01 nov '21

Het kind achter de eetstoornis

895
door Anne Peeters
Ursula Van den Eede heeft tijdens corona harder gewerkt dan ooit. Als psychologe coördineert ze de eetkliniek in het UZ Brussel. Corona heeft ervoor gezorgd dat het aantal aanmeldingen van jonge kinderen met een ernstige eetstoornis verdrievoudigde.

De gevolgen van de pandemie voor kwetsbare jongeren zijn niet te onderschatten.

Van den Eede woont in Dilbeek, op de grens met Molenbeek. Op haar werk in het UZ Brussel zijn het zware tijden geweest. In volle pandemie moest haar team in de eetkliniek alle zeilen bijzetten. Er was geen keuze. In het ziekenhuis werden ze geconfronteerd met een tsunami van aanmeldingen.

Van den Eede: ‘We werden geconfronteerd met heel zware eetstoornissen. Kinderen die met sondes gevoed moesten worden, gecombineerd met zelfverminking, depressies en angststoornissen. We zagen jongeren hervallen. Vaak gaven ze aan dat het begonnen was onder de lockdown. Ze hebben angst, stress, weinig houvast en trekken zich terug in een isolement. Die lockdown kwam op een moment dat contact met leeftijdsgenoten belangrijk is om je eigen identiteit te ontwikkelen en je te kunnen spiegelen aan anderen. Dat was helemaal weggevallen. Daarnaast werden beweging en gezonde voeding gestimuleerd. Op zich prima tegen de coronakilo’s, maar dit zijn jongeren die erg regelbewust zijn en alles goed willen doen. Op het moment dat ze zich slecht in hun vel voelen, vinden ze iets waar ze wél controle over hebben. Elke vorm van sociale controle verdwijnt. Niet meer samen eten op school, feestjes, met je vrienden chips eten of naar de McDonalds gaan. Zo schieten ze door in veel te strikte eetregels, terwijl ze net het gevoel hebben dat ze gezond bezig zijn. De grens is vaag. In het begin van een eetstoornis krijg je complimentjes. Goed bezig! Je ziet er goed uit! Maar dan is er dat kantelmoment waarop de jongeren de controle verliezen. Het kind verdwijnt achter de eetstoornis.

‘Het klinkt misschien raar, maar ik vind het fijn om hierrond te werken. Ik bijt me graag vast in de dingen en dat moet bij deze problematiek. Je hebt veel geduld nodig, doorzettingsvermogen, omdat de jongeren je in het begin heel hard wegduwen. Je moet blijven proberen om met hen in relatie te gaan, dat is een groot stuk van het therapeutisch proces. Een keer dat die relatie er is als hulpverlener, zie je hen openbloeien. Het geeft veel voldoening om een kind dat helemaal overschaduwd is door die eetstoornis weer te ontdekken. Het zijn meestal heel toffe jongeren. Heel creatief, vaak ook intelligent, met heel veel mogelijkheden.'

Vanwaar jouw interesse om met jongeren met een eetstoornis te werken?

‘Dat is puur toeval. Ik heb eerst gewerkt in de bijzondere jeugdzorg en in 1999 kwam ik terecht in het UZ Brussel op de algemene consultatie kinderpsychiatrie. Daar kwamen kinderen binnen met psychosomatische klachten als hoofdpijn of buikpijn, zonder dat er een aanwijsbare medische reden voor was. Daarbij ook meer en meer eetstoornissen. Ik ben me daarop gaan toeleggen. Eerst was dat vrij algemeen. In 2003 hebben we met drie personen de eetkliniek opgericht: kleinschalig, multidisciplinair. Ik als psychologe, een diëtiste en een endocrinologe. In die tijd behandelden we nog alle soorten eetstoornissen, zowel ambulant als residentieel. Doorheen de jaren zijn we overstelpt met gevallen van anorexia nervosa, waar een specifieke aanpak voor nodig is. De laatste vijf, zes jaren hebben we ons verder gespecialiseerd in de jongere leeftijdsgroep, kinderen jonger dan 15 jaar met anorexia. Voor die heel jonge doelgroep bestaat eigenlijk heel weinig zorg. Enkel in Antwerpen en bij ons kan je terecht. Omdat er aan Franstalige kant geen eetkliniek meer bestaat, krijgen wij zowel Franstalige als Nederlandstalige patiënten over de vloer.'

Is de steeds dalende leeftijdsgrens bij kinderen met eetstoornissen een evolutie van de laatste jaren?

