01 feb '21

Zijn eigen ding

239
door Lene Van Langehove
Dit jaar zou Roger Raveel 100 jaar geworden zijn. Reden voor Bozar om een grote retrospectieve te wijden aan de schilder die een herkenbare stijl ontwikkelde met dikke contouren, intense kleuren en steeds weerkerende figuren en objecten. Hij benadrukte onafhankelijk te werken van tijdgenoten.

Terecht, of maakte hij eigenlijk wel deel uit van een stroming?

Curator Franz Wilhelm Kaiser: ‘Hij was erg individualistisch en zocht naar het meest authentieke voor zichzelf. Via Hugo Claus stond hij nochtans dicht bij de Cobra-beweging. Claus probeerde hem erbij te betrekken. Tevergeefs. In de jaren 50, aan de start van zijn carrière, was het een soort orthodoxie in de kunsten om abstract te schilderen. Maar Raveel deed zijn eigen ding. Zijn hele leven bleef hij in zijn geboorteplaats Machelen-aan-de-Leie. Als je als jonge kunstenaar tegen de mainstream ingaat, is het moeilijk om een plek te krijgen. Je kan wel zeggen dat hij een beetje toegegeven heeft, want zijn werk in de tweede helft van de jaren 50 lijkt abstract, al zei hij zelf dat hij dichter bij de natuur wilde komen. Dat vind ik echt bijzonder. Raveel schilderde en plein air, in de traditie van de impressionisten, doeken die op het eerste zicht abstract lijken. In de jaren 60 zie je in de internationale kunstwereld een radicale ommezwaai. Men gaat terug naar het realisme met de popart, het Nouveau Réalisme en de Nouvelle Figuration. Plots krijgt Raveel een soort bevestiging van zijn realistische opzet.'

Raveel zijn belangrijkste inspiratiebron was zijn nabije omgeving.

‘Hij koos heel bewust voor zijn directe omgeving. Toch kan je hem moeilijk een provincialist noemen. Hij was wel degelijk op de hoogte van wat er gaande was in de internationale kunstwereld en heeft daar ook op gereageerd. Ik zie een heel nauwe verwantschap met zijn goede vriend Hugo Claus. Die werkte internationaal maar behield altijd de lokale wortels als bron van inspiratie en referentiekader. Bij Raveel was het omgekeerd: hij werkte vooral lokaal maar gebruikte de internationale kunstwereld als een soort inspiratiebron. Raveel toonde ook de verstedelijking van het platteland zonder het te romantiseren. Daarin was hij uniek.’

‘Raveel koos bewust voor zijn directe omgeving. Toch kan je hem moeilijk een provincialist noemen.’

Raveel bouwde een omvangrijk oeuvre op. Hoe begin je als curator aan het maken van een overzichtstentoonstelling?

‘Ik zie mezelf als een bemiddelaar die probeert een structuur in het oeuvre te ontdekken, zodat de kijker een houvast krijgt. Bij een groot oeuvre zoals dat van Raveel probeer je een aantal thema’s uit te kristalliseren, zoals de infiltratie van moderniteit op het platteland, het huis binnen en buiten, of het wagentje dat altijd weer opduikt. De tentoonstelling is ingedeeld in twaalf thema’s, daarbinnen hangen de werken chronologisch.

Hij liet vaak ruimte voor de leegte. Is dat ook een thema?

‘De spiegels zijn een mooi voorbeeld van een thema dat je in de verschillende zalen zal terugvinden. Wat hem sterk bezighield was het openbreken van het schilderij in de ruimte. Dat deed hij met combine paintings, geïnspireerd door Robert Rauschenberg. Die maakte schilderijen en plakte daar gevonden voorwerpen op. Spiegels zijn voor Raveel een manier om het schilderij open te breken. Hij heeft ooit zelfs een levend beest in een schilderij geïntegreerd. Dat was een groot schandaal, en bracht jaloezie teweeg bij andere kunstenaars omdat het zo avant-garde was. Met de duif en kanarie heeft hij veel vijanden gemaakt, maar het was wel hoogst origineel.’

Is het uitzonderlijk dat iemand bij leven al zo gewaardeerd wordt met een eigen museum in zijn dorp?

‘Ja, en dat is ook typisch voor België. Zelf ben ik Duitser. Vijftien jaar geleden maakte ik in het Raveelmuseum een tentoonstelling over zeven Belgische kunstenaars, waaronder Raveel. Wat mij opviel, was dat die kunstenaars wereldberoemd waren in België maar daarbuiten nauwelijks bekend. Het is verrassend om te zien dat de prijzen voor werk van Raveel vergelijkbaar zijn met die voor werk van Karel Appel die een internationale carrière had. Iemand die zijn hele carrière in zijn geboortedorp maakt en er bij leven ook nog een museum krijgt… Ik heb het nog nergens anders gezien.’

18 MAART TOT 21 JULI
Roger Raveel. A Retrospective
Brussel, Bozar, www.bozar.be