19 okt '14

Survival

3156
door Herman Dierickx
Weet je wat mijn drijfveer is om in de natuur geïnteresseerd te blijven? Omdat die zo razend mooi in elkaar steekt. Simpel. Telkens als ik een plant, dier of een ander organisme ontdek en mij erin verdiep, val ik zowat achterover. Zo’n bijzondere levens, dat je het nauwelijks voor mogelijk houdt.

Weet je wat mijn drijfveer is om in de natuur geïnteresseerd te blijven? Omdat die zo razend mooi in elkaar steekt. Simpel. Telkens als ik een plant, dier of een ander organisme ontdek en mij erin verdiep, val ik zowat achterover. Zo’n bijzondere levens, dat je het soms nauwelijks voor mogelijk houdt. Hoe zo veel soorten in verband staan met elkaar, welke aspecten van hun leefomgeving invloed uitoefenen op hun dagelijks bestaan, hoe ze afhankelijk zijn van een gunstige samenloop van omstandigheden en daardoor weten te overleven in een al bij al toch redelijk vijandige omgeving die hen elke dag opnieuw de kop kan kosten.

Elk organisme doet zijn eigen survivaltocht. Het zijn echte overlevers, die het moeten hebben van hun instinct en hun genen, die hen eeuwenoude survivaltechnieken bezorgen waar wij een puntje aan kunnen zuigen. Het op de been brengen van een volgende generatie is een hele klus, die ze elke keer opnieuw klaarspelen.

Verwondering ook over de nauwkeurigheid en het vernuft waarmee al die soorten gebouwd zijn. Ze zijn het resultaat van een soms duizenden jaren lange evolutie die hen gemaakt heeft tot wat ze nu zijn. Hun bouwplan, met veelal uiterst gevoelige instrumenten aan boord, is fenomenaal goed ontwikkeld om hen toe te laten hun levensbehoeften in te vullen en door te geven aan de volgende generatie. Dan hebben wij mensen het toch een stuk makkelijker, al hebben we veel meer tijd nodig om onze volgende generaties zelfstandig hun leven te laten leiden; tegenwoordig zitten we gemiddeld aan een dertigtal jaar…!

En dat is meteen een domper op de vreugde. Veel insectensoorten leven nauwelijks enkele weken, sommige vogel- en zoogdiersoorten halen het einde van hun eerste levensjaar niet. Ofwel vallen ze ten prooi aan een roofsoort, ofwel komen ze gewoon aan hun einde omdat dat nu eenmaal de tijd is dat hun lijfjes meegaan. De broze vleugels van insecten stellen hen nauwelijks in staat langer te leven dan een maand, want dan zijn die dingen tot op de draad versleten. Maar in die korte periode zijn ze er toch mooi in geslaagd alles te doen wat nodig is om de soort in stand te houden. Onwaarschijnlijk.