01 mei '21

Wereldsterren
voor de lens

979
door Anne Peeters
Tina Turner, Elton John, Miles Davis, David Bowie, Kate Bush, Bob Dylan, Nick Cave, John Cale, Iggy Pop, The Cure, Kiss, The Red Hot Chili Peppers,… De lijst van popsterren die voor de lens van Filip Wouters stonden, is adembenemend. En toch had hij net zo goed filosoof kunnen worden.
 

Hoe wordt een jongen uit Dworp de fotograaf van wereldsterren? Was ik voorbestemd? Of was het toeval dat ik fotograaf ben geworden? Ik weet het niet. Mijn grootvader was ook fotograaf. Als kind was ik gefascineerd door de glazen platen waarmee hij werkte. Mijn moeder was een vrijgevochten vrouw voor haar tijd en fotografeerde ook. Ze had in de jaren 1950 al een vrij gesofisticeerde camera. Als kind hield ik me op zondagnamiddag bezig met onze fotoalbums en dia’s. Foto’s en dia’s hadden toen iets magisch. Toch dacht ik niet meteen fotografie te studeren. Ik kom uit een vrij intellectueel milieu en was als adolescent op zoek naar antwoorden op de grote levensvragen, las veel filosofen als Plato en Nietzsche,… Filosofie studeren in Gent leek dan ook de juiste keuze. Dat viel tegen. De studie leverde me meer vragen op dan ik antwoorden vond. Ik stopte en ben bij een fotograaf in de buurt beginnen werken. Ik ontwikkelde films en drukte foto’s af. Ik was een soort fotograaf-op-leercontract.’ 

‘Een oom van me – die ook Philip Wouters heette – werkte als wetenschapsjournalist bij de krant De Standaard en stimuleerde me om er te solliciteren als fotojournalist. Ik kon er beginnen, maar heb het tot ontzetting van mijn familie niet gedaan. In de crisis van de jaren 1980 een goed betaalde, vaste job weigeren deed je niet, maar ik had mijn passie al gevonden in de muziekfotografie. Voor muziekblad Backstage mocht ik vanaf 1983 popsterren fotograferen. Dat blad was een kweekvijver voor talent, met namen als Serge Simonart, die later voor Humo zou werken, filmrecensent Roel Van Bambost,… Hoe ik daar ben binnengeraakt? Met foto’s van David Bowie zijn Serious Moonlight Show. Foto’s die ik eigenlijk niet mocht nemen, maar ik verstopte een lens in mijn ene kous en de body van mijn camera in de andere en smokkelde ze binnen en zo kon ik toch foto’s nemen. Ik stuurde de foto’s naar Backstage. Ze vonden ze goed, en de rest is geschiedenis. Ik werd één van hun vaste fotografen, na een aantal jaren hoofdfotograaf. Het was slecht betaald, maar je kreeg buitengewone kansen. Later werkte ik als fotocorrespondent in België ook voor het muziekmagazine OOR, waar Anton Corbijn hoofdfotograaf was en de artistieke lijn aangaf.

Starstruck

‘In de beginjaren van mijn carrière was ik al blij dat ik tot bij al die groten der aarde raakte. Van muziekfotografie alleen kan je in België niet leven, maar ik had de fotostudio waar ik werkte overgenomen en combineerde de twee.

‘Ik dacht: O, had ik maar even alleen kunnen zijn met Tina Turner, voor die ene perfecte foto.’

Ik had gelukkig al wat métier opgedaan en genoeg studio-ervaring om in de weinige tijd die je krijgt toch een sterk portret te maken. Op persconferenties, in hotelkamers, soms met een hele hoop persmensen erbij… Het feit dat ik voor een gespecialiseerd muziektijdschrift als Backstage werkte, zorgde ervoor dat muzikanten mij extra credit gaven. Voor Ray Davies van The Kinks was ik niet zomaar de zoveelste die kwam vragen wie ‘Lola’ nu eigenlijk was. Het magazine werd graag gelezen door muzikanten omdat de nieuwste gitaren – Fender of Gibson – er besproken werden en je er kon lezen waarom Gary Moore net dat type snaren gebruikte voor zijn sound. Met sommigen had ik een goed contact. Iggy Pop bleek een vriendelijke man, in tegenstelling tot zijn imago. Met Nick Cave ben ik een lange wandeling gaan maken, ook al was hij lichtjes aangeschoten. Singer-songwriter Ben Harper bleek een zachte, gevoelige man te zijn, heel nuchter ook. Hij dronk geen alcohol, at bio. Soms was het ook schrijnend: jazzlegende Miles Davis fotografeerde ik op het einde van zijn leven. Die man was totaal óp. Zijn talent om zich telkens helemaal te geven had zijn tol geëist, met een zware cocaïneverslaving. Soms waren de ontmoetingen ook minder aangenaam. Ik vind de muziek van John Cale goed, maar de man zelf deed ronduit vervelend. Bij de Red Hot Chili Peppers had ik dan weer het gevoel dat ze hun rol van wilde jongens speelden toen ze een foodfight begonnen met de sandwiches van een zilveren plateau die een chique ober net had neergezet. Dat levert natuurlijk geweldige beelden op.’

