29 mei '15

Naar je meisje zwemmen 

2634
door Geert Selleslach

Biep biep. Toen ik onlangs op de ring rond Brussel voor de zoveelste keer hopeloos was vastgereden in een ellendige file namen mijn gedachten de vrije loop. Over het leven en hoe tijden veranderen.

Ik moest denken aan de boekjes die mijn vader op latere leeftijd schreef over zijn jeugd, werk en familie. Hoe hij vroeg in de ochtend met zijn mama (mijn grootmoeder) langs het jaagpad van het kanaal naar Mechelen trok om in de stad melk te verkopen. Hoe dat gezin van negen kinderen moest zien te overleven in dat godvergeten, armtierige gehucht. Hoe de kasteelbaas, de pastoor, de dokter en de schoolmeester het voor het zeggen hadden, in die volgorde. De rest moest bidden en had niets ‘te koeken’. Het is slechts twee generaties geleden.

Ik bedenk hoe mijn vader mij ooit vertelde dat hij in Schiplaken de vaart tussen Leuven en Mechelen moest overzwemmen om tot bij een meisje te geraken dat hij zag zitten (mijn moeder). Zwemmen? Ja, zwemmen omdat er nog geen brug lag en de veerpont onbemand was. Aan het kanaal, op de hoek aan de brug, draaien de oudjes nog elke zondag rondjes in café Oud België. Ze dansen misschien wat trager en stijver maar met stijl, want hun generatie heeft dat nog geleerd.

Nu staat er ook op die plek vaak een file van auto’s en vrachtwagens die de weg als aanloopstrook gebruiken naar de oprit van de E19. Het is daar vaak een zenuwachtig gedoe met toeterende chauffeurs omdat het niet snel genoeg gaat naar hun zin. Opzij, opzij, opzij. Maak plaats, maak plaats, maak plaats. Ik heb ongelofelijke haast. Voor een danspasje is er geen plaats.

Op zo’n moment zet ik mijn auto aan de kant om op het terras van ’t Stamkroegske, schuin tegenover café Oud België, een pint te pakken en die hele heisa te aanzien. Ik denk dan aan het beeld van mijn vader die rustig zijn kleren uittrekt, ze met één arm boven de waterspiegel houdt, en het kanaal over peddelt, hoopvol uitkijkend naar zijn ontmoeting. Ik beeld mij in dat die toeterende, oververhitte chauffeurs hun kleren uittrekken en het kanaal moeten overzwemmen om hun weg verder te zetten. Ha, daar zou volk naar komen kijken!

Ik zit daar rustig op dat terras van ’t Stamkroegske en denk aan de momenten dat mijn collega’s verbaasd van hun stoel vallen als ik hen vertel dat ik ooit - in een niet eens zo lang vervlogen tijd - een tijdschrift heb gemaakt zonder computer. Het was kunst- en vliegwerk, maar we vlogen.

Hoe ik mijn kinderen vertel dat er een tijd bestond voor de gsm. Dat toen ik eenmaal, omdat het niet anders meer kon, de trotse bezitter werd van een gsm die ik ook opnam als ik werd gebeld. Dat we op vakantie gingen zonder gps of google maps en we onze weg vonden. Soms vroegen we de weg en werden we vriendelijk verder geholpen. Door mensen.

Het terras schrikt op als een verhit chauffeur door een onverhoeds maneuver met een harde plons in het water terechtkomt. De kikvorsmannen van de brandweer zijn er snel bij (opgebeld met een gsm) en halen de man vakkundig uit zijn wagen. Hij kijkt verschrikt op maar is rustig, afgekoeld door het water. Traag en beduusd neemt hij de omgeving op, zijn kostuum, zijn gelakte schoenen. Misschien had hij eerst zijn kleren moeten uittrekken om naar zijn meisje te zwemmen?