01 mrt '20

Koningin van de weiden
heeft het moeilijk

1036
door Herman Dierickx
Het gemiddeld aantal planten- en diersoorten per vierkante kilometer daalt al vele decennia in heel West-Europa. De oorzaken zijn bekend, de remedies om het op te lossen ook. Maar dat omzetten in het veld is niet zo simpel.

Het is bekend: de natuur gaat er zowat overal op achteruit. Dat geldt uiteraard ook voor de Rand. Planten, dieren, paddenstoelen,... verliezen steeds meer terrein. Sommige verdwijnen zelfs helemaal. Toch is er veel verschil tussen soorten onderling. Sommige aantallen dalen razendsnel, bijvoorbeeld de huismus en de argusvlinder. Maar er zijn ook soorten die erop vooruitgaan. Denken we maar aan het everzwijn dat nu al zijn opwachting maakt in het oostelijk grensgebied rond Brussel. Of aan de Japanse duizendknoop, een invasieve exotische plant die nog nauwelijks in te perken valt.

Leefgebieden

Soortenverschuivingen zijn van alle tijden, dat is intussen al veelvuldig gedocumenteerd. De jongste jaren maken onderzoekers steeds meer gebruik van bio-indicatoren om het fenomeen te begrijpen. Dat zijn soorten die specifieke leefgebieden nodig hebben waar ze in leven en model voor staan. Als het met die bepaalde soort goed gaat, zit het snor voor de andere soorten die in hetzelfde milieu groeien. Een goed voorbeeld daarvan is de pinksterbloem, de koningin van de weiden. Dat is een lentebloeier die houdt van vochtige tot natte bossen en graslanden en van lichtbemeste bodems. Als je er de verspreidingskaarten op napluist, zou je denken dat deze plant er goed voorstaat. Hij komt nog op veel plaatsen voor en geldt nog steeds als ‘algemeen aanwezig’ in Vlaanderen en de Rand.

De ene hangt af van de andere

Maar de werkelijkheid is anders. Zeker, je vindt de soort nog op veel plaatsen en volgende maand Koningin van de weiden heeft het moeilijk
zal je de paarswitte bloemen weer volop zien verschijnen. Het gaat echter mis met de aantallen die je nog te zien krijgt. Die dalen drastisch. Daar zijn twee oorzaken voor. Ten eerste de gestage verdroging. Het regent de jongste tijden minder dan normaal, wat leidt tot voortschrijdende verdroging. Daar heeft de pinksterbloem (Cardamine Pratensis) veel last van. Ten tweede: overbemesting. De grote hoeveelheden stikstof die daarmee gepaard gaan, zijn nefast voor deze bioindicator. Op de meeste locaties zien we dus kwijnende populaties, met elk jaar achteruitgaande aantallen. Omdat het om een doorlevende soort gaat, blijven de planten nog enige tijd aanwezig, ook al zijn de leefomstandig heden niet optimaal. Maar op een bepaald moment is de rek er uit en verdwijnt de soort uit zijn leefgebied.

De pinksterbloem is bovendien de voornaamste waardplant van het oranjetipje, een dagvlinder, en de enige waardplant van de pinksterbloemlangsprietmot, een nachtvlinder. De rupsen van die vlinders eten van de pinksterbloemplanten. Als deze laatste verdwijnt, gaan ook de vlinder en de mot die ervan leven er op achteruit. Zo ontstaat een negatieve spiraal met als uiteindelijk gevolg een achteruitgang van de soortenrijkdom die gekoppeld is aan het leefmilieu van de plant.

De zeven VER's

Dat is wat met veel leefgebieden gebeurt. Verdroging, vermesting, versnippering, verharding, verdichting, vervuiling en verzuring zijn de voornaamste oorzaken, zeker in de Rand. Heel wat soorten van natte en vochtige milieus krijgen het dus hard te verduren. Als er dan ook nog andere van de vermelde problemen aan de orde zijn, loopt het meestal niet goed af. Vandaag kampen veel soorten met die situatie. Zolang we het tij niet keren aan de basis zal er zich voor de betreffende soorten geen kentering ten goede voordoen. 

In de huidige omstandigheden zullen dus ook de mussen, patrijzen, veldleeuweriken, sleutelbloemen of kleine vossen (dagvlinders) niet massaal terugkeren waar ze vroeger zo talrijk aanwezig waren. Het zit namelijk mis aan de basis, aan de kwaliteit van de plaatsen waar die soorten moeten gedijen. Zolang het daar niet betert, zal er geen trendbreuk komen. Het is een hard verdict, maar het is niet anders.

Het gemiddeld aantal planten- en diersoorten per vierkante kilometer daalt al vele decennia in heel West-Europa. De oorzaken zijn bekend, de remedies om het op te lossen ook. Maar dat omzetten in het veld is niet zo simpel. Hoe draai je de zeven VER's drastisch terug zodat ze geen schade meer aanrichten? Zeker in een dicht bevolkte regio als Vlaanderen of de Rand? Dan blijft er weinig ruimte over voor de natuur. Benieuwd hoe het landschap en zijn soorten er binnen tien jaar bijligt.