Artistieke revolutie

‘In het begin van mijn carrière werkte ik intuïtief, toch wel onder de indruk van al die popsterren. Ik had vaak weinig tijd, moest razendsnel nadenken over licht, hoeken, lens, sluitertijd, zeker in het pre-digitale tijdperk. Met de jaren groeide het vertrouwen en ging ik gestileerder werken, geïnspireerd door grote voorbeelden als Helmut Newton, David Bailey en Robert Mapplethorpe. Die evolutie zie je in mijn werk. Popfotograaf is een vak met een beperkte houdbaarheidsdatum. Je kan het niet eeuwig blijven doen. Van 1983 tot pakweg 2010 heb ik een heel oeuvre uitgebouwd, in 2010 verscheen een fotoboek. Als fotograaf ben je ook een geschiedschrijver. Met je lens leg je een stuk geschiedenis vast. Na de jaren van fotograferen, zijn het nu de jaren om dat werk en die geschiedenis te conserveren en te delen, zo heb ik het gevoel. Er komt nog een tweede fotoboek, waarvoor ik nu aan het selecteren ben. Doorheen die duizenden negatieven gaan, is een immens werk, maar nu ik zo terugblik ben ik een tevreden man. Mijn boeken zijn als gouden medailles op de Olympische Spelen. Ze zijn een bekroning van al dat harde werk, al dat zweet.

 In 2010 verscheen het eerste fotoboek met verzameld werd van Filip Wouters, Pop portraits by Filip Wouters. Twinty five years of rock photography, van uitgeverij The Production Department. RandKrant mag tien exemplaren weggeven. Interesse? Contacteer Wouters via www.filipwouters.be of via zijn instagram account filipwoutersbe. Meer sterren van Wouters via www.randkrant.be.



 

Red Hot Chili Peppers – jaren ’90 

‘Ik arriveerde in het Sheraton in Brussel tegen lunchtijd. De band zat toen in zijn wilde periode, de jongens waren duidelijk onder invloed. Toen een ober met een zilveren dienblad vol sandwiches arriveerde, begonnen Flea en Kiedis een foodfight. Hilarisch en gefundenes fressen voor een fotograaf.’



Robert Smith (The Cure) – 1987 

‘Robert Smith heb ik gefotografeerd in de gebouwen van de VRT. Een vriendelijke man. Opvallend: onder zijn arm had hij zo’n box wijn van drie liter mee, waarvan hij zich regelmatig bediende.’

 


Nick Cave – jaren ’90 

‘Cave ontmoette ik in hotel Astoria in Brussel. Het was middag en hij was al lichtjes dronken. We deden een wandeling door het hotel en hadden een tof gesprek.’



 

Miles Davis – 1986 

‘Deze foto van jazzlegende Miles Davis heb ik in Brussel gemaakt, kort voor zijn overlijden. Hij arriveerde helemaal in stijl, in een limousine met bodyguard. Maar wat ik vooral zag, was een man die doodop was.’ 



Tina Turner - 1987 

‘In een heel klein lokaal zat een hele hoop persmensen op haar te wachten. Ik stond – als relatief groentje – bij de deuropening. Ze liep tegen me aan, stampte per ongeluk op mijn voet en verontschuldigde zich. In alle heisa kon ik slechts aan één ding denken: o, kon ik maar even met haar alleen zijn voor die perfecte foto.’


 

Carlos Santana – jaren 1990 

‘Santana fotografeerde ik in de catacomben van Vorst Nationaal. Daar beneden zat hij in een klein kamertje, zich op te laden voor het concert. Je hoorde de kreten van de 9.000 man die op hem zaten te wachten. Ik stapte binnen en zag dat hij voor een klein altaartje met kaarsen zat te bidden om kracht. Ik voelde me een indringer, verontschuldigde me, maar hij zei dat het ok was. Daarna gaf hij een waanzinnig concert. Die kleine man van in de kleedkamer was zelf bijna een God.’

 

Ben Harper – 2007

‘Deze Amerikaanse singer-songwriter heb ik privé ontmoet. Een heel warme, betrokken, nuchtere en leuke man. Wij hadden een fijn gesprek. Na de fotosessie stuurde hij me vanuit New York een mailtje om me te feliciteren met deze foto.’