01 jun '16

Less is more

1202
door Jens De Smet
Kristin Van Orshoven uit Hoeilaart werd vorige maand door Betty Denys aangeduid om deketting voort te zetten.

Ik ben trots op mijn regio. Waarom? Omdat ik dankbaar ben dat ik op deze prachtige plek in een prachtig huis mag wonen.’ Aan het woord is Kristin Van Orshoven, een geboren Hoeilandse die haar leven enkele jaren geleden over een andere boeg gooide.

REIZEN DOOR THUIS TE BLIJVEN

‘Mijn man Pierre en ik hebben ons hele leven in het onderwijs gestaan. Ik in het Nederlandstalig onderwijs, Pierre in het Franstalig. Nadat we op pensioen gingen, hebben we in een prachtige serristenwoning in Hoeilaart een kleine bed en breakfast geopend: Huize Dumberg. Het is onze passie om mensen te verwelkomen. Dat doen we omdat we dat graag doen. Iedereen is welkom, ongeacht afkomst, ras of wat dan ook. Hier geldt één belangrijke regel: respect. Mensen moeten respect hebben voor elkaar. Gelukkig heb ik een zintuig dat goed aanvoelt of gasten dat al dan niet hebben.’

Van Orshoven vindt dat ze reist door de mensen naar hen te halen. ‘We hebben zelf veel gereisd, maar door omstandigheden kan dat nu minder. Door alle verhalen van de gasten reis ik met hen mee. Ik vind het leuk om hen kennis te laten maken met de groene Rand. Of hier wel iets te doen is? Ik kan gasten makkelijk een goed gevuld programma voorschotelen dat hen tien dagen bezighoudt. Elke dag vind ik zelf iets nieuws, ook na de 32 jaar dat ik hier woon.’

ONTDEKKEN

Dat is misschien ook het leuke aan onze regio? ‘Hier valt nog veel te ontdekken. Ik zoek altijd naar kleinschalige of minder bekende plekken. Toeristisch is de Rand nog niet op de top van zijn potentieel. Ik ben de laatste maanden een wandeling aan het uitstippelen doorheen Hoeilaart. Het valt mij bijvoorbeeld op dat er weinig openbare vuilnisbakken zijn. Het is iets simpel, maar met een kleine aanpassingen kan je iets goed nog veel beter maken.’

Dat voorbeeld typeert het levensmotto van Van Orshoven. ‘Less is more. Als leerkracht economie gaf ik mijn leerlingen altijd mee dat je ook met weinig geld leuke dingen kan doen. Op die manier kijk ik ook naar de regio en naar de gasten die hier verblijven. Ik wil hen laten genieten van iets kleins. Een wandeling langs serristenwoningen onder de blauwe lucht met in de verte het groene bos. Of mijn zelfgebakken koekje en de tafeldruif, dat ik als een relikwie beschouw. Ik wijs mensen terecht als ze een druif wassen of verkeerd opeten. Geen jacuzzi bij ons, gewoon gezellig ouderwets.’

Ouderwets brengt ons naar haar volgende interesse. ‘Ik ben obsessief bezig met de geschiedenis van de serres en serristenwoningen. Het gaat zo ver dat ik soms stenen vastpak om te kijken of ze van een woning van druiventelers afkomstig zijn. Het is niet dat ik weemoed heb naar het verleden, maar ik wil weten hoe en waar mijn overgrootouders hebben geleefd, en ook hoe de streek geëvolueerd is tot wat ze nu is.’

‘Ik vraag mij soms af waar alles naartoe is gegaan. Vele gronden van serristen zijn verkaveld, vele woningen afgebroken. Een doodzonde. Het is belangrijk om de authenticiteit van elk dorp te bewaren. Een dorp moet herkenbaar blijven voor haar inwoners. Ik besef dat je moet vernieuwen en opfrissen, maar die grote dorpsvernieuwingen of prestigeprojecten, daar stel ik mij vragen bij. Wij hebben met beperkte middelen een prachtige serristenwoning gerenoveerd. Dat is voor ons het bewijs dat het kan. Niet alles wat oud is, is verloren. Je weet wel: less is more.’