09 feb '15

Smerig beest

2772
door Herman Dierickx
We zaten met zes aan een tafeltje van de Orangerie in het Domein Drie Fonteinen in Vilvoorde. Het was een warme zomeravond en het terras zat afgeladen vol. De sfeer zat goed, iedereen was goedgezind, de drank vloeide rijkelijk en het lekkere eten kwam in golven aangespoeld via ijverige kelners.

Alles peis en vree, op een speldenknopje na. Op een bepaald moment komt er namelijk een klein, mooi gekleurd insect aangevlogen dat zich op een strootje zet dat moet dienen om een glas fruitsap leeg te drinken. Het was vast de bedoeling dat het daar uitgebreid zijn toilet zou maken om de nachtrust aan te vatten, maar die kans heeft het beestje niet gekregen.

Want… één van de tafelgangers begint in het wilde weg te kloppen en te slaan om het verschrikkelijke beest te verdrijven. ‘Vuile wesp’, schreeuwt hij, wild gesticulerend en de tafelgenoten betrekkend in het onheil. Er springt nog iemand recht, al even wild slaand als een blinde naar een ei, een derde persoon zet het op een lopen als het insect haar richting komt uitgevlogen.

In geen tijd slaat de idyllische scène om in een horrorplek, want stel je eens voor dat zo’n wesp je een steek toebrengt, dat je daar allergisch op reageert en in coma gaat. De zus van die ene man had het een paar jaar geleden aan den lijve ondervonden, de neef van iemand anders was ooit ook al eens zo’n pechvogel geweest, een buurmeisje moest worden opgenomen in het ziekenhuis, enzovoort. Die smerige natuur toch.

Als alles wat bekoeld was, haalde ik mijn insectenboek boven om te tonen wat het werkelijk was. Het ging om een doodgewone snorzweefvlieg, even onschuldig als tien pasgeboren baby’s. Het beestje heeft geen monddelen die kunnen bijten en geen angel om te steken. Ik denk wel dat het de plaats des onheils ongeschonden  heeft kunnen verlaten, maar ik vrees dat het die nacht niet goed heeft geslapen. Evenmin als de tafelgangers, vermoed ik.