01 sep '22

Inzetten op het Nederlands als
verbindende taal

1628
door Liesbeth Bernolet
Hoe kan er meer en beter worden ingezet op taalstimulering in de vrije tijd bij kinderen en tieners in de Vlaamse Rand? En hoe doe je dat met een integrale aanpak? Met die vragen organiseerde het Team Vlaamse Rand in mei voor het eerst een inspiratiedag voor lokale besturen.

Vorig jaar organiseerden we samen met vzw ‘de Rand’ de Ronde van de Rand, een rondvraag bij alle lokale besturen in de Vlaamse Rand. Daaruit kwam naar voren dat bijna elke gemeente met die vragen worstelt’, legt Lynn Roels van Team Vlaamse Rand uit.

Elke gemeente in de Vlaamse Rand kent het: de bevolking wordt almaar meer divers en blijft aan een hoge snelheid toenemen, sneller dan elders in Vlaanderen. Dat stelt de lokale besturen voor grote uitdagingen. ‘Die tendensen laten zich voelen op meerdere domeinen. Niet alleen in de 19 gemeenten van de Vlaamse Rand trouwens. We krijgen dat signaal ook uit de bredere rand. Daarom werkten we voor deze inspiratiedag ook samen met Toekomstforum, dat de 35 burgemeesters uit het arrondissement Halle-Vilvoorde vertegenwoordigt. Het thema voor de inspiratiedag was snel gekozen: ‘Omgaan met taaldiversiteit staat bij veel lokale besturen hoog op de agenda, dus een bijeenkomst om na te denken over een geïntegreerde aanpak van taalstimulering bij kinderen en tieners in de vrije tijd was een logische stap.’

Vier praktijkvoorbeelden

Niet elke gemeente staat even ver met een geïntegreerde aanpak en elk lokaal bestuur heeft eigen prioriteiten. Team Vlaamse Rand nodigde vertegenwoordigers uit van vier gemeenten uit de Vlaamse Rand om hun aanpak toe te lichten. ‘Een integrale aanpak om Nederlands te stimuleren bij kinderen en tieners slaagt alleen maar als je samenwerkt met zoveel mogelijk diensten en organisaties’, stelt integratieambtenaar Maria Urbina van de gemeente Zaventem. ‘Als je weet dat de meerderheid van de minderjarigen in Zaventem thuis geen Nederlands spreekt, dan is het duidelijk dat je in élk vrijetijdsaanbod rekening moet houden met taalstimulering.’ Fien Rademaekers, projectcoördinator taalstimulering in Sint-Pieters-Leeuw, vult aan: ‘Wij vinden het belangrijk om het reguliere vrijetijdsaanbod te versterken en begeleiders te ondersteunen om met meertalige kinderen te werken. Daarom organiseren we vormingen voor animatoren op het speelplein of voor trainers bij sportclubs.’

Een integrale aanpak om het Nederlands te stimuleren, vertrekt ook best zoveel mogelijk van een inclusieve aanpak, weet Klaartje Tiebout, beleidsmedewerker bij de gemeente Dilbeek. ‘Vroeger was het in Dilbeek zo dat alle kinderen voor ons zomeraanbod samen op de bus stapten. Een deel van hen werd afgezet bij het speelplein, de rest bij een taalstage. Dat klopte niet, want we willen net die integratie bereiken.’ Een mooi beeld, vindt Lynn Roels van Team Vlaamse Rand. ‘Als je streeft naar integratie en mensen verbinden, is dat inderdaad contradictorisch.’ Deze zomer pakte Dilbeek het dan ook anders aan. Alle kinderen gingen met de bus naar het speelplein en daar kreeg wie dat nodig had extra taalondersteuning van een professionele partner. ‘Dilbeek is niet de enige gemeente die het nu zo aanpakt. Ook andere gemeenten denken meer inclusief en dat juichen we alleen maar toe’, zegt Roels.

'Steeds meer lokale besturen zoeken hoe ze moeten omgaan met de toenemende taaldiversiteit.'

Roels ziet nog meer mooie voorbeelden van hoe het Nederlands in de vrije tijd vanuit een geïntegreerde aanpak gestimuleerd kan worden. ‘Zo werkt de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang in Asse samen met vzw ‘de Rand’ om de talige houding van hun begeleiders te versterken. Dat gebeurt bijvoorbeeld door af te stappen van managertaal zoals jasjes aan, wacht even en consequent volzinnen te gebruiken.’

