01 okt '21

Van mens
naar dier

1173
door Anne Peeters
Met hart en ziel werkte ze als verpleegster op de afdeling oncologie van het UZ Brussel. Toch besloot Sigrid Van Laere om arts te worden. Dierenarts. ‘De baan van verpleegster is een prima leerschool om een goede dierenarts te worden.’

Ossel bij Merchtem. Het landleven op zijn best. In een mooie, gerenoveerde woning met een grote tuin vind je de praktijk van dierenarts Sigrid Van Laere (40). ‘Een droom die uitgekomen is’, zegt Van Laere. ‘Toen ik opperde om een carrièreswitch te maken en dierenarts te worden, kreeg ik meteen de steun van mijn partner. Waarom niet?, zei hij. Daarna ging het over de locatie en zei hij: Waarom niet gewoon thuis? En ja, waarom niet? Hier is zeker geen overaanbod aan dierenartsen.’

‘Voor ik me hier vestigde, ben ik me wel even gaan voorstellen aan de dierenartsen in Merchtem. We zijn eerder collega’s dan concurrenten, het contact verloopt heel goed. Da’s fijn, want het is een intensieve baan. Je voelt je natuurlijk verantwoordelijk voor je dieren en dan is het fijn dat je op collega’s kan vertrouwen, bijvoorbeeld wanneer je op vakantie bent of met vragen zit.'

Drukke dagen

Het is druk in de praktijk. Van Laere is bezig met de tanden van een hond schoon te maken en werkt snel en geconcentreerd verder. Het beest ligt er verbazingwekkend rustig bij. Zelf heeft ze twee honden. Tel daar nog twee kleine kinderen bij, een zoon van drie en een dochter van één, en je begrijpt dat het behoorlijk druk is ten huize Van Laere.

Van Laere. ‘Tja, soms is het een beetje veel samen. Het lijkt wel eens een mission impossible. Dat komt ervan als je opnieuw aan het studeren slaat, dan worden andere dingen even on hold gezet. Zo ben ik relatief laat mama geworden. Je kan niet alles tegelijk. (lacht) Maar ik heb zeker geen spijt van hoe het gelopen is.’ Daarmee bedoelt ze haar late roeping. In 2005 begon ze aan haar studies voor dierenarts, terwijl ze als verpleegster op de afdeling oncologie van het UZ Brussel werkte. Werken en studeren tegelijk, da’s niet evident. Waarom deze beslissing?

‘De liefde voor dieren had ik al veel langer. Op mijn 18e ging ik, vers van de middelbare school, voor dierenarts studeren. Dat eerste jaar dierengeneeskunde, of beter gezegd de unief, viel me dik tegen. Ik was er eigenlijk nog niet klaar voor, had geen goede studiemethode, niet de nodige maturiteit. Ik had herexamens, maar die tweede zit heb ik niet meegedaan. Ik ben overgeschakeld naar de studies voor verpleegkundige. Door die verpleegopleiding ben ik vlotjes doorgefietst. Ik deed het graag en het ging me allemaal relatief makkelijk af. Ik begon te werken op de afdeling oncologie van het UZ Brussel. Dat was een bewuste keuze. Ik had er stage gelopen en had een jonge neef die aan kanker overleed. Dat was confronterend. Daardoor kijk je anders tegen de dingen aan. En daardoor verwierf ik ook de nodige maturiteit.’

‘Ik vond het boeiend om te leren hoe bepaalde ziekteprocessen verlopen. Ik mocht assisteren bij bepaalde ingrepen en voelde dat die technische kant van de geneeskunde me ook wel lag. Maar… ondertussen bleef de liefde voor dieren broeden. Misschien heb ik mijn studies dierengeneeskunde toch te snel opgegeven? Wat als ik toch nog zou proberen om dierenarts te worden? Maar werken en studeren, is dat wel haalbaar? Mijn toenmalige vriend, die voor arts studeerde, stimuleerde mij om ervoor te gaan. Mijn entourage steunde en hielp mij ontzettend veel, en mijn diensthoofd op het UZ had veel begrip voor mijn keuze. Mijn werkrooster, met nachtwachten en vrije dagen, was een voordeel. Maar het was wel loodzwaar. Zes jaar met boeken en cursussen op de schoot in combinatie met mijn baan en herexamens. Heel pittig. Een echt studentenleven heb ik niet gekend, ik heb nooit op kot gezeten. Zware jaren die uiteindelijk ook mijn relatie kostte. Na zes jaar studeerde ik in 2011 aan de UGent af als dierenarts.’