‘Dat is al meer dan tien jaar bezig. We zien zelfs kinderen met klassieke anorexia nervosa nog voor ze hun puberteit bereiken. Omdat wij zo specifiek werken, krijgen we jongeren vanuit heel Vlaanderen. Ze komen echt van overal, niet alleen uit de Vlaamse Rand. Soms ook uit Wallonië. Uit heel België eigenlijk. Het UZ Brussel is een Nederlandstalig ziekenhuis, maar ook Franstalige patiënten komen bij ons terecht omdat er zo weinig bestaat voor deze doelgroep. Wij krijgen ook geregeld kinderen van expats, die soms geen Nederlands of Frans spreken. Dan moet je therapieën in het Engels doen. Bij de groepswerking is dat niet evident: je kan moeilijk een Engelstalige in een groep zetten waar iedereen Nederlands spreekt. Dan moet je individueel werken. Zo’n opname vraagt veel van alle mensen in het team. Dat is niet evident, want die taalgevoeligheid is belangrijk. Wat jongeren vertellen, hoe ze het vertellen.'

‘Ook al zijn er nu meer bedden in de eetkliniek van het UZ Brussel, toch groeit de wachtlijst. Door corona is het aantal kinderen met een ernstige eetstoornis explosief toegenomen.’

En dat maakt de werkdruk groter?

‘Het maakt ons werk niet gemakkelijker, nee. En het was al pittig in die lockdown periode. Therapieën moesten online gebeuren en we werden geconfronteerd met een explosie van jongeren met een levensbedreigende stoornis. Doordat het ziekenhuis middelen heeft vrijgemaakt, kwamen er mensen bij in ons team, maar de toestroom is blijven groeien en de wachtlijst wordt alsmaar langer. Gelukkig is er ook een goed contact met professionele hulpverleners in de Vlaamse Rand die zelfstandig werken: diëtisten, psychologen, psychiaters, huisartsen. Om de drie maanden hebben we intervisie met hen, wij verwijzen door, zij vragen ons voor advies. Maar ondanks dat alles blijft de werkdruk hoog, groeit de wachtlijst, stijgen de cijfers nog steeds. Ook al zijn er nu meer bedden.'

Over hoeveel bedden gaat het?

‘Negen. Vanuit het UZ zelf is het aantal behandelbedden op pediatrie verdrievoudigd, op kosten van het ziekenhuis. UZ Brussel heeft met eigen middelen geïnvesteerd, waarvoor we geen overheidssteun kregen. Dat maakte het voor ons mogelijk om extra mensen aan te werven. Zo konden we méér jongeren helpen. We zijn er met de mensen van de opnamedienst pediatrie in geslaagd om een breed therapeutisch aanbod uit te bouwen. Ook de mensen van De Appeltuin, de recreatieafdeling op de pediatrie-afdeling van het UZ, hebben hier mee hun schouders onder gezet. Ze hebben mee therapieën ontwikkeld: muziektherapie, improvisatie, creatieve therapie.’

Een kind met een eetstoornis heeft ingrijpende gevolgen voor het hele gezin?

‘Ja, daar hebben we steeds meer aandacht voor. In het UZ Brussel zijn we na de lockdown gestart met multi-family therapie, in samenwerking met een aantal andere diensten rond het ziekenhuis. Die therapie gaat bijvoorbeeld door in het Ronald McDonald-huis of op de Brussels Health Campus, een huis waar ouders van kinderen en jongeren die in het ziekenhuis zijn opgenomen, kunnen verblijven. We kunnen er kooksessies organiseren, ouders en jongeren samen. We zijn heel blij dat we partners hebben gevonden nu we met zo’n toename zijn geconfronteerd. We hebben bijvoorbeeld ook een intensieve samenwerking met Villa Samson, ook in de buurt van het UZ, waar de jongeren die bij ons zijn opgenomen elke week naartoe kunnen. We zien dat het contact met de therapiedieren een positief effect heeft. Soms werk je niet met woorden, maar helpen de dieren jongeren bij het verwerken van emoties, met hun zelfbeeld. En nog niet zo lang geleden zijn we ook gestart met hippotherapie in de Riding Club in Zellik, zowel voor ambulante patiënten als voor jongeren die opgenomen zijn.'

De werkdruk is hoog en thuis heb je twee kinderen. Is dat moeilijk?

‘Ik zit al lang in dit soort werk en heb doorheen de jaren geleerd om los te laten als ik naar huis ga. Met de hoge werkdruk is het niet altijd gemakkelijk om goed af te grenzen. Het digitale werken, dat er door corona is gekomen, helpt ook niet altijd: ’s avonds nog een Teams meeting, of snel nog wat berichten sturen… Door het toegenomen thuiswerk is het soms moeilijker om af te bakenen, maar we waken daar wel over. Anders hou je het niet vol.’

‘We blijven ook hopen dat de overheid meer middelen vrijmaakt, zodat het beter te dragen valt. Sinds augustus 2021 hebben we extra middelen vanuit de FOD Volksgezondheid, maar dat is helaas onvoldoende, zelfs om onze huidige werking te behouden. Gelukkig springt het ziekenhuis bij. Ik ben heel blij dat we aan het UZ Brussel werken, waar er ruimte is om creatief te zoeken naar de best mogelijke hulp. Dat wordt sterk ondersteund in ons ziekenhuis. En dat geeft energie, hoe vermoeiend het soms ook is.'