Impulssubsidies

Veel nieuwe projecten rond taalstimulering ontstaan dankzij de impulssubsidies die de Vlaamse overheid uitreikt voor projecten in de Vlaamse Rand. Dat bevestigt Jaan Dehantschutter, tot voor kort integratieambtenaar in Beersel. De gemeente kreeg impulssubsidies om verschillende sportclubs te ondersteunen in hun omgang met een meertalig publiek.

‘Concreet zijn we ingestapt in het project Boest je sportclub, waarbij vzw ‘de Rand’ vormingen en trajectbegeleiding op maat van de clubs organiseert. Zo is er een volleybalclub die vandaag vooral Vlaamse middenklasse aantrekt. Met de hulp van vzw ‘de Rand’ wil de club leren hoe ze zich kan openstellen voor een meer divers publiek. Als lokaal bestuur zijn we blij dat we dat mee kunnen begeleiden.’

‘Die impulssubsidies bieden kansen’, vindt Roels. ‘Zo’n projectsubsidie biedt de mogelijkheid om iets uit te proberen. Slaagt het project niet, dan is dat geen ramp omdat het tijdelijk is. Slaagt het wel, dan heeft een gemeente iets in handen waar het in de toekomst misschien zelf middelen voor kan vrijmaken, net omdat het succes al bewezen is.’ Voor Roels is de eerste inspiratiedag van Team Vlaamse Rand en partners een succes. ‘De reacties waren goed en vzw ‘de Rand’ merkte meteen een toename in het aantal vragen naar begeleiding en ondersteuning voor taalstimulering. We willen dit project dan ook voortzetten en uitbreiden.’

 


 

Visietekst

Ook vzw ‘de Rand’ merkt dat almaar meer lokale besturen zoeken hoe ze moeten omgaan met de toenemende talendiversiteit. Daarom ontwikkelde de organisatie een visietekst met handleiding. Die biedt lokale besturen houvast om meer in te zetten op het Nederlands als verbindende taal.

Vzw ‘de Rand’ haalt drie mogelijke scenario’s aan om extra aandacht te besteden aan het Nederlands in de vrije tijd van kinderen en jongeren: impliciet via het reguliere vrijetijdsaanbod, expliciet via de zomerscholen en iets wat daartussen ligt via specifieke taalstimulerende activiteiten. ‘Het categoriale aanbod is waardevol, maar het blijft vrije tijd voor de kinderen, dus het speelse is heel belangrijk’, legt Cindy Van Dijck, coördinator taalpromotie van vzw ‘de Rand’, uit. ‘Daarom moet er nog meer op maat gewerkt worden. Hét anderstalige kind bestaat niet. Het is belangrijk om steeds te onderzoeken welk kind welke noden heeft. Sommigen worden vandaag nog te veel naar een taalbad gestuurd, terwijl ze ook oefenkansen kunnen krijgen op het speelplein als de animatoren een talige begeleidershouding aannemen.’ Vzw ‘de Rand’ pleit met de visietekst dan ook voor een bredere lokale aanpak waar ook het reguliere vrijetijdsaanbod als een actieterrein wordt gezien om kinderen en tieners oefenkansen Nederlands te geven.

De handleiding bij de visietekst is een soort stappenplan. ‘Alles vertrekt vanuit het samenwerken met verschillende diensten en externe organisaties’, legt Van Dijck uit. ‘Vervolgens is het belangrijk om de doelgroep in kaart te brengen. Wie zijn die anderstalige kinderen. Met hoeveel zijn ze? Spreekt één van de ouders Nederlands met hen? Leven ze in kansarmoede? Bekijk het grote aanbod aan vrijetijdsactiviteiten en probeer het gericht te versterken.’ Een volgende stap is stilstaan bij de talige begeleidershouding van wie activiteiten begeleidt. Is er extra ondersteuning nodig? Als die vragen beantwoord zijn, volgt nog de niet te onderschatten communicatie. ‘Communiceer je aanbod helder en op maat van de doelgroep die je wil bereiken.’

De opdracht van vzw ‘de Rand’ is om in de 19 gemeenten van de Vlaamse Rand actief te zijn, maar Van Dijck merkt een toenemende vraag naar hulp van gemeenten buiten de Vlaamse Rand. ‘Ook die gemeenten willen we inspireren met onze visietekst. De tekst en de handleiding kan je op onze website raadplegen.