Oncologie als leerschool

What doesn’t kill you, makes you stronger, wordt wel eens gezegd. Zo heeft Van Laere de periode op de afdeling oncologie ervaren. ‘Een zware afdeling, maar het maakt je sterker. Misschien klinkt het wat raar, maar het heeft van mij een betere dierenarts gemaakt. Met meer empathie voor de dieren en hun baasjes. Want er zijn behoorlijk wat overeenkomsten. Als je slecht nieuws moet brengen bijvoorbeeld. Hoe je dat kan doen met de nodige empathie én duidelijkheid? Zonder de periode in het UZ had ik die inzichten niet gehad.’

‘Mijn periode als verpleegster op de zware afdeling van oncologie heeft van mij een betere dierenarts gemaakt.’

‘Tijdens mijn studie merkte ik dat mijn verpleegcarrière niet alleen nadelen had. Zo gingen al die benamingen bij anatomie er veel vlotter in. Een aantal technieken kende ik al, dat maakte me relaxter bij het werken met dieren. Soms zit het in de kleine kneepjes. Die leer je niet op school. Die voorkennis maakte het allemaal wat makkelijker. Als verpleegkundige leerde ik probleemoplossend te denken. Of om rustig te blijven bij een reanimatie of in hectische situaties. Naast de nodige boekenwijsheid draait het vaak om gezond verstand waarop je moet durven te vertrouwen. En het helpt ook om te relativeren als er eens iets niet zo vlot loopt. Ik merk ook dat het mij helpt om situaties goed te beoordelen.’

‘Therapeutische hardnekkigheid waarbij je een dier laat afzien voor een paar dagen extra? Als ik een dier op een humane manier kan laten inslapen, zodat het niet hoeft te lijden, dan lijkt me dat de betere optie en zal ik ook mijn best doen om dat aan het baasje uit te leggen. Maar uiteindelijk beslist het baasje.’

‘Afscheid moeten nemen van een dier is zwaar. Dat proces begeleiden, is een taak van de dierenarts. De dood is definitief, daar is no way back. Ik kan me niet voorstellen dat ik daarvoor verantwoorlijk zou zijn bij een mens. Daarvoor ben ik niet stressbestendig genoeg. Misschien ligt daar wel het verschil met de humane geneeskunde? Bij euthanasie ligt er een gigantische verantwoordelijkheid op de schouders van de arts. Die overweging moeten maken, is onnoemelijk zwaar. Misschien dat ik daarom het beroep van dierenarts het mooiste van alle werelden vind? Daar komt alles wat me boeit samen: de liefde voor dieren, de passie voor geneeskunde, wetenschap, biologie, techniek.'

Gelukkige dieren, gelukkige arts

Toch begon Van Laere na haar afstuderen niet meteen met haar praktijk als dierenarts. Eerst gaf ze nog les aan de faculteit geneeskunde van de universiteit Brussel. ‘Ik gaf er les in proefdierkunde en was hoofd van het animalarium, waar dieren – vooral ratten en muizen – worden gehouden voor onderzoek. Een mooie job waarvan ik veel heb geleerd, maar de academische omgeving was niets voor mij. Het lag me niet. Mijn voorkeur gaat uit naar de praktijk, naar dieren beter maken. Toch heb ik nog een tijd getwijfeld. Een vaste, goed betaalde job opgeven voor de onzekerheid van een eigen praktijk? Niet evident. Dankzij de steun van mijn partner heb ik durven springen en daar ben ik nog elke dag blij om. Soms mis ik het werk in het ziekenhuis, vooral de collega’s, en het feit dat je daar de verantwoordelijkheid samen kan dragen. Toch heb ik geen spijt. Hier in Ossel is het goed. Hier wonen heel wat eigenaars van kleine huisdieren. (lacht) Tijdens corona merkte ik dat mensen soms nogal impulsief een hond in huis namen. De behoefte aan educatie en informatie hierover is groot. Voor je een puppie koopt een dierenarts raadplegen, is een goed idee. Hij of zij kan je adviseren. Daar worden jij en je hond alleen maar beter van. Want: gelukkige hond, gelukkig baasje, gelukkige dierenarts.’