01 sep '18

‘Dat ze mensen gered
hebben, wist niemand’ 

980
door Ines Minten
De Nederlands-Belgische, in Israël wonende, journaliste Simone Korkus komt in Sint-Genesius-Rode vertellen over haar boek Het dienstmeisje van Degrelle. Het speelt zich voor een groot deel in Rode af. ‘Ik breng mijn boek terug thuis.’

De joodse Hannah Nadel, haar nichtje en moeder overleefden de Tweede Wereldoorlog dankzij de zus van Léon Degrelle, de leider van de Belgische fascistische partij Rex. Ze gaf de drie werk in haar afgelegen landhuis La Ribambelle in Sint-Genesius-Rode en verborg ze in de kelder wanneer er rexisten over de vloer kwamen. Simone Korkus struikelde bij toeval over het verhaal toen een Belgische toerist haar er na een van haar lezingen in Israël over aansprak. Er leek haar een interessant artikel voor de krant in te zitten, dus zocht ze Hannah Nadel op voor een gesprek. ‘Dat artikel is nadien door allerlei buitenlandse kranten overgenomen. Het is heel de wereld rond gereisd tot San Francisco en Australië toe. En dan opeens vroeg de  uitgeverij me of ik er geen boek over wou schrijven.’ De journaliste bezocht Hannah Nadel, inmiddels een tachtiger, een tweede keer om uit te zoeken of er effectief nog meer materiaal te rapen viel. ‘Toen is Hannah veel uitgebreider beginnen vertellen over wat haar allemaal is overkomen. Ik raakte helemaal in de ban van haar verhaal. Als een detective ben ik op zoek gegaan naar de achtergronden ervan.’ 

INTEGER

Degrelles zus Madeleine was getrouwd met de industrieel Henri Cornet. Toen ze tijdens de oorlogsjaren een huishoudhulp en een gouvernante voor haar zes kinderen zocht, reageerden twee buitenlands ogende jonge meisjes op de advertentie. Madeleine Cornet moet onmiddellijk beseft hebben hoe de vork in de steel zat. Het van de buitenwereld afgeschermde landgoed was een voortreffelijke plek voor vervolgde joden om zich te verstoppen voor de nazi’s. Ze twijfelde geen moment en nam de twee in dienst. Later sloot ook Hannahs moeder zich als kokkin bij het personeel aan. Tijdens een paasfeest serveerde ze de gasten, onder wie een heel aantal rexisten, een typisch joods visgerecht. De gastvrouw kreeg er veel complimenten voor.

‘Toen ik de familie Cornet had weten op te sporen en zag hoe ze nog steeds met veel pijn, schaamte en geheimen kampten, dacht ik: Ja, dit moét ik vertellen’, zegt Korkus. Het duurde een tijd voor de journaliste de nazaten er van kon overtuigen om over het verleden van hun familie te spreken. ‘Na de oorlog zijn ze afgerekend op hun familiebanden met Degrelle. Ik heb hen dan ook beloofd om hun namen nooit prijs te geven.’ Korkus schrok ervan hoe reëel de nasleep van de oorlog voor sommige families nu nog is. Madeleine en Henri Cornet waren het niet eens met de overtuigingen van Léon Degrelle. In de loop van 1943 liet Henri de jongere broer van zijn vrouw zelfs verstaan dat hij niet langer welkom was in hun huis. ‘En toch zijn ze er na de oorlog zwaar op afgerekend. Dat ze mensen gered hebben, wist niemand.’

NIET MEER ZWIJGEN

De journaliste trok na haar onderzoek nog een conclusie. ‘Namelijk dat iedereen op de een of andere manier aan het systeem heeft meegewerkt. Ik zeg niet dat iedereen fout was, maar mensen zwegen. Slechts weinig mensen hebben daadwerkelijk iets gedaan om joden te redden. Successievelijk werden er anti-joodse wetten ingevoerd, en meer en meer mensen beslisten dat ze niets met die bevolkingsgroep te maken wilden hebben. Zo is het begonnen.’

‘Ben je al eens in de Dossinkazerne in Mechelen geweest? Als je erom heen loopt, zie je dat er op drie meter afstand huizen staan. Die bewoners moeten toch iets gezien hebben?’ Korkus ziet een duidelijke link met vandaag. ‘We hebben opnieuw met migrantenpolitiek te maken, net als toen. Het kan opnieuw gebeuren, nu met een andere groep. Daarom mogen we niet meer zwijgen. De afstand tot de overheid is nu ook zoveel kleiner dan toen. We hebben sociale media, we hebben internet. De lijnen zijn korter.’ Veroordelen wil ze onze voorouders hoegenaamd niet. ‘Maar ik wil er wel op wijzen dat de andere kant op kijken menselijk gedrag is. Kijk naar Hongarije, waar een migrant helpen strafbaar wordt. Kijk naar Duitsland, waar stemmen opgaan voor een protectionistisch beleid. Kijk naar Amerika, dat helemaal voor protectionisme is. Dat zijn toch gevaarlijke stappen? Daar moeten we attent op zijn.’

