20 apr '15

Ondertussen in de Rand: Lente

3236
door Steven uit Kraainem
Fronsen, vragen, schrijven. In de rubriek ondertussen in de Rand schrijven inwoners uit de 19 gemeenten van de Vlaamse Rand wat hen opvalt in het leven en hun gemeente. 'Sinds enkele dagen laat de zon zich volop zien. Opvallend toch hoe alles ineens veel leuker wordt,' mijmert Steven.

Sinds enkele dagen laat de zon zich volop zien. Opvallend toch hoe alles ineens veel leuker wordt. ‘s Avonds komt ik terug van een dag werken en in plaats van door een stortbui meteen het huis binnen te spurten, neem ik even de tijd voor een gezellig babbeltje met mijn buren.

Ik schep er plezier in om met vrouwlief en zoon - die ik net ben gaan ophalen aan de kribbe op 500 meter van mijn deur - een wandelingetje te maken door onze prachtige gemeente. We stappen langs de vijver beneden aan de Oudstrijderslaan, waar we onze restjes brood geven aan de eendjes, tot groot jolijt van onze jongen.

Dan banen we ons met de kinderwagen een weg door de Molenstraat, een quasi onmogelijke opdracht. Gelukkig vliegen hier geen auto’s aan een rotvaart meer door. Zo komen we aan de achterkant van de sporthal, waar de restanten van de oude molen doen terugdenken aan de tijd toen alles nog simpel was.

Nu we toch al tot hier zijn geraakt, kunnen we evengoed verder stappen tot aan het Jourdainpark. Via de terreinen tussen de sporthal en de prachtig gerenoveerde Sint-Pancratiuskerk komen we in het park, waar de geuren van openbloeiende bloesems en de rondvliegende bijen ons eraan herinneren: het is lente!

Onderweg naar huis komen we langs het terras van de Lijsterbes, waar er toch weer iemand zit die we kennen zeker.  ‘Schuif maar aan’, luidt het. ‘Wel ja, waarom niet?’

Als ik daar dan zo op mijn stoeltje zit, in de laatste zonnestralen die de dag nog rijk is, omringd met allemaal mensen die ik graag zie, realiseer ik mij hoe blij ik ben dat ik de stad ontvlucht ben naar mijn Kraainem, waar mensen elkaar nog kennen en waar er nog mooie groene plaatsen zijn waar we in alle rust kunnen wandelen wanneer de gure winter weer achter ons ligt.

Steven Schoonejans