01 apr '21

‘Vrank en vrij spreken, ik kan niet anders’

1829
door Nathalie Dirix
Corona heeft ons nog steeds in de ban. Marc Noppen, ceo van het UZ Brussel en geregeld te gast in De Afspraak, zegt steeds waar het op staat.

Hoe gaat het met jou?

‘Die eenvoudige vraag heeft de voorbije maanden een diepere dimensie gekregen. Vroeger antwoordden we nogal snel: Ça va. En met jou? Vandaag staan we stil om te horen hoe het echt met de andere gaat. Want je kunt er niet naast kijken: de epidemie weegt zwaar door. Met mij gaat het goed. Ik ben gezond en dus prijs ik me gelukkig.’

Hoe voelt het om in deze roerige tijden aan het hoofd van een ziekenhuis te staan?

‘Een jaar geleden had ik me niet kunnen inbeelden in wat voor storm we zouden terechtkomen. We werden overrompeld. Dan schakel je over op crisismanagement. We hadden geen tijd te verliezen, wilden we levens redden. In een minimum van tijd zijn we erin geslaagd ons bedrijf te herorganiseren. Vroeger dachten we dat zoiets onmogelijk was. Tijdens de eerste golf deden we het gewoon. We hadden één helder doel: geen toestanden zoals in Bergamo.’

‘Ik doe mijn hoed af voor de inzet die ik toen bij onze medewerkers heb gezien. De tweede golf was er echter te veel aan. Vooral omdat we die grotendeels hadden kunnen vermijden. En toch zijn onze mensen blijven gaan. Dit jaar ligt het ziekteverzuim zelfs lager dan vorig jaar, terwijl het besmettingsrisico nog steeds reëel is en de uitgestelde zorg voor extra druk zorgt.’

Als je de balans opmaakt van het voorbije coronajaar, wat hebben we goed gedaan en wat niet?

‘Over het algemeen hebben de mensen het bijzonder goed gedaan. Vandaag zijn wij in Europa een van de landen waar de besmettingen het best onder controle zijn. Dat is het resultaat van de inspanningen van de hele samenleving. Ook de eerstelijnsmedewerkers uit de zorgsector, ziekenhuispersoneel, huisartsen, zorgverleners in de woonzorgcentra, verdienen een pluim. Dat het gezondheidssysteem niet gecrasht is, hebben we grotendeels aan hen te danken. Vooral het gouvernementele niveau is bij de aanpak van de eerste golf de mist ingegaan. Toen werden alle regels van crisismanagement flagrant geschonden. Ik ben er nog steeds boos om.’

Wat stoorde jou het meest tijdens de eerste golf?

‘Crisismanagement moet het hebben van eenheid van commando, van uitvoering en van communicatie. Je hebt nood aan een duidelijke hiërarchie en korte communicatielijnen. Niets van dat alles heb ik toen gezien. En ik stel vast dat onze beleidsmakers tot op vandaag nog steeds onvoldoende inzien dat je in een overlegmodel geen crisis kunt managen. Al die stuurgroepen, adviesraden en comités nemen veel te veel tijd in beslag. En tijdverlies in een epidemie is dodelijk. Letterlijk.’

Een pandemiewet zou redding kunnen brengen?

‘Zeker. Als ik me niet vergis, is België nog steeds het enige land waar er wettelijk geen noodtoestand kan worden uitgeroepen. Waarom is dat zo moeilijk? We kunnen toch op een democratische manier met elkaar afspreken wanneer en voor hoe lang we die noodtoestand uitroepen. Het zou ons niet alleen tijdens een gezondheidscrisis maar ook bij een aanslag of natuurramp een kader kunnen bieden waarbinnen we slagvaardiger kunnen handelen.’

Wat vind je van de vaccinatiestrategie?

‘Opnieuw zie ik een gebrek aan leiderschap. In de plaats krijg je een zoveelste stuurgroep en interministerieel comité. Met alle gevolgen van dien. Het tempo waaraan de medewerkers van ons ziekenhuis gevaccineerd raken, is tergend traag. Ik ben me ervan bewust dat de aanlevering van de vaccins niet volgens plan verloopt. Dat is een verzachtende omstandigheid. Maar dat geldt ook voor Denemarken. En toch slagen de Denen erin om het proces efficiënter te laten verlopen waardoor ze al dubbel zoveel mensen hebben kunnen vaccineren. Hoe leg je zoiets uit?’

Welke positieve signalen heb je de voorbije maanden opgevangen?

‘Het enthousiasme van heel veel mensen op het terrein blijft een opsteker. Ook het feit dat er nu al drie veilige vaccins op de markt zijn die goede resultaten geven, is fantastisch. Eigenlijk zou het een groot feest moeten zijn. Daarnaast wil ik ook benadrukken dat ik sinds oktober, met de komst van de nieuwe regering, een kantelpunt in de aanpak van de crisis heb kunnen vaststellen. Sinds de tandem De Croo-Vandenbroucke aan zet is, zie ik een eenduidige communicatie en coherente aanpak. Dat ze die koers maar verderzetten. We kunnen het ons niet veroorloven om te snel te versoepelen. De situatie is nog veel te fragiel.’

Wat zeg je aan de antivaxers?

‘Dat ze niet over de juiste informatie beschikken. Ik zou hen op een rationele manier willen informeren en uitleggen dat de RNA-vaccins geen wijzigingen in het DNA veroorzaken. Maar ik ben me er ook van bewust dat je altijd mensen zult hebben die niet openstaan voor redelijke argumenten. Ik noem ze de magische denkers. Gelukkig is dat maar een kleine minderheid, maar lokaal kan hun impact groot zijn. Ik denk aan een woonzorgcentrum in de buurt waar slechts 40% van het personeel bereid is zich te laten vaccineren. Dat doet mij zeggen dat we de vaccinatie van zorgmedewerkers verplicht moeten maken. Net zoals we dat voor hepatitis B doen.’

Wat drijft jou om steeds vrank en vrij te spreken?

‘Ik kan niet anders. Ik vind dat ik dat moét doen. Ik heb het geluk door een aantal intelligente mensen omringd te zijn. Wanneer zij mij op zaken wijzen en ik tegelijkertijd vaststel dat het beleid een andere richting uitgaat, dan is het mijn verdomde plicht om aan de alarmbel te trekken.’

Met corona ging het rijk van de vrijheid op slot. Wat mis je het meest?

‘Een terrasje doen. Liefst in goed gezelschap met de zon en een rosé erbij. En dan mensjes kijken. Meer hoeft dat niet te zijn. (lacht) De lente doet het kriebelen, maar let op: voor versoepelingen is het nog te vroeg. We moeten volhouden. Pas tegen de zomer zullen we een duidelijker beeld krijgen van wat er mogelijk is.’

Dit interview dateert van 26 februari 2021. Een aantal zaken kunnen intussen geëvolueerd zijn.