DE GEWONE MENS

Korkus hamert niet graag op negatieve verhalen. ‘Het goede naar boven spitten, is belangrijk. Misschien zelfs belangrijker dan wijzen op het kwade. Daarom wou ik graag vertellen dat er mensen hebben bestaan als de Cornets, die onder de paraplu van de rexisten en de nazi’s joden en andere mensen hebben geholpen. Daartegenover kun je vandaag misschien de mensen stellen die een vluchteling onderdak geven. Dat is prachtig: het is ware integratie. Zulke positieve verhalen geven kracht en geloof. We kunnen er veel uit leren.’ 

Die voorkeur voor kleine, positieve verhalen van gewone mensen vond Korkus nadat ze achttien jaar geleden met haar Israëlisch-Belgische man en hun drie kinderen naar Israël was verhuisd. ‘Toen ik hier pas woonde, stoorde me het verschil tussen wat ik las in de Nederlandse en Belgische pers en wat ik hier zelf ervaarde. In België en Nederland lijken er maar twee mogelijkheden te bestaan: je bent volledig voor Israël of volledig voor de Palestijnen. En die twee kanten bestrijden elkaar te vuur en te zwaard. Maar als je hier leeft, merk je dat er heel veel kleuren grijs zitten tussen het zwart-wit. Je kunt niet zomaar de Israëliërs of de Palestijnen als volk afwijzen om wat de politiek en de conflicten met het land doen. Dat wou en wil ik beschrijven – niet alleen de politieke analyse, maar de achtergrond. Het is wat me hier in Israël aantrekt, maar evengoed in het verhaal van Hannah en de familie Cornet. Ik wou en wil schrijven over de gewone mens.’ Eerst schreef ze een dagboek dat in verscheidene damesbladen verscheen. ‘Het was een oorlogsdagboek, want de Tweede Intifada was net uitgebroken. Ik schreef als journalist, maar ook als moeder en vrouw, over wat er gebeurde en wat het met mij en de kinderen deed.’ Van het ene kwam het andere. Korkus begon voor Knack, De Standaard, De Tijd en een aantal Nederlandse bladen te schrijven. ‘Op dit moment schrijf ik nog weinig stukken. Ik ben intussen aan mijn tweede boek begonnen en dat krijgt voorrang.’

‘Het goede naar boven spitten is belangrijker dan wijzen op het kwade.’

De auteur zit tussen stapels materiaal. Het boek wordt haar eigen verhaal. ‘Dat van een jonge Nederbelgische vrouw met drie kinderen die haar man is gevolgd naar Israël. Ik heb vaak met open mond gekeken naar dingen die hier heel gewoon zijn. Dat krijg je als je uit een andere cultuur komt. Het is een migrantenverhaal, maar dan omgekeerd.’ En natuurlijk zal het over oorlog gaan. ‘Ik heb in totaal zes of zeven conflicten meegemaakt. Wat deed dat met mij? Dat zijn dingen die je niet kwijt kunt in de krant.’

ONDER VUUR

Enkele keren is ze echt bang geweest, vooral tijdens haar opdrachten als journalist. ‘Ik ben twee keer in een heel gevaarlijke situatie terechtgekomen. Op 18 jaar valt dat nog wel mee’, relativeert ze. Tijdens het conflict tussen Israël en Gaza bezocht ze bijvoorbeeld een project dat Nederland sponsorde, samen met de Nederlandse consul. Onvermoed kwamen ze middenin een afrekening tussen twee rivaliserende bendes terecht. ‘Opeens lagen we onder vuur en zijn we onder de auto gekropen. Op zulke momenten komt het heel dichtbij. Over het algemeen bereid je je reportages goed voor en heb je allerlei contactpersonen die je precies kunnen vertellen waar je wel en niet naartoe kunt. Je loopt niet in het wilde weg een conflictgebied binnen tot je ergens iets tegenkomt.’

Momenteel laait het conflict tussen Israël en de Palestijnse gebieden weer op. Op korte termijn zit een oplossing er niet in. En op de langere termijn? ‘Ik hoop het. Op dit ogenblik heerst er vooral moedeloosheid. Ik merk het bij mensen in Israël en de Palestijnse gebieden. Ze zien geen oplossing meer. Dat is anders dan pakweg 15 of 20 jaar geleden. Ze hebben zo veel gezagsdragers zien passeren, uit alle hoeken van wereld. Allemaal zouden ze het oplossen, maar uiteindelijk is er bitter weinig van terechtgekomen. Het is erg complex, maar ik hoop dat er op een dag een oplossing komt die voor iedereen aanvaardbaar is.’

 Simone Korkus geeft op 25 oktober in de bibliotheek van Sint-Genesius-Rode een lezing over haar boek Het dienstmeisje van Degrelle. Inschrijven vanaf 25 september via www.leesclub.be