waren. ‘Dat was inderdaad een tweede factor: het loodgietersatelier van mijn familie – van mijn grootvader, mijn vader, mijn nonkel, mijn broer. Van hen mocht ik al eens met zinken plaatjes een trapje plooien of met soldeerbouten werken. In dat atelier was er materiaal dat ik kon gebruiken. Waarom ik ook met plamuur ben begonnen weet ik niet meer. Maar de combinatie van lijm, plamuur en een uitgewreven glacis van grijs op vezelplaat gaf het idee van ouderdom en vergankelijkheid.’

Steenbakkerijen

En dat brengt Van Breedam bij een derde aspect dat belangrijk was voor wat hij toen deed. ‘Ik kom uit de Rupelstreek, waar in de jaren zestig alles wat van mijn wereld deel uitmaakte op zowat de meest barbaarse manier is afgebroken en vernietigd. Daarvoor had je van Hemiksem tot Terhagen en Rumst een ononderbroken, kilometerslange rij van steenbakkerijen. Dat was indrukwekkend, maar er schiet niets meer van over. Dat is de reden waarom ik altijd met afgedankte materialen heb gewerkt.’

De werken in FeliXart zijn dus ook een eerbetoon aan dat verleden. Al moet je zeker ook naar de mooie enscenering van Van Breedams recentste werken in de mooie Bibliotheca Wittockiana om een indruk te krijgen van wat de kunstenaar vandaag doet. Want van ophouden is geen sprake. ‘Als ik ermee stop, zal ik dood zijn. Als ik in mijn atelier sta, vergeet ik ook alle onzin die er nu in de wereld gebeurt.’ 


Camiel Van Breedam. Abstracte werken

TOT 24 JAN
Drogenbos, FeliXart Museum, www.felixart.org

TOT 31 JAN
Sint-Pieters-Woluwe, Bibliotheca Wittockiana, www.wittockiana.org

Tot 19 november zijn de cultuurhuizen en musea gesloten.
Informeer je of deze voorstelling / expo omwille van corona nog kan doorgaan of niet.